Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

3.1.11

Laarne: Behekst, een showproces



Een fragment uit Laarne Behekst,
een lichtelijk absurde historische musical
op teksten van Patrick Bernauw & het Academisch Kwartier
en met muziek van Fernand Bernauw & Jan Vanden Bergh
geschreven in opdracht van Toneelgroep Kattenheye (2006)




JUSTINE: Dames en heren, mag ik u voorstellen… aan mijn rechterkant de man die al tientallen mensen heeft doen opknopen, radbraken, vierendelen en verbranden… Hij maakt beklaagden af als was het zijn tweede natuur. Verkozen tot de Baljuw van het jaar 1607… Graag uw applaus voor Jan Schepens!


Applaus. Boegeroep van de heksen.

JUSTINE: En aan mijn linkerkant, de vrouw die een drievoudige moordenaar vrijgesproken kreeg… Ze staat zo scherp als een broodmes, de vleesgeworden Geest van de Wet… Francine Dewilde!

Applaus en luide toejuichingen van de heksen.

JUSTINE: De eerste ronde gaat nu in… Baljuw Schepens, aan u het woord!

JAN: Beklaagde Callens, sta op!

Janne staat op.

JAN: U beweert niks te maken te hebben met de zaak aangaande de beroepszot Jan-Frans Gillens, die alleen nog domme moppen kon vertellen, en zodoende door u werd gebroodroofd?

CALLENS: Ik heb die vent nooit gezien!

JAN: Maar toch zou hij uw zwarte kat omgetoverd hebben in een wit konijn!?

DEWILDE: Ik protesteer! Het werd niet bewezen dat de zwarte kat in kwestie het huisdier van Janne Callens was!

JAN: Ik heb hier een verslag van een ondervraging onder tortuur door scherprechter Boudewijn Waelspeck van de firma Waelspeck & Zonen…

DEWILDE: Ik protesteer! Wij hebben hier zelf de verklaring van de heer Boudewijn Waelspeck junior met onze eigen oren aanhoord! Hij heeft verklaard dat hij de drie beklaagden niet heeft ondervraagd, en al helemaal niet onder tortuur!

CELIS: Hij heeft zelfs geen lichaamsonderzoek gedaan! Volgens mij is ’t er één van de verkeerde kant!

HOOFD JURY: Beklaagden in deze laatste ronde alleen maar spreken als ze daartoe uitgenodigd worden, juffrouw Celis.

JURY 1 Ik kan daar zelfs aan toevoegen dat zij moeten zwijgen, behalve indien ze gevraagd wordt te spreken!

JURY 2 Ik zou nog meer kunnen zeggen, maar…

JAN: (triomfantelijk) Ik heb voor alle zekerheid, meester Dewilde, niet alleen een ondervraging bevolen aan Boudewijn Waelspeck junior… maar ook aan Boudewijn Waelspeck senior… Hij heeft u onderzocht op duivelsmerken en hij vond er niet één… Hij vond er twéé! Niet op uw schouders, zoals Maeyken van…

CELIS Lap, daar is ze weer!

JAN: … had verklaard, maar één onder uw oksel en een ander op uw arm! Hoe zijt gij aan die tekens gekomen, Callens?

CALLENS: Hoe moet ik dat nu weten!? Ik weet het niet!

JAN: Na twaalf uur foltering heeft u verklaard dat uw Duivel Lucifer heet en dat hij voor het eerst voor u verschenen is op de heide van Heusden in het jaar 1587, als een grote jongeman zonder baard…

CELIS: Wauw! Een grote jongeman… zonder baard!

JAN: Hij was geheel in ’t groen gekleed en had een zwarte vierkante muts op zijn hoofd! Hij deed u God verloochenen en verplichtte u tot geslachtsgemeenschap! Tot driemaal toe en dat allemaal tijdens uw middagdutje! Het gebeurde in de smidse van uw man, in uw zwingelkot en in uw tuin! En de penis van de Duivel was ijskoud!

CELIS: Amai!

JAN: U nam vijfmaal deel aan een nachtelijke heksenvergadering! De eerste bijeenkomst vond plaats op de heide in Heusden. Rondom een groot vuur zaten zeven vrouwen, die kaas en brood ronddeelden. Een tweede bijeenkomst ging door op een berg, u danste er met een kroon op uw hoofd. Er stonden allerlei spijzen op tafel, maar niemand durfde ervan te eten uit schrik voor de talrijke aanwezige boze geesten. Bij aankomst kuste iedere deelneemster de Satan op zijn achterwerk. Hij stond daarvoor recht en trok een soort priestertoga omhoog. Ge zijt naar die vergadering gekomen in het gezelschap van een afgrijselijk lelijke duivel, die u slechts een rok en een sluier liet dragen! Is het niet zo, Callens?

DEWILDE: Mag ik u eraan herinneren, baljuw Schepens, dat Janne Callens deze bekentenissen heeft afgelegd nadat ze urenlang aan zware martelingen werd onderworpen!

JAN: Dat mag u, meester Dewilde… Maar laten we niet vergeten dat ze deze bekentenissen daarna niet herroepen heeft!

DEWILDE: Omdat zij anders opnieuw gemarteld zou worden, natuurlijk!

JAN: Net zomin als zij haar bekentenissen over een bijeenkomst nabij het Galgeneed heeft ingetrokken na de tortuur, meester Dewilde! Dit is de plek waar zij haar Galgenaas heeft gevonden en waar zij ook Passcheyne Neyts heeft gezien!

NEYTS: Dat kan niet! Ik ben daar nooit geweest!

JAN: Passcheyne Neyts! Sta op!

Neyts staat op.

JAN: Ontkent gij dat het duivelsmerk een teken is dat de Satan ter bezegeling van zijn pact op het lichaam van zijn volgelingen aanbrengt, en dat men het kan opsporen door er met een priem in te prikken, en dat de heks op deze plaats geen pijn voelt?

NEYTS: Ik eh…

JAN: Om dit duivelsmerk te vinden werden de beklaagden volledig uitgekleed en al het hoofd- en schaamhaar en het ander haar werd ook weggeschoren, want het teken kon zich overal op het lichaam van de verdachte bevinden, zelfs tot in de meest intieme delen!

CELIS: Ja, zal ik dan nu mijn meest intieme delen aan een onderzoek…?

JAN: Boudewijn Waelspeck senior heeft bij u niet minder dan vier duivelsmerken gevonden, Passcheyne Neyts!

CELIS: Wauw!

JAN: Eén op uw rechterheup, één op uw rechterbeen net boven de knie en één op elk van uw voetzolen! Boudewijn Waelspeck senior heeft u vervolgens vijf dagen en nachten ononderbroken wakker gehouden in de nabijheid van een hoog oplaaiend vuur, en hij heeft u ook de halsband omgelegd… waarna u bekend hebt dat u de Duivel voor het eerst ontmoette in Laarne in 1605, dat hij zich “Hans Drinkt Uit” noemde en dat hij zich aan u vertoonde in de gedaante van een kalf! Hij troostte u voor uw vele tegenslagen en beloofde dat u geen gebrek meer zou lijden als ge hem trouw zwoer en God verloochende. En daarna hebt ge geslachtsgemeenschap gehad en heeft hij u een poedertje gegeven… en gij dit poedertje aan Janne Callens gegeven!

CALLENS: Dat is niet waar! Ik heb nooit iets van dat mens gekregen!

NEYTS: ’t Is wel waar! Ik heb u iets gegeven tegen de koppijn en…

CALLENS: Gij die mij iets zoudt geven!? Ha! Laat mij niet lachen! Gij zijt een gierige pinne, gij! Altijd geweest! En ge zijt jaloers ook, gij! Ge hebt mij nooit kunnen uitstaan! En daarom hebt ge mij valselijk beschuldigd!

NEYTS: Gij zijt begonnen met mij valselijk te beschuldigen! Ge zoudt mij gezien hebben op die bijeenkomsten van u met de duivel, waar gij de koningin van het heksenfeest mocht zijn… Maar ik ben nooit op een feest geweest waar gij de koningin waart! Ha! Ik ben niet onnozel hé!

JAN: Beklaagden! Stilte alstublieft! Of ik laat u de mond snoeren!

CELIS: Goh… Gij kunt toch ook wel een strenge zijn, gij…

JAN: Gij hebt twee heksenvergaderingen bijgewoond, beklaagde Neyts… Een eerste nabij het hof van Willem de Moerloose in Laarne, een tweede voor het hof van Pieter Dierickx in Kalken. De duivel haalde u uit uw bed, legde een blok hout in uw plaats en voerde u naar de sabbat. Gebeurde dit te voet, met paard en kar, of al vliegend door een venster, deur of schoorsteen?

NEYTS: Ik weet het niet… Ik weet het niet meer!...

JAN: Haha! Ze weet het niet meer!... Weet ge dan nog dat die goddeloze feestvierders rondom een tafel zaten waarop groene kaarsen en gekookte spijzen stonden, Passcheyne Neyts? Weet gij niet meer dat ge de opperduivel op zijn aarsgat gekust hebt? Hij lag plat op de grond en de heksen kropen één voor één naar hem toe… en om zijn gat niet te missen, werd dat door een andere duivel met een kaars belicht!

CELIS: Goh! Dat zijn toch wel straffe toeren!

JAN: En ’t is daar dat Josyne Celis…

CELIS: Aanwezig! (giechelt)

JAN: … met haar duivel danste! Gij waart bij die bijeenkomsten portierster, Passcheyne Neyts!

DEWILDE (smalend) Heks Portier!

JAN: En Janne Callens was kokkin!

DEWILDE: Maar Janne Callens kan helemaal niet koken! Soep die zeven jaar goed blijft, ha! We hebben het daarstraks toch zelf kunnen proeven, zeker? Al na zeven seconden smaakte dat naar… naar…

JAN: Naar wat, meester Dewilde? Naar een typisch heksenbrouwsel, misschien?

DEWILDE: Ik protesteer! Baljuw Schepens legt mij woorden in de mond die ik niet gezegd wil hebben!

JUSTINE: Protest toegestaan, meester. Ge moet een beetje beter uitkijken waar ge uw woorden legt, baljuw.

JAN: Josyne Celis!

CELIS: Ah! Is het eindelijk mijnen toer?... Dan zal ik u vertellen dat ik eerst elke aantijging ontkende… Maar toen werd ik eindelijk aan een lichaamsonderzoek onderworpen door de sinistere beul Waelspeck…

Ze begint aan een soortement striptease.

CELIS Zijn ogen gleden begerig over mijn prachtige lichaam dat ik geheel en al voor hem moest ontbloten, zijn handen gleden over mijn gloeiende huid en ik slaagde er niet in een huivering te onderdrukken… Een vinger streelde mijn rechteroor en vond daar één duivelsmerk… Toen gingen zijn handen over mijn rug, en daar, tussen mijn schouderbladen, vond hij een tweede merk…

Haar rug is nu helemaal ontbloot en we zien dat ze daar inderdaad een grote moedervlek heeft.

CELIS De brute beul deed mij een halsband om, zette mij voor een hoog oplaaiend vuur… en ik bekende alles wat hij wilde horen, alles wat hem maar kon plezieren, en ik schiep zelf een duivels genoegen in mijn sensuele verzinsels over mijn duivel die Daneel heette en die in 1605 omstreeks middernacht voor het eerst bij mij in bed kwam liggen, mij vastgreep en zijn ding deed met mij. Drie keer na elkaar. En zonder pauze.

JUSTINE: Dan verleen ik nu het woord aan u, meester Dewilde. Wat hebt u te zeggen ter verdediging van deze drie beklagenswaardige beklaagden?

Geen opmerkingen: