Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

31.1.11

Antwerpen: Seminis Kinderen! - door Cois Geysen


Dit is een gast-post van Cois Geysen
met toestemming van de auteur overgenomen uit zijn boek

In het begin van onze jaartelling ontstond aan de oever van de Schelde het oudste gedeelte van Antwerpen. De eerste nederzetting die hier een tijdlang gevestigd was, verdween voor een betere locatie in meer zuidelijke richting, waar later de St. Michielsabdij werd gebouwd. In de zevende en achtste eeuw kwamen St. Eligius, Amandus en Willibrordus het christendom hier introduceren. In de tiende eeuw werd Antwerpen als een militaire versterking door de Duitse keizer opgenomen en vormde het Steen als keizerlijke burcht een onderdeel in de verdedigingslinie tegen Frankrijk. Hier bevond zich de burchtkerk, tevens de eerste kerk van de oude stad. In 1817 werd ze echter gesloopt, door het rechttrekken van de Scheldeoever. Er is niets meer van dit oude heiligdom overgebleven.

De geschiedenis beschrijft dat de kerk gesticht werd door St. Amandus in 660. Bij de inval der Noormannen zou ze echter verwoest en uitgebrand zijn. In de twaalfde eeuw lezen we over een burchtkerk met St. Walburgis als patrones. Walburgis was een Britse zendelinge die in de achtste eeuw onze streken kwam kerstenen en in een krocht verbleef aan de oude burcht. Ze werd schutspatrones tegen de vikingen en beschermster van de stad.

Zo vertelt de legende althans. Verschillende oude teksten geven echter volgende vreemde beschrijving over de eerste kerk. ‘De borchtkerk, was te voren den tempel van den afgodt priapus (vruchtbaarheidsgod).
In dese kerk heeft aleerst het christelijk geloof gepredict St. Eloy, den welke was Biscop Van Dornick...’. Er werd dus duidelijk verwezen naar een voorchristelijke cultusplaats.

De geschiedenis van die priapus vinden we terug in het Steen. Men vermoedt dat deze burcht met haar rotssterke omheining rond het jaar 1000 gebouwd werd. De oudste vermelding dateert dan ook uit 1008 wanneer het Steen beschreven werd als keizerlijke burcht. Een tweede datering uit 1303, beschrijft het Steen als gevangenis wanneer er gevangenen werden opgesloten na een gevecht op de Schelde tussen de Mechelse
en de Antwerpse vloot. Tijdens de zestiende eeuw had het Steen als gevangenis een afschrikwekkende reputatie en vonden er regelmatig executies van ‘ketters’ plaats. In 1864 werd het een museum van oudheden en paleontologie en in 1952 Nationaal Scheepvaartmuseum, waardoor het nog steeds van bekendheid geniet.

Van alle Antwerpse historische gebouwen behoort het Steen tot de meest bekende. De duizenden toeristen die jaarlijks door de Steenpoort wandelen hebben echter nauwelijks weet van deze bijzondere plaats. Belangrijk is echter een klein gedeelte van het bouwwerk, de vierkante nis boven de oude burchtpoort waar een sterk verweerd beeldje te zien is. Wat is de betekenis ervan?

Semini is de naam van dit oude bas-reliëf. In vorige eeuwen beschouwde men het beeldje als een vruchtbaarheidssymbool en stond het bijzonder in de belangstelling bij de Antwerpse jonge vrouwen die er een kindje kwamen afbedelen. In 1587 werd Semini door de jezuïeten zwaar verminkt want zijn tentoongestelde mannelijke kenmerken konden niet langer getolereerd worden door de toenmalige clerus. Uit gegevens van notaris Ketgen, werd Semini drastisch bewerkt wegens de onzedelijkheid van de voorstelling. In zijn beschrijvingen lezen we het volgende: ‘Boven dese poorte, aende zuytsyde stondt den affgodt PRIAPUS aende welcken de heydensche vrouwen dewelcke dat eenigen tyt onvruchtbaer bleven quaman heuren devotien houden, cussende zynen staff ende sy lieden daer naer bevrucht wordende lieten hun duncken dat zy liedendat benificie hadden van PRIAPO, den affgodt. Den staff van Priapus, zoo oock syne handen zyn by de PP Societatis Jhesu doen affhouden naer de reconciliatie der stadt geschiet anno 1584 ende deden zy lieden boven de figure van voors. Priapus stellen het beelt van de Maget Maria ende H. moeder Godts met dit omschrift: Den affgodt die g’hier ziet, en voorteyts hier aenbeden wort nu door desen maeght overtreden.'

