Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

31.3.14

Patrick Bernauw: achter het mistgordijn rond de Rechtvaardige Rechters... het Bloed van het Lam?



Zelden zoveel non-informatie verzameld gezien als in VRT-Journaal, Terzake, Zevende Dag en zowat alle kranten van de afgelopen dagen, met uitzondering van De Standaard. De zogenaamde "nieuwe wending" in de zaak is al jaren oud, inclusief de naam van de "vooraanstaande familie", en alle heisa is nauwelijks meer dan een replay van een piste die Marc Reynebeau al in 2012 uitvoerig belichtte. Een goede reden waarom een kunstwerk tachtig jaar lang niet anoniem teruggegeven kon worden, terwijl er al een waterdichte procedure voor werd uitgewerkt, heb ik nog niet gehoord. Zoals er ook te weinig vragen gesteld worden bij indianenverhalen in de rand, die het spel op de wagen moeten houden, bijvoorbeeld met betrekking tot  de restauratie (ook al een piste die dateert uit de vorige eeuw) waarin Paul De Ridder op basis van een kleurenfoto een origineel van een kopie kan onderscheiden.  

Stel dat het paneel  van de Rechtvaardige Rechters straks met Pasen weer opduikt - de bisschop, die het mysteriespel gretig meespeelt, heeft een mystieke oproep in die zin gelanceerd - dan kan men zich terecht afvragen of al deze commotie rond een naam die al jaren circuleert en die Paul De Ridder niet mag en kan noemen, niet een heel andere naam verbergt... en een heel andere kwestie ook. Het parket van Gent heeft de zeven kinderen van oud-minister August De Schryver gecontacteerd, maar zowel de kinderen als het parket bevestigen dat er nul komma niks te bevestigen valt. Toen de naam De Schryver jaren geleden viel, reageerden de kinderen ook al schriftelijk, met een formele ontkenning (zie Het Nieuwsblad). Wie de naam "De Schryver" draagt moet ondertussen behoorlijk pissed off wezen.

Is dit geen electorale stunt van N-VA-er De Ridder, die er samen met het bisdom in geslaagd is de VRT voor hun kar te spannen, wat is het dan wel? De interesse voor het mysterie van de Rechters was tanende, maar het bisdom zoekt tegenwoordig wel heel naarstig nieuwe inkomsten, en men kan meesurfen op de verse belangstelling gewekt door de restauratie en Clooney's Monuments Men. De journalisten van tegenwoordig zijn niet langer vertrouwd met het dossier - in de jaren negentig van de vorige eeuw was dat nog anders - en laten zich in de luren leggen door een paar namen die vertrouwen wekken, met een verhaal dat niet meer is dan opgewarmde kost, aan alle kanten rammelt, maar waarbij niemand op de redactie door gebrek aan dossierkennnis in staat is de juiste kritische vragen te stellen. Zodra de "scoop" van 12 minuten werd gelanceerd, kon de VRT zich ook niet meer terugtrekken zonder gezichtsverlies te lijden, zodat de non-informatie over het non-event diende voortgezet in andere televisionele bijdragen... en ook de kranten niet mochten achterblijven met hun non-informatie. 

Het kan niet ontkend worden dat Paul De Ridder erin geslaagd is, met de onwaarschijnlijke hand- en spandiensten hem verleend door VRT, een saaie "cold case" om te toveren "tot een potentiële tv-serie", zoals het vandaag in De Morgen  te lezen staat. Waarna eens te meer een artikel volgt dat een volledige bladzijde lucht beslaat, en waarin een journalist zonder kennis van zaken niet terzake doende vragen stelt aan BV's die al evenmin van toeten noch blazen weten, in dit geval scenarist Ward Hulselmans en thrillerschrijver Pieter Aspe. Dat het verhaal "dramatisch een beetje dood" is, zul je alleen noteren uit de mond van "experten" die Het Laatste Nieuws op de VRT gevolgd of de pagina in de gelijknamige krant van het afgelopen weekend gelezen hebben, waarin "80 jaar complottheorieën" herleid worden tot de meest spraakmakende hypothesen van de jongste 14 jaar, op eentje na (die zich makkelijk in een paar regels laat samenvatten). Dat de "informatie" die Hulselmans bijdraagt, zelfs vanuit zijn vakgebied, niet correct is, het zal de kwaliteitskrant worst wezen. Meer dan twintig jaar geleden ben ik samen met Fernand Auwera en Guy Didelez inderdaad betrokken geweest bij een VRT-drama-project van de ondertussen overleden dramaturge Marga Neirynck, rond de Rechtvaardige Rechters. Maar het project werd niet afgewerkt omdat er "geen leven" in zat of "de inzet niet groot genoeg" was - met een (toen nog) zeer vers nazi-spoor en drie potentiële moorden, lijkt dat wel zeer kort door de bocht - maar omdat men zo kort na De Bossen van Vlaanderen geen geld meer had voor een nieuwe geldverslindende historische-misdaadreeks.





Plat opportunisme tallenkant, gecombineerd met tenen krullende onwetendheid? Of een mistgordijn, om de ware namen en de ware kwestie achter het mysterie van de Rechtvaardige Rechters buiten beeld te houden? Omdat ik, als auteur van historische faction thrillers, mijn hand niet omdraai voor een complottheorie meer of minder, laat ik aan u de keuze, beste lezer. Maar als u dan toch een poging doet om een weloverwogen mening te formuleren, sta dan ook even stil bij het volgende:

Wat in het artikel van Het Laatste Nieuws  van afgelopen weekend te lezen staat onder "het ligt in de crypte van Albert I", is net niet helemaal verzonnen door de journaliste, die uiteraard niet de moeite gedaan heeft haar informatie even bij Chris Noppe te checken, maar die zoals het gros van haar collega's  overschrijft van diezelfde collega's (en Wikipedia natuurlijk). Het is anderzijds wel een feit dat de bisschop op de vooravond van Pasen een mystieke oproep doet, die op een eigenaardige manier een verwrongen echo is van de thema's uit mijn boek Het Bloed van het Lam (2006). Zoals het ook een feit is dat de website De Openbaring van Arsène Goedertier  net live is gegaan, en dat het de stelling van Noppe is dat we de naam van "de vooraanstaande familie" niet in Gent, maar in Laken moeten zoeken.

Dat er mogelijk een verband bestaat tussen de Rechtvaardige Rechters en Marche-les-Dames is overigens ook al geen echt nieuwe piste: zie bijvoorbeeld de post op deze website, daterend van 2011.

Wat in De Openbaring van Arsène Goedertier te lezen staat - de publicatie van het boek staat gepland voor het najaar 2014 - is dat wél.


19.3.14

Het Geslacht van de Engel, nieuw boek Patrick Bernauw over de Grote Oorlog en de Engelen van Mons


Op 15 maart stelde Patrick Bernauw In De Maeltydt te Aalst zijn nieuwe boek voor, Het Geslacht van de Engel, en dit in het kader van de opening van de tentoonstelling Een Literaire Maeltydt. Het boek zal daarna uitsluitend verkrijgbaar zijn in de online boekhandels (maar dan wel alle online boekhandels, ook Bol.com en Standaard Boekhandel), In De Maeltydt of - gesigneerd - bij de auteur zelf (bestellingen via info@inter-actief.be). Het boek kost 18,95 euro, In De Maeltydt 18 euro en bij de auteur 20 euro inclusief verzending (in België). 





"Lang geleden las ik in De Zwanen van Stonehenge, het onvolprezen boek van Hubert Lampo over het magisch-realisme, over de schrijver Arthur Machen. Hoe hij met een kort verhaal in de vorm van een artikel verantwoordelijk werd voor een van de grootste mythes van de Grote Oorlog. In augustus 1914  stond het Britse leger bij het Belgische stadje Mons namelijk op het punt geheel vernietigd te worden door de Duitsers, die drie keer zo sterk waren. Tot een magisch schimmenleger aan hun zijde verscheen...

'Ik heb ze verzonnen!' bleef Machen het nadien hardnekkig herhalen.
'Onzin,' zeiden de veteranen die de eerste grote slag van de Eerste Wereldoorlog overleefden. 'Wij hebben de Engelen van Mons met onze eigen ogen gezien!'

Het artikel was de start van een jarenlange zoektocht naar de waarheid achter een verhaal, en naar de werkelijke aard van 'het mysterie van Mons'. Wat was daar precies aan de hand geweest? Uiteindelijk leidde het mij, met dank aan het ondertussen uitgevonden internet, naar de geheime experimenten met 'black propaganda' die zowel vóór en tijdens de Eerste Wereldoorlog als nog lang daarna door de Britse geheime dienst werden opgezet. Zo maakte ik niet alleen kennis met de Engelen, maar ook met de Hellehond van Mons, met ultra-moderne PSY OPS of 'psychologische operaties', en met zeer wetenschappelijk onderbouwde technieken van misleiding en desinformatie... waarbij de 'magie' evenwel nooit ver weg was. Ook om die reden kon deze 'historische faction thriller', waarvan de wortels te vinden zijn in een boek over het magisch-realisme, alleen een onversneden magisch-realistische roman worden."

                                                             Patrick Bernauw



Bezoek Mons nu samen met auteur Patrick Bernauw, in de voetsporen van de Engelen, al of niet in het kader van een stadsspel-fotozoektocht of een stadswandeling-met-lezing. Ook mogelijk met doe-het-zelf pakket. Alle informatie, boekingen & bestellingen: info@inter-actief.be





Nawoord 
Het Geslacht van de Engel



Deze roman is het verslag van een speurtocht die mij al sinds mijn zestiende in de ban heeft gehouden. Op die leeftijd las ik De zwanen van Stonehenge van Hubert Lampo, een boek over ‘magisch-realisme en fantastische literatuur’, waarin Lampo een heel hoofdstuk wijdt aan Arthur Machen en het in dat kader ook over ‘de engelen van Mons’ heeft: ‘Ziedaar een waar gebeurd fantastisch verhaal,’ dacht ik, ‘dat je zelf niet beter had kunnen verzinnen!’
Machen schaarde zich met zijn exploot in een respectabele rij literaire illusionisten. Edgar Allan Poe bedacht een verhaal over de oversteek van de Atlantische Oceaan per vliegmachine en goot het – ja, ook hij! – in de vorm van een nieuwsbericht. En men zei het voort, en men kwam het zien.
Dezelfde techniek werd een eeuw later trouwens met evenveel succes toegepast door Orson Welles in zijn radiodrama, gebaseerd op de sciencefiction roman van H.G. Wells, over de moordende Martianen die op aarde geland waren… en veroorzaakte daarmee aardig wat paniek.
Howard Phillips Lovecraft refereerde in zowat al zijn verhalen aan de godslasterlijke Necronomicon– een verboden toverboek dat alle andere middeleeuwse grimoires ver achter zich liet – zodat tal van lezers in bibliotheken, boekhandels en antiquariaten op zoek gingen naar het demonisch meesterwerk.
En Arthur Conan Doyle speelde niet alleen een vooraanstaande rol in de geschiedenis van de elfjes van Cottingley, maar was ook een van de verdachten van de frauduleuze schedel van Piltdown, waardoor – voilà! – de missing link tussen mens en aap zou zijn gevonden (en hij was betrokken bij een dubieuze spiritistische toestand op Barbados, waar doodskisten voortdurend van plaats verwisselden).
Het is inderdaad een geliefd geintje van voornamelijk schrijvers in het fantastische genre, om met een zo wild mogelijke fictie keiharde feiten te creëren. Ze maken hun leugens waar en transformeren hun fictie tot feiten, op een manier die vaak zelfs hun stoutste dromen overtreft. Het vreemde daarbij is, dat hun fictie niet ontspoort en ongeloofwaardig wordt bevonden, als ze aan de werkelijkheid wordt getoetst. Vaak gebeurt het net andersom, en zijn het de feiten die ontsporen. Maar misschien scoren precies deze schrijvers van het fantastische dergelijke ongelooflijke effecten, omdat hun sterke verhalen vooral op een onbewust, archetypisch niveau werkzaam zijn. Zij begeven zich immers in het slecht gemarkeerde grensgebied van waarheid en bedrog, waarin het steeds moeilijker wordt droom van realiteit te scheiden.
Jarenlang heb ik het verhaal van de Engelen van Mons met mij meegezeuld. Vroeg of laat zou ik er een boek over schrijven, dat stond vast. Maar ik slaagde er niet in de hand te leggen op het soort informatie dat het schrijven van dat boek mogelijk moest maken. Ik vond en verslond enkele korte romans en verhalen van Arthur Machen, waaronder The Great God Pan en The Terror, een stuk of wat biografische notities, enkele korte vermeldingen van het mysterie van Mons in naslagwerken over het panormale – en dat was het. Tot een vriend van me in de lente van 2000 terugkeerde van een trip naar Londen met een boek, samengesteld uit het knipselarchief van een Britse zonderling:Man Bites Man. De zonderling, George Ives, was blijkbaar ook gefascineerd door de Engelen van Mons, want in zijn archief bevonden zich een paar artikels over de raadselachtige Friedrich Herzenwirth.
De kolonel sprak danig tot mijn verbeelding en de drang om iets te gaan doen met de Engelen werd nu wel heel groot. Toevallig – of net niet – stuitte ik in dezelfde periode ook op een paar boeken die Richard Heijster publiceerde over de Eerste Wereldoorlog. Een ervan, Mysterie 14/18, bevatte nogal wat informatie over de Engelen, maar ook over aanverwante fenomenen als de Witte Cavalerie en de Witte Kameraad. Toen liet ik de onvolprezen zoekmachine Google los op de termen ‘Angel’ en ‘Mons’ en zie: op het wereldwijde web viel zowaar een schat aan informatie te rapen met betrekking tot Arthur Machen en de Engelen. Een paar sites combineerden de zoektermen zelfs tot ‘Mons Angelorum’.
In de winter van 2000-2001 knutselde ik een eigen theorie in elkaar, vooral gebaseerd op gegevens die ik op het internet had aangetroffen. Kevin McClure publiceerde een bijzonder interessante chronologie en analyse van het mysterie van Mons (Visions of Bowmen and Angels; Angels to the Rescue verscheen in Fortean Times, nr. 68); Alan Coulson en Michael Hanlon gingen in The Case of the Elusive Angel of Mons de mythe te lijf zoals Sherlock Holmes dat zou hebben gedaan. The Friends of Arthur Machen hadden en hebben een site die mij bijzonder goed van pas is gekomen, en ik las en herlas ook een artikel van ene ‘Nessie’, waarin het hele fenomeen werd herleid tot een uit de hand gelopen experiment met magie (de Gouden Dageraad!) en psychologische oorlogsvoering, geconcipieerd door de Britse geheime dienst. Uiteindelijk schreef ik een essay van meer dan tweehonderd bladzijden, waarin ik mijn theorie omstandig uit de doeken deed, maar die geen mens zou willen lezen, laat staan geloven. Want, zoals Arthur Machen al schreef: ‘Je kunt niet geloven wat je niet kunt zien.’ – En ik zag door de bomen het bos niet meer.
Kwam daarbij, als het écht goed moest zijn, zou ik mijn theorie ook moeten laten zien aan de lezer… en zo het ongeloof opschorten, zoals Edgar Allan Poe, Howard Phillips Lovecraft, Orson Welles, Arthur Conan Doyle en natuurlijk ook Machen zelf het mij hadden voorgedaan. En daarvoor is een roman nu eenmaal beter geschikt dan een essay. Dus bracht ik in het voorjaar van 2001 een paar dagen door in Mons, om de sfeer op te snuiven, en kwam ik prompt ook in de ban van dit kleine charmante stadje. Ik bezocht het soldatenkerkhof van Saint-Symphorien en ging op een bank zitten onder een oude kastanjeboom, in de schaduw van het belfort. Daar kwam ik op het idee om mijn roman op te hangen aan het verslag van mijn eigen queeste naar het wezen van de Engel, maar tegelijk het verhaal van Machens leven en werk te brengen, verteld vanuit vanuit het perspectief van zijn zoon Hilary. Dat boek, De Engel van Mons, verscheen in 2002 als eerste uitgave van de nieuwe uitgeverij Afijn – een uitgeverij voor jeugdliteratuur, maar voor deze ‘roman voor adolescenten’ maakte dat naar mijn gevoel niet veel uit.
Uiteindelijk liet ik in mijn roman een magisch-realistische vaagheid bestaan rond de vraag wat daar nu precies aan de hand was geweest in Mons, en waarom Arthur Machen als kampioen van het bovennatuurlijke zo hardnekkig bleef ontkennen dat het mysterie van Mons ook een mystiek kantje had. Het Woord was vlees geworden, oké. En het was geen kwestie van ‘of/of’, maar van ‘en/en’ – zo ongeveer wat ik Eustache Cerbère laat zeggen over het fenomeen, net voor hij het hoofdstukProject Blue Beam aansnijdt. Met de groei van het internet en de verhalen die daarop terug te vinden zijn, en omdat ik dankzij het web ook over hoe langer hoe meer boeken van Arthur Machen beschikte, vond ik mijn eigen, wat wazige ‘en/en’ verklaring evenwel steeds ontoereikender worden. De boeken van David Clarke (The Angel of Mons, Phantom Soldiers and Ghostly Guardians) en James Hayward (Myths & Legends of the First World War) verschaften nieuwe verhelderende inzichten, vooral met betrekking tot thema’s als black propaganda, Psy Ops en – hoewel de naam niet valt in hun werk – Project Blue Beam. Uiteindelijk kon ik niet anders dan een poging doen om De Engel van Mons 2.0 te schrijven.
Christopher Knowles maakt op zijn blog The Secret Sun (http://secretsun.blogspot.be/2010/11/project-blue-beam-exposed.html) brandhout van het hele Blue Beam concept van Serge Monast. Net voordat Monast het conspiracy circuit van nieuwe, verbijsterende munitie voorzag, publiceerde de man achter Star Trek, Gene Roddenberry, een boek met een thema waar de hard core fans al ten zeerste mee vertrouwd waren, omdat het in de jaren zeventig al verwerkt werd in een synopsis voor een Star Trek speelfilm: ‘Zijn voorstel vertelde het verhaal van een vliegende schotel, die boven de aarde hing, en geprogrammeerd was om mensen naar beneden te sturen die op profeten leken, onder wie ook Jezus Christus.’ En hoe zullen de aardlingen de beelden van deze goden ontvangen? Wel, op telepathische wijze natuurlijk.
Het kost Christopher Knowles niet de minste moeite te bewijzen dat Monast de krachtlijnen van zijnBlue Beam verhaal aan een script voor een sciencefiction film heeft ontleend. Of hoe een fictie opnieuw aanleiding geeft tot feiten… Anderzijds kan er geen twijfel aan bestaan dat er een dikke klare lijn loopt tussen het concept van de Engelen van Mons tijdens de Grote Oorlog, de Sky Projector waarmee Harry Grindell-Matthews vooral in de jaren twintig in de weer is geweest, de verklaringen van kolonel Herzenwirth uit 1930, het A-Force Team van illusionist Jasper Maskelyne dat ingeschakeld werd in de Tweede Wereldoorlog, en de maar al te reële experimenten die daarna werden uitgevoerd door de Amerikaanse en Canadese geheime diensten, maar vooral door de CIA. Te midden van al de hysterische en soms ronduit nonsensicale fictie van Monast duikt hier en daar ook een onomstootbaar feit op. In de jaren zeventig vonden er nu eenmaal hoorzittingen plaats rond MK-Ultra; zie in dat verband: http://en.wikipedia.org/wiki/Project_MKUltra.

Het kan niet ontkend worden dat Artur Machen met zijn verhaal over de spookachtige boogschutters van Mons aan de basis heeft gelegen van een serie gelijkaardige Psy Ops Projecten, die een periode van honderd jaar overspant. Vanuit dit perspectief bekeken, zouden we zelfs kunnen stellen dat – uiteindelijk – Monast de mosterd bij Machen heeft gehaald. Het aanwenden van Psy Opstechnieken na de Grote Oorlog, of het experimenteren met toepassingen van wat Machen inmiddels als de Ware Zonde beschouwde, kan dan zeer goed verantwoordelijk zijn geweest voor zijn ontkenning dat er in augustus 1914, in Mons, zo tussen hemel en aarde, zo ongeveer gaande was wat hij in zijn stoutere dromen al eens pleegde te dromen.

1.3.14

Het Geslacht van de Engel - nieuw boek Patrick Bernauw over de Engelen van Mons


De eerste grote slag van de Grote Oorlog vond plaats bij Mons, in september 1914. Het volledige Engelse expeditieleger stond op het punt uitgeroeid te worden door een Duitse overmacht die drie keer zo sterk was. Om het moreel van de troepen – en aan het thuisfront – hoog te houden, schreef de Britse auteur van fantastische literatuur Arthur Machen een verhaal in de vorm van een artikel, dat hij publiceerde in de krant. Aan de zijde van de Britse soldaten zouden de spookachtige boogschutters van de Slag bij Azincourt in 1415 opgedoken zijn. Toen de Britten erin slaagden aan de Duitse wurggreep te ontsnappen en zich terugtrokken achter de Marne, ontstond het gerucht dat zij daarbij geholpen werden door ‘de engelen van Mons’… en één van de grootste mythen van de Grote Oorlog was geboren.

Tot op de dag van vandaag blijft de ware aard van de Engelen van Mons een mysterie: werden zij in het leven geroepen door de overspannen verbeelding van soldaten die leden aan shell shock… of waren zij het product van geheime (propaganda-)diensten? Patrick Bernauw schreef al eerder een boek over De Engel van Mons (Afijn, 2002), maar kon toen nog geen min of meer sluitend antwoord geven op een aantal vragen. Dat is nu wel mogelijk, met deze magisch-realistische en ‘historische faction thriller’, waarin exact 100 jaar na de gebeurtenissen bij Mons de grenzen van waarheid en leugen, geschiedenis en mythe, feiten en fictie worden verkend.

Het boek Het Geslacht van de Engel wordt een eerste keer voorgesteld op zaterdag 15 maart om 17 uur, in het kader van het evenement Een Literaire Maeltydt in Aalst, georganiseerd door vzw de Scriptomanen. Graag een berichtje als u er bij wil zijn. Dat kan via info@inter-actief.be of op de Facebook-pagina Een Literaire MaeltydtHet boek kost 18,95 euro, maar wie vooraf intekent, kan het op zaterdag 15 maart ophalen aan 18 euro, gesigneerd door de auteur, samen met een uniek 'black-out poetry object' (= een stiftgedicht in een cassette of cd-houder) of een dito poster (A4).





Mons zal ongetwijfeld ook een rol spelen in de manifestaties waarin de Eerste Wereldoorlog worden herdacht. Vooral in het Angelsaksische taalgebied zijn ‘the Angels of Mons’ een begrip. In 2015 wordt Mons bovendien de culturele hoofdstad van Europa. Van het verhaal van de Engelen van Mons bestaat ook een ‘mystery city game’ in het Nederlands, Frans en Engels, dat gespeeld kan worden met een fotoboek of als GPS-spel.