Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

28.11.12

De Tombe van de Zwarte Vijver












Geef toch toe, dat je van kindsbeen af een dromer bent geweest. Dat je zag en hoorde wat anderen niet konden zien of horen – doorschijnende wezens in het woud van je dromen, een stem in je hoofd die de jouwe niet was: nu eens was de stem van een man, dan weer die van een vrouw, een jongen, een meisje. Maar ze sprak altijd Engels, zodat jij de taal van Shakespeare al machtig was nog voor je de driewieler inruilde voor een echte fiets, en zonder één enkele les te krijgen. Je kon geen Engels schrijven en je durfde het niet spreken – omdat je het later ook niet wilde, is je accent altijd afschuwelijk gebleven –, maar je begreep alles wat de stemmen je vertelden. Bijvoorbeeld, hoe je voortdurend verdwaalde…
… in realms apart from the visible world; spending my youth and adolescence in ancient and little known books, and in roaming the fields and groves of the region near my ancestral home. I do not think that what I read in these books or saw in these fields and groves was exactly what other boys read and saw there, but of this I must say little…
Achter het huis van je grootouders bevond zich het restant van de heirbaan Tongeren-Boulogne, die onder meer het Romeinse legerkamp van Assche verbond met de Nervische hoofdstad Bagacum Nerviorum, oftewel: Bavay. Maar lang voordien volgden Keltische handelaars deze route al; daarop wezen de talloze grafheuvels uit Brons- en IJzertijd. De route sneed dwars door het oeroude Kolenwoud en zou later nog uitstekende diensten bewijzen voor het transport van de zandsteen die in de streek van Asse, Meldert, Erembodegem en Affligem werd gewonnen, en waarmee onder meer de Sint-Michielskathedraal van Brussel, de Sint-Janskathedraal van ’s-Hertogenbosch, de Sint-Martinuskerk van Aalst en de abdij van Affligem werden gebouwd. Uitgeputte zandsteengroeven lieten diepe kraters achter, die zich vulden met water en in het beste geval veranderden in visvijvers, in het slechtste in verraderlijke moerassen. Eén zo’n gat in de grond, de Duivelsput, had in de loop der tijden een uitzonderlijk kwalijke reputatie verworven, en toch was het in zijn…
… twilight deeps I spent most of my time; reading, thinking, and dreaming. Down its moss-covered slopes my first steps of infancy were taken, and around its grotesquely gnarled oak trees my first fancies of boyhood were woven.
Hier is het dat je voor het eerst een bosnimf hebt gezien, uitgelaten dansend in het maanlicht – haar naam klonk als Isa... of Lisa. Maar laten we het hier verder niet over hebben, mijn jonge vriend – want zoals ik in mijn verhaal The Tomb op een open plek in het bos de eenzame tombe van de Hyde familie heb gevonden, zo vond jij daar, met Duivelsput en Galgenberg in de rug, aan de oever van de Zwarte Vijver, het kleine mausoleum van de Heren Verbrugghen. Hun kasteel was in de jaren dertig met de grond gelijk gemaakt, maar de paters van de abdij van Affligem hadden hun naam het eeuwige leven geschonken. Niemand wist waarom precies, of het zou moeten zijn dat de paters net op deze manier het ultieme bewijs hoopten te leveren dat het Goede wel degelijk had gezegevierd op het Kwaad, en dat van de Boze werkelijk niets meer te vrezen viel. En hoe konden ze dat beter doen door het domein van de Heren Verbruggen, met zijn Duivelsput en Galgenberg, ook officieel om te dopen tot een ‘Domein Verbrugghen’? De Heren Verbrugghen – van Dames was merkwaardig genoeg nooit sprake in de familiegeschiedenis –
… the race whose scions are here inurned had once crowned the declivity which holds the tomb, but had long since fallen victim to the flames which sprang up from a stroke of lightning. Of the midnight storm which destroyed this gloomy mansion, the older inhabitants of the region sometimes speak in hushed and uneasy voices; alluding to what they call 'divine wrath'…
Nooit zal je de namiddag vergeten toen je voor het eerst op dat verborgen doodshuis stootte. Het was hoogzomer, en het was of je werd bedwelmd door de subtiele geuren van het bos, zijn planten en bloemen, zijn kreupelhout en struikgewas. De geest verliest ieder perspectief  in die omstandigheden; tijd en ruimte worden irreële begrippen, en echo’s van een vergeten voorhistorisch verleden dringen je bewustzijn binnen.
Je kwam hier vaak met je grootvader, maar nooit was je zo ver geweest. Er hingen overal bordjes met Verboden toegang! of Privé Terrein en je zag er zelfs met een doodskop en daaronder in vlammend rood: Danger! En volgens je grootvader lagen er in de buurt van de Zwarte Vijver nog volop ‘wolfsijzers en schietgeweren’ uit de tijd van de Heren Verbrugghen.
Een hele dag had je door de restanten van dit mystieke Kolenwoud gedwaald, langs een karrenspoor dat nog herinnerde aan de antieke Romeinse weg…
… thinking thoughts I need not discuss, and conversing with things I need not name. In years a child of ten, I had seen and heard many wonders unknown to the throng; and was oddly aged in certain respects.
En toen – je baande je een weg door een veld van braamstruiken – stootte je plots op dat kleine dodenhuisje, opgetrokken uit de zandsteen waarvoor deze streek in lang vervlogen tijden bekend had gestaan. De deur stond op een kier, maar een ijzeren ketting en hangsloten verhinderden je de kluis te betreden.
Aangespoord door een stem, die nu eens niets anders leek te zijn dan de zwarte ziel van het Kolenwoud zelf, dan klonk als die van mij of zelfs die van de bosnimf Lisa, gluurde je door de kille vochtige spleet naar binnen. Je trok en sleurde aan de roestige ketens in de hoop de deur verder open te krijgen en zo toch nog naar binnen te kunnen glippen, maar het was al tevergeefs.
And returning home in the thickening twilight, you have sworn to the hundred gods of the grove, that at any cost you would someday force an entrance to the black and chilly depths, that seemed calling out to you.
De tombe fascineerde en obsedeerde je. Op een of andere manier associeerde je de kille zandsteen met een warm en ademend vrouwenlichaam, met de baarmoeder zelfs waaruit de Heren Verbrugghen waren ontsproten – en dan had je nog niet eens Freud gelezen.
Je besefte heel goed dat de geheimen van de sinistere Heren van de Duivelsput hier samen met hen waren begraven. Je dacht aan het gedempte gefluister van de volwassenen, en hun verhalen over de zonderlinge rituelen en losbandige festijnen die hadden plaatsgevonden op het domein van het kasteel dat er nu niet meer was. En dat dit de reden was waarom het moest worden afgebroken… of waarom een Goddelijke Bliksem de Tempel van de Boze in de as had gelegd – het onderscheid was niet zo duidelijk.  
Dagenlang zat je te mijmeren voor de op een kier staande deur van de tombe. Je bracht een sterke zaklamp mee en speurde het voorportaal af, maar je ontdekte alleen het begin van een stenen trap die in de aarde verdween. De geur van verderf was weerzinwekkend, en toch trok het je aan. In een verleden dat voorbij je herinneringen lag, zelfs voorbij het lichaam waarover je nu kon beschikken, was je hier al eens geweest.
How many years have you been looking forward with hot eagerness to this moment, my love?
Hoevele jaren had je – opgewonden en verlangend – uitgekeken naar dit moment? Naar het ogenblik waarop je door een glibberige poort naar binnen zou glippen, om af te dalen in de duisternis van die stenen treden?
Here you would lie outstretched on the mossy ground, thinking strange thoughts and dreaming strange dreams.
Uitgestrekt op de mosgrond voor de ingang van de tombe dacht je vreemde gedachten en droomde je vreemde dromen. Het voelde onmiskenbaar aan als een ontwaken, toen je mijn stem weer hoorde – monotoon, mechanisch, en met dat ongewone vocabularium, die merkwaardige uitspraak.
Was het je verbeelding, of werd daar inderdaad haastig een licht gedoofd in dit haast volkomen in het drijfzand verzonken heiligdom?
Niet dat je overmeesterd werd door paniek, je was zelfs nauwelijks geschrokken. Gehoor verlenend aan een plotselinge ingeving, ging je naar huis en opende de oude zeemanskist in de schuur, die je lang geleden had gekregen van je grootvader, om je speelgoed in te bewaren. Hij was timmerman, hij had ze nog met zijn eigen handen gemaakt.
Het verwonderde je niet dat je er een sleutel in vond waarvan je was vergeten dat hij er ooit was geweest, of op welk slot hij paste.
And so, in the soft glow of late afternoon, you enter the vault. A spell is upon you, your heart leaps with an exultation you can but ill describe.
Wanneer je de deur achter je sluit en in het eenzame licht van een kandelaar de gladde trap afdaalt, lijkt het of je de weg hier kent. And though the candle sputters with the stifling reek of my place, you feel singularly at home in this musty, charnel-house air.
Zoals je kan zien, rusten de kisten op marmeren tafels. Sommige zijn verzegeld en intact, andere zo goed als verdwenen, leaving the silver handles and plates isolated amidst certain curious heaps of whitish dust.
Op een koperen plaatje lees je de naam die ooit de mijne was: ‘Philippe Verbrugghen.’
En in een alkoof vind je twee namen die je doen glimlachen, en beven op je benen. Om vervolgens de kaars uit te blazen, als voor het slapen gaan, om in de kist te gaan leggen naast je bosnimf, op de lege plaats die daar voor jou werd gereserveerd…

Zie ook: 
http://thelostdutchman.hubpages.com/hub/Audio-Theater-with-Howard-Phillips-Lovecraft
(Foto: Highgate Gothix Remix by Anders B.)






 

Thinking of H.P. Lovecraft's Tomb free download






Het verhaal maakt deel uit van het boek Van Galgenberg tot Duivelsput:


De Carrousel uit de Hel





Mijn jonge vriend,

U vraagt zich af wie ik ben, wie ik werkelijk ben, en wat mij drijft. U bent niet (meer) in staat mij op mijn woord te geloven. Dat begrijp ik. U hebt zelf te veel verhalen verzonnen en al te vaak uw fictie vermomd als een feit, om zonder meer geloof te hechten aan een correspondent die plotseling uit het niets is opgedoken en de naam Lovecraft draagt. Vandaar dat het mij zinvol lijkt, voordat ik een tip van de sluier oplicht over de taak die ons wacht, u een hard en onloochenbaar bewijs te verschaffen met betrekking tot de plaats waar ik mij bevind, meer bepaald dus de Brug van Einstein-Rosen.
Al van kindsbeen af koestert u een gruwelijke – en voor iedereen onverklaarbare – aversie voor alles wat met de kermis te maken heeft. Onverklaarbaar voor iedereen, mijn jonge vriend – behalve voor u dan, en voor mij. Zelf slaagt u er doorgaans in het trauma uit uw kindertijd min of meer uit uw parate geheugen te verdringen. En breekt het onverhoopt toch door de dikke vestingmuren die u hebt opgetrokken rond wat u beschouwt als uw gezond verstand, dan schrijft u het alsnog af als een product van uw verbeelding, een kinderlijke fantasie en niets meer.
Nu we al zo ver zijn dat ik uw diepste, meest intieme angst heb blootgelegd, is het misschien wel gepast dat ik u ook tutoyeer? Ik weet namelijk heel goed, mijn jonge vriend, hoe je als jonge vader en gedwongen door de omstandigheden ook een tijdje in het hart van Aalst hebt gewoond. Jullie huis op de Boekboutberg werd verbouwd, en jij en je vrouw logeerden samen met jullie dochtertje van drie boven een winkel in de Kattestraat. Ik weet heel goed hoe verschrikkelijk het voor je was, toen het Carnaval eraan kwam. Niet zozeer vanwege het Carnaval zelf, en zijn oeroude rituelen, maar vanwege de foor en zijn foorkramers.
Je zou ‘m eerst horen: de nieuwste hits die uit de luidsprekers schalden, het onophoudelijke loeien van de sirenes, het enerverende elektronische biepen. Ging je het huis uit, dan zou je ‘m ook dadelijk weer ruiken: de geur van olie en vet, van hamburgers en hot dogs – en je zou niets liever willen dan de penetrante stank van je af spoelen met véél, met stromend water. Pas een paar straten verder zou je de kermis ook echt zien.
Tot het uiterste gespannen hield je de stadsambtenaren in de gaten, die met een krijtje nummers tekenden op de kasseien. En toen de eerste foorwagens aankwamen en alle beschikbare ruimte inpalmden, bespiedde je ze met een wild kloppend hart, dichtgesnoerde keel, tang rond je maag. Mannen in psychedelisch gekleurde jassen schilderden pal in het midden van de Grote Markt de rails van een roetsjbaan helblauw. Wantrouwig bekeek je de chaos van houten blokken, ijzeren staven, panelen met geschilderde decors. Rusteloos dwaalde je langs hamburgerkraampjes en loterijtenten, langs een Zwevende Inktvis en een Spookpaleis, op zoek naar die ene, antieke, anachronistische Carrousel uit de Hel.  Doodsbang dat je vrouw je zou vragen voor de duur van een enkel ritje van de suikerzoete koekjesdozenromantiek te proeven en jouw Prinses te mogen worden, en jij haar Prins op het Witte Paard. Of erger nog, dat zij je dochtertje zou meenemen voor een ritje op de Eenhoorn, en dat het wichtje nog een ritje meer zou afsmeken, en nog eentje, en nog… Tot ze iets zou gillen dat, als een duivel uit een muziekdoosje, de foorkramer tevoorschijn zou toveren.
De tuigen glommen als spiegels. Je kon jezelf zien in het blinkende metaal: je fronsende voorhoofd, de parelende zweetdruppels, je schichtige ogen.
Bij een Heksendans bleef je treuzelen. Aan twee zijden van wat eigenlijk een draaimolen was verrezen huisjes van peperkoek, waarin later waarschijnlijk de kassa’s gehuisvest zouden worden. Felgeverfde heksen op bezemstelen vlogen rond grote ketel van bordkarton, boven een brandstapel van gloeilampen.
Je probeerde een praatje aan te knopen met de foorkramer van de Heksendans. Nu ja, praatje... in koetjes en kalfjes ben je nooit goed geweest.
‘Is de Carrousel uit de Hel er niet bij?’ informeerde je.
‘Pardon?’
‘Op elke grote kermis kom je ‘m tegen: de Sinksenfoor van Antwerpen, de Foire du Trône van Parijs, de Oktoberfeste van München… Een krakend, rook uitbrakend, roestig onding met zo van die mythische wezens op…’
De kerel schudde nors het hoofd. Geen Carrousel uit de Hel gezien, beweerde hij. Trouwens ook niet op de Sinksenfoor of de andere kermissen die je daar noemde. En hij deed ze toch allemaal.
Je vertrouwde de vent maar half, en je was dus ook maar half gerustgesteld. Maar anderzijds, het kon best wel kloppen, natuurlijk. Dat van de Sinksenfoor en de Foire du Trône en de Oktoberfeste had je verzonnen: die illustere namen had je gevonden op de affiche aan de achterkant van de kassa van de Heksendans. De Carrousel uit de Hel deed zelfs geen gewone dorpskermissen aan, laat staan een toch wel vrij grote foor als die van het Aalsterse Carnaval. Hij moest zijn prooien elders zien te vinden. Hier kon hij alleen maar problemen krijgen.
Dat was de rede die sprak. Maar ik moet je niet vertellen dat de rede het wel eens meer moet afleggen tegen het gevoel, nietwaar? Hoewel de kust perfect veilig leek, bleef je je zorgen maken. Het was sterker dan jezelf. Je had het al sinds die dag in 1973, toen het kermis was in de hel…

Vervolg van het verhaal:
http://sterke-verhalen.blogspot.be/2012/11/legende-van-lovecraft-02-de-carrousel.html

 

15.11.12

De Duivelsput te Affligem is een "Einstein-Rosen Brug"


Op de Facebook-pagina van ene Filip Lovecraft verscheen vandaag deze merkwaardige boodschap:
 
Er bestaan op aarde extreem energetische plaatsen, waar men toegangspoorten kan creëren, of openen, naar andere dimensies. Door deze scheuren in het ruimte-tijd continuüm kunnen boven- en buitenaardse het universum waarin wij leven niet alleen binnendringen, maar er ook uit verdwijnen. Een dergelijk poort naar andere dimensies, gevormd door wat in feite een kromming in het ruimte-tijd continuüm is, kennen we sinds 1935 als een ‘Einstein-Rosen Brug’ of een ‘wormgat’, en wordt tegenwoordig ook wel eens een ‘sterrenpoort’ genoemd. Het is niets anders dan een tunnel tussen verschillende gebieden in het heelal, waardoor data buiten tijd en ruimte kunnen worden doorgegeven. Het fenomeen werd al in 1921 theoretisch ontdekt door de Duitse wiskundige Hermann Weyl, in het kader van zijn onderzoek naar de eigenschappen van het elektromagnetisch veld. Aan deze poorten worden allerlei fantastische eigenschappen toegekend; ze zouden ook het tijdreizen mogelijk maken. Ik vind het merkwaardig dat Patrick Bernauw daar nog niet over geschreven heeft, want hij woont vlakbij een onvervalste Einstein-Rosen Brug. Als Lisa Lomé spoorloos verdwenen is tussen Galgenberg en Duivelsput, is het dààr dat we een verklaring moeten zoeken: http://stadsspelen.blogspot.be/2012/10/van-galgenberg-tot-duivelsput-3.html