In een ander deel van de notariële geschriften vinden we nog een verdere beschrijving: ‘ende de heydenen voor hunnen Godt gehoude Priapum van wien zy hadden staende ende noch voor een deel stondt anno 1638 ene figure in fatsoen van een helsch duyvelcken met een vrempt fatsoen DE GENITORIO, welck duyvelcken oft affgoyken de onvruchtbaere vrouwkens in dien tyt quamen aenbidden ende deden hem sacrificie om bevrucht te moegen worden, scriptor heeft dit afgoyken in syne volle posture noch sien staen, dwelck wattet was seer scandaleux hebbent de Patres Societatis Jesu anno 1587 oft 1588 onbegrepen,
doen affcappen aldaer noch wat voor een reliquium gelaten hebbende ende deden boven hem stellen eenen figuere van de Weerde ende H. Moeder Godts ende Maget Maria’.

Dat is één versie. Een andere vertelt dat de fallus zou verdwenen zijn door vrouwen die hem afschraapten om van het steenpoeder een middel tegen steriliteit van te maken. Zoals in het eerste deel te lezen is, zou dat
niet zo verwonderlijk zijn. Maar wie was nu deze ‘priapus’, dit ‘scandaleus afgoyken’? Zijn oorsprong is vrijwel onbekend en de meningen zijn erg verdeeld.

Floris Prims, de bekendste Antwerpse geschiedenisschrijver geeft de volgende (vrij onduidelijke) verklaring:
‘Boven de poort van het Steen steekt heden nog een steen waarop een figuurtje gebeeldhouwd is dat het meest gelijkt op een naakt jongetje met opgestoken armen. Voor andere geschiedkundigen was het oude beeldje een priapus en ter bestrijding van dezes eredienst had Godfried van Bouillon het uit Jeruzalem meegebracht. Ten gevolge hiervan zou men van het Antwerpse priapusbeeld gesproken hebben.’

Minder vergezocht is er een Keltische of Noorse godheid in te herkennen, want Semini of Jumini, werd als vruchtbaarheidsgod en behoeder van het menselijk geslacht, bij voorkeur op een maandag aangeroepen
in zijn tempel die op de berg Maranta in Noorwegen stond. Mogen we zijn oorsprong dan bij de Noormannen zoeken die op de plaats van het Steen een nederzetting bouwden? Werd hieruit bij onze Antwerpse voorouders de vandaag nog bekende verwonderinguitroep ‘God sjumenas’ afgeleid? Of
komt deze uitroep van de houding waarin het ventje staat? Het lijkt alsof hij aan het turnen is wat in het Antwerps dialect ‘jumenas’ (gymnastiek) genoemd wordt.

Het doet er niet toe. Algemeen wordt vermoedt dat het vruchtbare ventje veel ouder is dan het Steen zelf. Dan toch Keltisch en is Semini (zaad) als vruchtbaarheidssymbool in verband te brengen met Samhain, het heidense jaarfeest? Opvallend is dat gelijkaardige, maar naamloze beeldjes die terug te vinden zijn in Groot-Brittannië en Ierland, verwijzen naar de Keltische periode. Ze werden eveneens aangebracht naar de
zuidelijke richting, de plaats waar de zon haar hoogste punt bereikt. Net als zijn West-Europese soortgenoten is Semini dus zonneaanbidder en fallisch vruchtbaarheidssymbool, maar door de jezuïeten van zijn mannelijke kenmerken beroofd.

De lantaarn die men later boven de Steenpoort bevestigde, bracht een tweede verminking mee. Hij kreeg een verlichting alweer op dezelfde, ongelukkige plaats. In 1880 bij de afbraak van de oudste stadskern ontsnapte het Steen nog net aan de sloophamer, dank zij de toenmalige burgemeester. Semini die tot dan werd beschut werd door de huizenrijen aan beide kanten van de straat, werd blootgesteld aan storm en regen. Zelfs het afdakje boven zijn hoofd verdween en tot vandaag blijft enige vorm van conservatie ver te
zoeken.

Alle ingrediënten waren aanwezig om hier vruchtbaarheidsrituelen te houden vermits dit het enige restant was van de oude Priapustempel. De verwijzing naar een verbinding met een andere heidense cultusplaats vinden
we nogmaals in de getuigenis van notaris Ketgen. ‘Van dese poorte liep eenen rechten dijck naer Sinte Michiels clooster, alswair was den tempel van den afgodt Mars’.

Enkel de straatnamen herinneren nog aan de in 1833 afgebroken St. Michielsabdij. Volgens de oudste geschiedenis werd ze dus gebouwd op de plaats waar zich destijds de heidense tempel van Mars bevond. Bij opgravingen op de St. Michielskaai bevestigde Gallo-Romeins aardewerk de oudheid van deze plaats al wordt de Romeinse aanwezigheid in Antwerpen nog steeds in twijfel getrokken. Daar tegenover verwijst de vondst van een groot aantal neolithische silexbijlen en aardewerk naar prehistorische bewoning  in de omgeving...

Geen opmerkingen: