Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

26.8.10

Orval: Mysteries van een Vallei van Goud


Dit is een fragment uit een boek-in-wording, De Paus van Satan,
van Patrick Bernauw & Filip Coppens (foto's Marc Borms)




Essay van J.-K. Huysmans: ‘Mysteries van Orval’ (1894)


In 1070, 29 jaar vóór de Eerste Kruistocht, arriveerden in de Ardense bossen enkele monniken, afkomstig uit Calabrië in Zuid-Italië. Ze stonden onder de leiding van een man die Ursus heette en werden verwelkomd door Mathilde van Toscane, hertogin van Lotharingen en naar verluidt tevens de tante en pleegmoeder van Godfried van Bouillon. Van haar kregen ze het land cadeau dat nu bekend staat als Orval en gelegen is in de Belgische provincie Luxemburg, niet ver van het Franse Stenay waar ooit de Merovingische koning Dagobert II werd vermoord.

Voordat deze monniken zich in de streek van Orval vestigen, woonden daar geen mensen. Er werden wel enkele Merovingische graven ontdekt in de buurt van een bron, die al snel ook een bron van legendes werd. Mathilde zou hier namelijk haar gouden trouwring verloren hebben; hij was per ongeluk in het water gevallen. Ze bad tot de Heer en toen sprong uit het water een wonderlijke forel op, met in zijn bek de kostbare ring.

‘Deze plek is waarlijk een Val d’Or !’ riep Mathilde uit, en zo kwam Orval aan zijn naam. Uit dankbaarheid zou zij vervolgens bij deze magische bron een klooster laten bouwen.

Het thema van de trouwring die in het water valt, treffen we ook aan in het recente toneelstuk Pelléas et Mélisande, van Maurice Maeterlinck , dat door de schrijver ‘een Merovingisch sprookje’ wordt genoemd. Prins Golaud stoot bij een rivier in het woud op de jonge knappe Mélisande, die daar zit te huilen omdat ze haar kroon in het water heeft laten vallen. Nochtans wil ze die kroon niet eens terug. Vervolgens trouwt ze met Golaud in zeven haasten, wint ze de vriendschap van de erg oude en zieke koning Arkel, en wordt ze kort daarop hartstochtelijk verliefd op Pelléas. Wanneer ze elkaar in het geheim ontmoeten bij een fontein, verliest Mélisande deze keer haar trouwring in het water…

Op het eerste gezicht is dit een verhaal van jaloezie en passionele liefde, maar wie beter toekijkt, zal een hoofdthema ontwaren dat alles te maken heeft met het cyclisch verloop van de tijd, de geschiedenis die zich herhaalt, schepping en vernietiging, De proloog – met de dienstmeiden die het vuil niet weg kunnen wassen op de trappen naar het kasteel – en de ziekte van Arkel, de hongersnood in zijn koninkrijk, het stinkende water onder het traag desintegrerende kasteel van Arkel, zijn overduidelijke hommages aan de Graal-romances.

Schrijfster Kathleen McGowan bij de Mathilde Bron


Een van de monniken van Orval schijnt Pieter de Kluizenaar te zijn geweest, de mentor van Godfried van Bouillon. Samen met Paus Urbanus II predikte hij de noodzaak van een kruistocht, ter vrijwaring van het Heilig Land en het Heilig Graf.

In 1108 verdwenen de monniken van Orval op mysterieuze wijze. Er is geen enkel verslag over hun bestemming bekend, maar die kan best Jeruzalem geweest zijn. Pieter de Kluizenaar trok naar Jeruzalem, en in 1099 werd Godfried van Bouillon daar in een anoniem conclaaf geleid door een monnik uit Calabrië de kroon aangeboden van het koninkrijk der kruisvaarders.

In 1131 kwam Orval in handen van Bernard van Clairvaux, die de regel van de Tempeliers schreef. De volgende vijf eeuwen zouden de cisterciënzers van Orval een verborgen leven leiden. Niettemin kende de abdij een grote bloei.

In 1605 werd Bernard de Montgaillard, afkomstig uit het zuiden van Frankrijk, door de aartshertogen Albrecht en Isabella benoemd tot abt van Orval. Hij restaureerde de gebouwen, hervormde de regel van de gemeenschap en maakte de abdij welvarender dan ze ooit was geweest. Toen Bernard in 1628 overleed, werd zijn laatste wil dan ook graag verhoord. Hij wenste trouwens alleen maar begraven te worden ‘aan de voet van de trappen van de slaapzaal naar de kerk’ - oftewel: bij het wijwatervat. Op die manier zouden zijn broeders over hem heen lopen, of ze nu naar boven of naar beneden gingen, en er voortdurend aan herinnerd worden dat ze voor hem moesten bidden…



Tijdens de Franse Revolutie, op 23 juni van het jaar 1793, werd de abdij van Orval door de revolutionaire troepen van generaal Loison geplunderd en in brand gestoken. De monniken zochten een toevlucht in Luxemburg. Een eeuw lang waren de verkoolde muren van Orval overgeleverd aan de genade van het weer en de schattenjagers...

De ijver van generaal Loison – en van de schatgravers – lijkt veroorzaakt te worden door geruchten over een royalistische oorlogskas, die ergens op de domeinen van de abdij verstopt zou zijn. In het voorjaar van 1791 was Louis XVI een gevangene in zijn eigen land; Marie-Antoinette smeekte haar broer, de Oostenrijkse keizer, hen te helpen – maar de berichten van haar koeriers werden onderschept en de codes gebroken. De koningsgezinde generaal de Bouillé veranderde de vestingstad Montmédy, in het noordoosten van Frankrijk, in een veilige plek voor de koninklijke familie. In geval van nood kon de koning de grens met de Oostenrijkse Nederlanden oversteken, en enkele kilometers verderop een onderkomen vinden in de abdij van Orval.

Nu leek de beroemde profeet Nostradamus al een vlucht van de Franse koning en zijn koningin voorzien te hebben, in een van zijn duistere verzen. In het twintigste kwatrijn van de negende centurie (C9, K20) sprak hij over ‘twee delen’ die zouden komen, wanneer de avond gevallen was, door het woud van Reims, naar Orval. In Varennes zou een Capetinger vervolgens de oorzaak zijn van ‘storm, vuur, bloed en bijl’:


De avond valt, door het woud van Reims komen ze


In twee delen naar Orval, Herne, de witte steen.


Nu de monnik, zwart en grijs, in Varennes is,


Zal de keuze van de Capetinger de oorzaak zijn van storm, vuur, bloed, bijl.



Generaal de Bouillé besefte dat het heel handig kon zijn als je alleen hoefde te spreken over 20 en 9 om volledig te worden begrepen door je collega-samenzweerders. Een dergelijke code kon niet worden gebroken. Bovendien zouden Louis XVI, Marie Antoinette en hun kinderen – Marie Thérèse en de kroonprins Louis-Charles – inderdaad de route kunnen nemen door het woud van Reims, richting Montmédy en Orval. Het fortuin van de Bourbons, de Oorlogskas, zou toevertrouwd worden aan hofkapper Leonard die in een andere koets, als tweede deel van het geheime koninklijke konvooi, naar Orval zou rijden.

In Varennes werd de afstammeling van Hugo Capet verwacht in een hotel dat reeds de toepasselijke naam droeg ‘du Grand Monarque’. Blijkbaar was het zo beschikt door de Goddelijke Voorzienigheid dat Louis XVI hier storm en vuur zou afroepen over de hoofden van de verdomde republikeinen, die daarna zouden vallen onder de bijl van hun eigen gruwelijke uitvinding, de guillotine. Wat de Bouillé zich niet kon voorstellen, was dat Louis XVI zou gearresteerd worden in Varennes – nota bene in het Hotel van de Grote Monarch! – en dat het de koning en de koningin van Frankrijk zouden zijn, die het hoofd verloren onder de bijl van de guillotine.

De koninklijke familie heeft Montmédy nooit bereikt. Hofkapper Leonard daarentegen zou volgens diverse ooggetuigen wel aangekomen zijn in Orval… om daar met de Oorlogskas van de Bourbons spoorloos te verdwijnen.



Nostradamus reisde van 1540 tot 1545 door Frankrijk. Hij bezocht Lyon, Vienne, Valence, Marseille, Aix-en-Provence en Arles, waar hij zich zou vestigen – maar hij trok ook naar het noorden. Het is bekend dat hij verbleef in het kasteel van Fain, in de buurt van Bar-le-Duc, op een uur lopen van Orval. En dat hij ook enige tijd doorbracht in Orval, waar hij – als geneesheer – werd aangetrokken door de beroemde kruidentuin van de abdij.

In 1840 publiceerde het Franse tijdschrift L'Oracle een artikel over enkele aantekeningen in het dagboek van de baron de Manonville, gemaakt ten tijde van de Revolutie. In mei 1793, toen de oorlog tussen Frankrijk en de Oostenrijkse Nederlanden reeds was uitgebroken, verbleven de baron en enkele andere Franse emigranten in de abdij van Orval. De republikeinse troepen van generaal Loison hadden de abdij geplunderd, en werden nu achtervolgd door de Oostenrijkers. Een oude monnik liet de baron een boekje zien, geschreven in 16de eeuws Frans, dat al eeuwenlang stof had liggen verzamelen in de archieven van de abdij. Het was gedrukt in 1544, in Luxemburg, en droeg als titel: Zekere Profetieën Geopenbaard door de Heer aan een Solitair ter Vertroosting van de Kinderen Gods. De baron de Manonville kopieerde enkele profetieën in zijn dagboek, omdat ze de Komst van een Grote Monarch voorspelden en het daaropvolgende herstel van de monarchie in Frankrijk. Later werd dezelfde profetie hardop voorgelezen door de laatste abt van Orval op een feestje in het huis van de Oostenrijkse gouverneur Baron von Bender, in Luxemburg. Deze keer maakten wel meer Franse émigrés aantekeningen van de Profetie van Orval; onder hen de graaf van Montureux-Ficquelmont.

Toen generaal Loison kort nadien de abdij van Orval in brand stak, stuurde hij alle manuscripten die er werden aangetroffen naar Parijs. Daar ontdekte men in een kist vol boeken een kopie, gemaakt in 1793 door de laatste abt van Orval, van een drukwerk met de titel Boek van Profetieën, Samengesteld door Philippe-Dieudonne-Noël Olivarius, doctor in de geneeskunde, chirurg en astroloog. Op de laatste pagina stond geschreven: ‘Finis, MDXLII’. Deze Profetie van Orval stamde dus uit 1542.

Onderzoekers merkten al snel op dat er veel gelijkenissen bestonden tussen enerzijds de Profetie van de Solitair en die van Olivarius, en anderzijds de kwatrijnen van Nostradamus, die mogelijk tussen 1542 en 1544 in Orval verbleef. Was de grootste profeet aller tijden niet alleen de Solitair van Orval, maar had Nostradamus – die kon omschreven worden als doctor in de geneeskunde, chirurg en astroloog – ook het pseudoniem Olivarius gehanteerd? Dit zou zeker wel het geval kunnen zijn – voor de oppervlakkige waarnemer, althans –, want zowel Nostradamus als de Solitair van Orval en Olivarius schreven hun voorspellingen neer in de 16de eeuw, met inbegrip van verwijzingen naar de Grote Monarch, dat ook de naam was van het hotel in Varennes waar destijds Louis XVI werd gearresteerd .

Ik schreef: ‘voor de oppervlakkige waarnemer’ – want de mystificatie is niet bestand tegen een kritisch onderzoek, uitgevoerd door een professioneel van de Sûreté Générale. Inderdaad zijn de Solitair van Orval en Olivarius ongetwijfeld schuilnamen van aanhangers van de Franse monarchie. De boekjes die opdoken, zijn ontegensprekelijk gedrukt in 1820 en 1839, en we hebben voldoende redenen om aan te nemen dat de Profetie van Orval een politieke creatie is van de royalisten, die ten onrechte werd toegeschreven aan Nostradamus.



Voordat zijn carrière als profeet pas echt van start ging, zou Nostradamus inzage gekregen hebben in een oud en geheimzinnig boek, waarop hij al zijn latere werk heeft gebaseerd. Dit boek werd hem gegeven in Orval. Heeft Nostradamus het over dit boek in de brief aan zijn zoon Cesar, die ook dienst doet als voorwoord bij zijn profetieën? Hij schrijft over ‘volumes die eeuwenlang verborgen zijn gebleven’, en die hij in het vuur heeft gegooid. Was de profeet uit de Provence met andere woorden helemaal geen profeet, maar een plagiator? Werd Nostradamus alleen maar geïnspireerd door een authentiek antiek boekwerk, of is er nog iets anders aan de hand, en moeten de Centuriën helemaal niet beschouwd worden als voorspellingen?

Heel wat kwatrijnen in de Centuriën vermelden een tempel, een vloek, een schat:

• C9, K7 – waarin de Bretoen en de Normandiër voorkomen, die de aandacht van Dubus hadden getrokken – lijkt ons iets te willen vertellen over een vloek, of een dodelijke valstrik. Het kwade zal komen over hem die het gevonden graf opent en het niet onmiddellijk weer sluit. En we zullen niet in staat zijn te bewijzen dat hij beter een Bretoense of een Normandische koning was geweest.

• In C5, K1 vinden we bij een ‘Keltische ruïne’ twee personen die ruziën in de tempel. Een van hen, op een hengst gezeten, krijgt een dolk in het hart. Hij wordt begraven ‘zonder geluid te maken’.

• C11, K81 spreekt over een schat, door burgers van de Hesperiden verborgen ‘in de geheime plaats van een tempel’ (een kluis?). De tempel wordt door ‘hongerige bondgenootschappen’ heroverd, en blijkbaar is men verrukt over ‘de vreselijke prooi in het midden’.

• C6, K9 zegt dat er in heilige tempels ‘schandalen’ zullen worden bedreven, maar dat zij zullen beschouwd worden als een eerbetoon. Zij die in medailles van zilver en goud gegraveerd worden, zullen aan hun einde komen door vreemde kwellingen.

• C6, K16 heeft het over iemand die weggebracht wordt ‘door de jonge Havik en de Noormannen van Frankrijk en Picardië’. De zwarten van de tempel in het Zwarte Woud zullen van Lombardije één grote kroeg maken en er vuur ontsteken.



Hier is de volledige kwatrijn 13 uit Centurie 10, in de originele Franse versie:



Soulz la pasture d’animaux ruminants


Par eux conduicts au ventre herbipolique


Soldats cachez, les armes bruit menants,


Non loing temptez de cité Antipolique.



‘Soulz la pasture d’animaux ruminants’ kan vertaald worden als: ‘onder het voedsel van herkauwers’. Onder hooi, met andere woorden, zijn soldaten verborgen (hun wapens maken geluid!). De herkauwende dieren – ossen, bijvoorbeeld – leiden de soldaten naar een onderaardse ruimte in een stad die het woord ‘herbe’ (gras, kruid, onkruid) in haar naam draagt. Ze worden verleid (?) in de buurt van het mediterrane Antibes (of ‘Antipolique’, met zijn oude Griekse haven).

Interessant is dat de soldaten van de Franse koning Filips de Schone, meteen na de arrestatie van de Tempeliers in hun hoofdkwartier in Parijs, ontdekten dat de ‘schat van de Tempel’ verdwenen was. Ooks bijna de hele vloot van de Tempel bleek als in rook opgelost. Op zijn proces bekende de Tempelier Jean van Chalons, dat sommigen onder hen getipt waren over de nakende arrestaties. Een groep van 24 Tempelridders was er toen in geslaagd de schat van de Tempeliers Parijs uit te smokkelen, in drie ossenkarren, verstopt onder het hooi. Volgens Jean van Chalons waren ze naar La Rochelle gevlucht, een haven aan de Atlantische kust, waar ze de schat aan boord van hun schepen hadden geladen. De bestemming van de vloot en de schat van de Tempeliers is sindsdien het onderwerp van talloze verhitte discussies geweest. Een mogelijke bestemming was Schotland, maar daar werd nooit een enkel concreet bewijs voor gevonden.

Nu hoeft men geen agent van de Sûreté Générale te zijn om vast te stellen dat er een getuigenis bestaat over een konvooi van de Tempel dat uit Parijs is vertrokken en zich richting La Rochelle begaf, maar dat er geen enkele aanwijzing voorhanden is dat het konvooi daar ook is aangekomen. Heeft men de schat ergens langs de route naar La Rochelle in veiligheid gebracht? Of was La Rochelle slechts een afleidingsmanoeuvre, en ging men ondertussen met de werkelijke schat een heel andere kant uit?

Er zijn een aantal kwatrijnen van Nostradamus bekend, die als mogelijk onderwerp ‘een schat in Orval’ hebben. In C1, K27 wordt gezegd dat, niet ver van de eik die door de bliksem werd getroffen, de schat werd verborgen die gedurende vele eeuwen werd verzameld. Wanneer ze wordt gevonden, zal een man sterven, het oog doorboord door een veer.

Hier is de waarschuwing ook weer: de schat wordt beschermd door een dodelijke valstrik. Zo mogelijk nog belangrijker is ‘de eik die door de bliksem werd getroffen’. Een oude legende zegt namelijk dat Nostradamus vaak onder de oude eik zat, vlakbij de beroemde kruidentuin van de abdij – de oude eik die getroffen werd door bliksems afkomstig uit de kanonnen van artillerie-generaal Loison.

Ikzelf heb daar in Orval onder een andere eik gezeten, kijkend naar het welig tierende onkruid in wat ooit de kruidentuin van het klooster is geweest, temidden van de spookachtige ruïnes, mij afvragend waar precies de schat van de Tempeliers verborgen kon zijn, en wat ze dan wel mocht voorstellen…

Dubus stelde al dat er heel wat kwatrijnen van Nostradamus bekend zijn met het begrip ‘le Divin Verbe’ in, of een afgeleide. Ze staan vaak in verband met voorspellingen over de komst van de Grote Monarch en de Wederkeer van Christus. In C2, K13 wordt ‘het lichaam zonder ziel’ niet langer geofferd en neemt de dag van de dood de plaats in van de geboortedag, wanneer ‘de goddelijke geest’ de ziel gelukkig maakt, en het woord wordt waargenomen ‘in zijn eeuwigheid’. In C4, K5 zal vrede heersen, en het kruis, wanneer één goddelijk woord in vervulling gaat, en Spanje en Gallië verenigd zijn.

In C3, K2 heeft Nostradamus het, eigenaardig genoeg, over de Transsubstantiatie van het brood (dat tijdens de eucharistie in het lichaam van Christus verandert) en de wijn (die in Zijn bloed verandert). Om het nog vreemder te maken, betrekt hij er ook de alchemie bij, en het lage (là-bas, soubs ses pieds) dat het hoge weerspiegelt (là-haut, au siege Celique). Het vers laat zich lezen als een – voor Nostradamus – onthutsend lieflijk visioen van het Paradijs, waar de Geest almachtig is, en dat ons ten deel zal vallen wanneer het Woord weer Vlees is geworden en onder ons is komen wonen:



Le diuin Verbe donra à la substance,


Côpris ciel, terre, or occult au laict mystique:


Corps, ame, esprit ayant toute puissance,


Tant soubs ses pieds comme au siege Celique.



C2, K27 zou best wel eens kunnen verwijzen naar het graf van de beroemde abt van Orval, Bernard de Montgaillard, waar men overheen moest wandelen, of men nu naar beneden of naar boven ging: het Goddelijke Woord wordt in dit kwatrijn uit de hemel geslagen, ‘en hij die niet verder kan gaan, zal geconfronteerd worden met het geheim, dat opgesloten werd met zijn openbaring, zodanig dat men er voor en er overheen zal lopen’.

De laatste twee verzen van C8, K66 zijn mij volkomen duister, maar de eerste twee zouden eveneens naar het graf van de Montgaillard kunnen verwijzen: ‘Wanneer het geschrift DM zal gevonden worden, in de oude grot, onthuld door een lamp.’

Met mijn eigen ogen heb ik kunnen zien, in de ruïnes van de abdij van Orval, dat van het graf van abt de Montgaillard hooguit een klomp gesteente is overgebleven met het opschrift DM, maar dat zich daaronder nog een grafkelder bevindt (grot). Nu, van onder de nieuwe eikenboom die groeit op de plek waar Nostradamus zo vaak zou hebben gezeten, vlakbij de kruidentuin van het klooster, is men slechts enkele passen verwijderd van deze grot met het opschrift DM, waar ‘het geheim werd opgesloten met zijn openbaring, zodanig dat men er voor en er overheen zal lopen’, of men nu naar boven of naar beneden gaat. En is deze kruidentuin van Orval dan misschien ook niets anders dan de de stad met in haar naam het Franse woord voor ‘kruid’, waar de schat van de Tempeliers in veiligheid zou zijn gebracht, in een onderaardse ruimte? Er zijn massa’s legenden bekend over de onderaardse gangen van Orval…

Is het mogelijk dat de kwatrijnen van Nostradamus zijn ontworpen als een code, om door de eeuwen heen boodschappen over te leveren aan de ware ingewijden, die ze als enigen zullen kunnen begrijpen? Stel dat er werkelijk zoiets bestaat als een Schat van de Tempeliers, verborgen in Orval, waarmee een geheim genootschap meent een ultra geheim politiek project te kunnen financieren, bijvoorbeeld de Wederkeer van een Grote Monarch? En dat generaal de Bouillé en zijn samenzweerders daar wel iets van hebben begrepen, maar lang niet alles? Dat zij de bestaande Nostradamus Code hebben gebruikt om de Oorlogskas van de Bourbons toe te voegen aan de Schat van de Tempeliers, die daar reeds ergens was verborgen?

In C2, K12 worden ogen die gesloten waren, geopend door ‘een antieke fantasie’… En dit gebeurt wanneer de kledij van de monniken wordt herleid tot niets, en de Grote Monarch ze straft voor hun waanzin (of razernij), verrukt als ze waren door de schat die zich vlak voor de tempels bevond…


De geheimen van Orval spelen ook een belangrijke rol
in de historische thriller De Paus van Satan
van Patrick Bernauw & Philip Coppens.

Geen opmerkingen: