Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

22.4.15

Gent: De Zeemeermin op het Toreken


De Zeemeermin Melusine op het Toreken in Gent

Hoe is die Zeemeermin in 's hemelsnaam bovenop het Toreken van het Huidevettershuis terechtgekomen, gelegen aan de Vrijdagmarkt in Gent, waar nu het Poëziecentrum gevestigd is? Een lang verhaal, dat start in Schotland, in de tiende eeuw...


Het Toreken - CC Paul Hermans

Uit het huwelijk van koning Elinas en de fee Pressine werden drie meisjes geboren: Melias, Palatine en Melusine. Toen het koninklijke paar ruzie kreeg, trokken de feeën partij voor hun moeder en lieten ze hun vader gevangen zetten. Waarop hun vader zijn dochters vervloekte: iedere zaterdagavond zou het onderste deel van hun lichaam veranderen in een slangenstaart, wat ze de facto tot een soort zeemeermin omtoverde. Werden ze bovendien in die toestand van metamorfose betrapt, dan zouden ze ook hun toverkracht verliezen. 

De meisjes besloten zich op het Europese vasteland te vestigen, waar hun lot door niemand gekend was. Melusine trok naar de Ardennen. 'Op een mooie namiddag in het jaar 963, terwijl ze zich spiegelde in het heldere water van de Alzette,' lezen we in Ongewoon en Mysterieus België (een uitgave van Reader's Digest), 'verscheen Siegfried, de prins van die onherbergzame kontreien, wiens kleine kasteel zich op de nabije heuvels bevond. Voor de twee jonge mensen was het liefde op het eerste gezicht en hetzelfde jaar nog werden ze in de echt verbonden. Van een arme edelman werd Siegfried algauw een machtige heer, dank zij de magische praktijken van Melusine, die zich elke zaterdagavond weer heel geheimzinnig in haar vertrekken opsloot.'

Zo verliepen twintig jaar van echtelijk geluk, tot Siegfried verteerd raakte door jaloezie: waarom mocht hij nooit haar kamer betreden op zaterdagavond? Melusine, die haar echtgenoot door en door vertrouwde, was onvoorzichtig geworden en liet de deur van haar kamer al eens open. Nietsvermoedend, in haar gedaante van zeemeermin, nam ze een bad... Siegfried was nauwelijks van zijn verbijstering bekomen, toen de vloek al werkelijkheid werd: een vreselijke aardschok deed het kasteel instorten. Siegfried vond de dood in de puinen van zijn kasteel en Melusine, veranderd in een gevleugelde draak, ging weer in de wereld van de verbeelding wonen...

'Deze voorbeeldige vrouw en moeder, die door de vervloeking werd achtervolgd en ook de macht van het bovennatuurlijke symbolizeerde, werd de heldin van een roman van Jan van Atrecht in de 14de eeuw. Was zij een produkt van de fantasie of een echt bestaande vrouw?' - Een feit is dat de legende van de mysterieuze fee met de slangenstaart heel erg tot de verbeelding sprak van de graven van Boulogne, Rethel, Luxemburg, Toulouse, Lusignan en Anjou. Op zoek naar illustere voorvaderen, beweerden ze dat Melusine een van de eersten van hun geslacht was. Adellijke families probeerden haar beeltenis op te eisen, door het via gemanipuleerde stambomen aan hun afstamming toe te voegen. 

Het nobele bloed van Melusine zou volgens de overlevering, en via Godfried van Bouillon, ook door de aderen stromen van de christelijke koningen van Jeruzalem. Vandaar dat we echo's van haar verhaal ook terugvinden in de legende van Mathilde van Toscane en de stichting van de abdij van Orval. Mathilde was immers verwant aan Godfried van Bouillon. Ze is ook bekend als Luscente, en ligt zo aan de oorsprong van de naam Luxemburg, dat zoveel betekent als 'de burcht van Luscente'. In Koerich, gelegen tussen Luxemburg en Aarlen, net over de Belgische grens, kunt u trouwens nog altijd de ruïnes van het kasteel van Siegfried bezoeken. 

Ten slotte wordt haar verhaal ook op symbolistische en magisch-realistische wijze verteld in het allereerste toneelstuk van de enige Nobelprijswinnaar Literatuur die België ooit gehad heeft: La Princesse Maleine, van Maurice Maeterlinck. Hij schreef voornamelijk in het Frans en woonde een groot deel van zijn leven in Frankrijk, maar hij was een geboren en getogen Gentenaar. Haar verhaal wordt even goed verteld in een ander beroemd toneelstuk van zijn hand, Pelléas et Mélisande, dat door Debussy werd bewerkt tot een opera. Het loont de moeite om eens uit te vissen of de legende over de Gentse zeemeermin op het Toreken (zoals bijvoorbeeld verteld op Gent Blogt) beïnvloed werd door het toneelstuk van Maeterlinck, of Maeterlinck door de legende, want toneelstuk en legende beginnen op identiek dezelfde wijze. En het thema 'jaloezie' speelt een prominente rol in zowel legende als toneelstuk.

En daarmee houdt het niet op. Runen werken o.a. met 'resonantie'. Deze veruitwendigt zich in 'resonerende betekenissen': gelijkaardige betekenissen trekken elkaar aan, met als gevolg de 'betekenisvolle coïncidenties' of 'synchroniciteit' die we kennen uit de psychologie van Carl-Gustav Jung. Er zijn onder meer numerologische en astrologische correspondenties mogelijk. Maar de resonantie speelt uiteraard ook een rol op het niveau van de klank, en dan meer bepaald door stafrijm (alliteratie). Het zal u misschien opgevallen zijn dat niet alleen de naam Maurice Maeterlinck een stafrijm is, maar dat het ook geldt voor zijn dramatis personae Maleine en Mélisande - en uiteraard hun 'oermoeder', het archetype 'Melusine'. Het sluit naadloos aan bij de symboliek van de Runen waar de letter M (Mannaz) op esoterisch niveau o.a. staat voor 'sjamaan', 'transcendent bewustzijn', 'rasgeheugen' (dat we kunnen vertalen als het 'collectief onbewuste', ook weer bekend uit het werk van Carl-Gustav Jung). 

De Vereniging van de Koning en de Koningin.
Houtsnede uit het Rosarium Philosophorum, 1550.


De astrologische correspondentie van de Mannaz (ook Manna of Mann genoemd) is de Waterman, de goddelijke én tegelijk dierlijke correspondentie (dit paradoxale vind ik zo fijn aan die Runen) is de Mens. De plant die met de Mannaz wordt geassocieerd is de alruin en het element, in dit geval de elementen: Water & Vuur. Dat Mannaz de tegengestelden in zich verenigt (het goddelijke en het dierlijke, Water & Vuur) is - alweer - geen toeval: de alchemisten zoeken eveneens een vereniging van het Hoge en het Lage ('Boven is Beneden'), het Kleine en het Grote (het Heelal weerspiegelt zich in een zandkorrel), Yin & Yang, het mannelijke en het vrouwelijke... om uiteindelijk - in de Steen der Wijzen - het volmaakte evenwicht, de opperste harmonie, het Hemelse Jeruzalem te vinden. We vinden het ook terug in het principe van het Mystiek Huwelijk.


Mannaz 
Rune gemaakt in kant (Damme)


Pelléas heeft dan weer de P van Parsifal, en de P-Rune Perthro staat niet voor niets voor het Mysterie, onvoorstelbare gebeurtenissen en seksuele ontmoetingen, een inwijdingsritueel, het Lot (Karma) en irrationele angsten. Door zijn vorm wordt Perthro niet alleen geassocieerd met de vagina, maar ook met een recipiënt, een beker, een schotel... de Graal, kortom. Waardoor we naadloos belanden bij le Sang Réal, het Heilig of Koninklijk Bloed van de Bloedlijn van Christus, Jeruzalem, de kruisvaarders, Godfried van Bouillon, Orval en Brugge...


Perthro
Rune gemaakt in kant (Damme)


De Siegfried waarvan sprake, is overigens ook deze die we kennen uit Die Ring des Nibelungen van Richard Wagner; er zijn dan ook diverse 'resonanties' tussen het toneelwerk van Maeterlinck en het libretto van Wagner. De Sowilo of Sig-rune, ook bekend als het Zonnewiel, werd in de nazi-tijd verrdubbeld en in die vorm door de SS geadopteerd; de inscriptie in de SS-dolk zou dan gefungeered hebben als een beschermend amulet.

Dubbele Sig-Rune


Maar hoe kwam Melusine nu op het Toreken te staan? Wel, verdoemd tot een 'eeuwig' bestaan als geest, bleef ze nog steeds erg begaan met het lot van nakomelingen, die ze telkens waarschuwde voor naderend onheil. Dat was de burgers van Poitiers niet ontgaan, en zo groeide Melusine op tot mascotte van de stad.
'Toen de kruisvaarders jaren later het Heilig Land gingen bevrijden,' lezen we op Gent Blogt. 'hadden die van Poitiers een vaandel met daarop een gouden Melusine-beeldje.' Dit werd veroverd door de Arabieren, maar heroverd door Vlaamse kruisvaarders. Zij brachten het mee naar Biervliet, en toen eeuwen later de Gentenaars onder leiding van Jacob van Artevelde aan de poorten de stad stonden, waren de huidevetters de eersten die over de stadsmuren geraakten. 'Van Artevelde beloonde hen voor hun moed met het beeld van Melusine. Terug in Gent plaatsen ze het beeld als windwijzer op hun gildehuis, en daar staat het nog altijd.' Weliswaar in een nieuwe versie...