Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

19.7.10

Tongerlo: Leonardo's Laatste Avondmaal



De abdij van Tongerlo pakt op de website van haar Da Vinci Museum niet meteen uit met namen als Dan Brown of verwijzingen naar de Da Vinci Code, wat zeer begrijpelijk is. Ook zonder de mystieke en mysterieuze connotaties die verbonden zijn aan het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci - of een degustatie van het abdijbier, blijft een bezoek meer dan de moeite waard. Sinds 1545 is de norbertijnenabdij van Tongerlo immers in het bezit van een kostbaar doek: de meest getrouwe en mooiste replica van het beroemde fresco Het Laatste Avondmaal, door Leonardo da Vinci geschilderd in de eetzaal van het klooster Santa Maria delle Grazie te Milaan. Het originele fresco heeft erg te lijden gehad onder de tand des tijds, wat het schilderij van Tongerlo des te waardevoller maakt. Het zou onder toezicht van da Vinci door zijn leerlingen gemaakt zijn, maar het hoofd van Jezus en van Johannes zou door de meester zelf geschilderd zijn. 

In het museum zult u dankzij een subtiel klank- en lichtspel erg veel vernemen over de geschiedenis en het "verhaal" van dit meesterwerk, even groot als het originele fresco (460 x 880 cm), dat volgens een anoniem handschrift door "een Franse koning die Milaan had ingenomen" aangekocht werd. De kopie was mogelijk bestemd om het Laatste Avondmaal op een tapijt te reproduceren: het zogenaamde Arazzo-stuk, dat zich in het Vaticaan bevindt en in Vlaanderen werd geweven. Hoe dan ook, het doek werd in 1545 door de prelaat van Tongerlo gekocht en kreeg in de abdijkerk algauw bewonderaars met ronkende namen, zoals Rubens, Teniers en Van Dyck. Tijdens de Franse Revolutie verdween het schilderij uit da Vinci's werkplaats spoorloos, voordat de commissarissen van de Republiek het konden confisceren. Een legende vertelt dat het doek opgerold verstopt zou hebben gelegen op de zolder van een notaris in Herselt. In 1825 verhuisde het doek naar Mechelen en later kwam het nog in het bezit van de familie de Mérode en koning Leopold I.

Leonardo's Laatste Avondmaal keerde in 1840 terug naar een verwoeste abdij. Om de heropbouw van het klooster te bekostigen, onderhandelden de norbertijnen met onder meer musea in Londen en Berlijn, maar zonder resultaat. Toen de abdij in 1929 geteisterd werd door brand, sneed men het doek met een broodmes uit de omlijsting, waarbij het kunstwerk zo ernstig beschadigd werd dat men het niet langer kon tentoonstellen. Drie jaar later werd het gerestaureerd en in 1952, ter gelegenheid van de vijfhonderdste verjaardag van da Vinci, door een team specialisten bestudeerd. Daarbij ontdekten de heren Philippot en Marijnissen dat er onder diverse verflagen en vernissen eenzelfde tafereel verborgen zat, eindeloos fijner en "lumineuzer" dan wat daarvoor te zien viel. Een waar monnikenwerk dat acht jaar duurde, onthulde in 1966 ten slotte de "oorspronkelijke kopie"... Om het fresco zo dicht mogelijk te benaderen, had de kunstenaar het doek zelfs bestreken met een "muurpreparaat"...

"Voorwaar, ik zeg u: één van u zal mij verraden. Die is het, voor wie ik het stuk brood indoop en wie ik het geef." Het is dit moment dat weergegeven wordt op Leonardo's Laatste Avondmaal. Kunsthistorici hebben het over de verfijnde compositie en de ontroerende schoonheid van de gelaatstrekken, maar sinds de non-fictie boeken van het trio Baigent, Leigh & Lincoln (Het Heilig Bloed & de Heilige Graal), het duo Lynn Picknett en Clive Prince (The Templar Revelation) en Dan Brown die bij hen de mosterd ging halen voor zijn roman De Da Vinci Code, weten we dat hier nog veel meer aan de hand zou kunnen zijn dan op het eerste gezicht duidelijk lijkt.

De muurschildering ontstond op last van Ludovico Sforza in de jaren 1495-99, en volgens "mainstream" kunsthistorici past het perfect in zijn tijd, al bracht Leonardo wel één belangrijke innovatie aan: alle figuren - ook Judas - zitten samen aan tafel, terwijl het in die periode nog gebruikelijk was Judas aan de ene kant van Jezus en de apostelen aan zijn andere kant te plaatsen. Volgens hoger genoemde auteurs zou Leonardo op de hoogte geweest zijn van "het geheim van de bloedlijn", oftewel: dat Jezus was gehuwd met Maria Magdalena, en nakomelingen zou hebben gehad. Op het fresco zou Maria Magdalena zijn afgebeeld, en niet Johannes de Apostel (die rechts van Jezus zit) en een zeer vrouwelijk gezicht heeft. Vraag is alleen: waar zit Johannes dan? Schuilt hij soms onder de tafel?




 
Ook de identiteit van andere figuren die afgebeeld zijn op dit Laatste Avondmaal wordt door de "alternatieve" historici in twijfel getrokken. De tweede figuur die links van Jezus zit, wordt doorgaans geïdentificeerd als Jacobus de Meerdere, een broer van Jezus - door da Vinci dan ook voorgesteld als zeer gelijkend op Jezus. Wie aandachtiger kijkt, zal merken dat deze Jacobus eigenlijk als twee druppels water op Jezus lijkt, en ook identiek dezelfde kleren draagt, met als enige verschil dat Jezus een mantel over zijn rode tuniek heeft gedrapeerd. Is het dan zo vergezocht aan te nemen dat da Vinci een tweelingbroer van Jezus heeft afgebeeld op zijn Laatste Avondmaal?
 
Nu behoort tot de belangrijkste gnostische geschriften de Handelingen van Thomas, waarin de ongelovige Thomas uit het Nieuwe Testament als een speciale vertrouweling van Jezus verschijnt. In het Evangelie van Thomas spreekt Jezus zelfs zekere "geheime woorden" tot... zijn tweelingbroer Thomas! Het raadsel rond deze apostel wordt nog groter, als we in overweging nemen dat "Thomas" niet zomaar een eigennaam is, maar ook het Hebreeuwse woord voor "tweeling". Dat deze Thomas bovendien wordt aangeduid als "Thomas genaamd Didymus", maakt de zaak nog grotesker, want "didymus" betekent eveneens "tweeling". In de Handelingen van Thomas verklaart Jezus trouwens categorisch: "Ik ben zijn broer."
 
Fragmenten in andere aprocriefe werken spreken over een persoon genaamd "Judas Thomas", die niet alleen de tweelingbroer van Jezus is, maar ook een erkende en zelfstandige Messias. Deze oeroude "ketterij" was ooit wijd en zijd bekend in christengemeenten, waar men het archetypische idee van de goddelijke tweeling allerminst als godslasterlijk beschouwde. Judas Iskariot wordt vervloekt en veracht als de valse vriend die de Meester verraadt, maar strookt dit beeld met de historische werkelijkheid?
 
Jezus handelt in nauwe overeenstemming met de profetieën: hoe meer er in vervulling gaan, hoe wezenlijker zijn aanspraken worden als de Messias, die in de joodse context een zowel religieuze als politieke dimensie bezit. Nu verhaalt een duistere passage in de Schrift dat "de goede herder" verkocht moet worden voor dertig zilverlingen. Omdat Jezus heeft besloten dat hij ook deze profetie zal realiseren - niet spontaan, maar volgens plan - dient er een "verrader" gezocht te worden. Judas' missie is bijgevolg noodzakelijk "opdat de Schriften van de profeten in vervulling zouden gaan" (Mattheüs). De met opzet door jezus uitgekozen Judas  vervult zijn walgelijke plicht met tegenzin en terwijl de andere discipelen niet in de afspraak zijn ingewijd, ontstaat er een geheime verstandhouding tussen Jezus en Judas. Volgens Baigent, Leigh en Lincoln in De Messiaanse Erfenis blijkt dit zonneklaar uit het Laatste Avondmaal.
 
Onder invloed van Paulus verdwenen de vrouwen uit het Evangelie, werd van de edele en tragische figuur van Judas een gemene schurk gemaakt en werd ook de rol van Jezus' broers verduisterd. Mattheüs en Marcus zijn nochtans formeel: Jezus bezat tenminste twee zusters en vier broers - Jozef, Simon, Jacobus en... Judas. De tweelingbroer van Jezus, Judas Thomas Didymus, zoals hij ook op het Laatste Avondmaal verschijnt? (Maar wat dan met de beurs in de handen van de figuur die gewoonlijk als Judas wordt geïdentificeerd?)
 
Zonder verrader, geen held... Het is een thema dat ook nu nog sterk tot de verbeelding spreekt. De fantastische auteur Jean Ray werkte aan wat misschien wel zijn belangrijkste roman moest worden, toen de dood kwam aankloppen: Saint Judas de la Nuit. Hij zou daarin de onschuld van Jezus' verrader bepleiten, het op één na belangrijkste personage van het Passiedrama. Jorge Luis Borges behandelde hetzelfde thema in een kort verhaal, of essay, met de titel: Het thema van de verrader en de held. Hij gaat hierin nog een stap verder: verrader en held worden zelfs één en dezelfde persoon...
 
Stof tot mijmeren, als u Leonardo's Laatste Avondmaal degusteert, bij het verfijnde klank- en lichtspel, in de abdij van Tongerlo...
 

Geen opmerkingen: