Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

22.2.11

Brugge: de Graal


Uit De Paus van Satan - en meer bepaald de notities van J.K. Huysmans: 




Chrétien de Troyes is een Frans dichter, geboren in de tweede helft van de twaalfde eeuw, waarschijnlijk in Troyes. Over zijn leven is weinig bekend. Omstreeks 1181 schijnt hij in dienst te zijn gegaan bij Filips van den Elzas, graaf van Vlaanderen. Op dat ogenblik had hij al vier belangrijke epische gedichten geschreven, waaronder een werk over Lancelot. Zijn laatste romance, Parsival of het Verhaal van de Graal, gecomponeerd tussen 1181 en 1191, bleef met zijn 9000 verzen onvoltooid. Latere schrijvers voegden er nog 50.000 verzen aan toe.

Chrétien blijft vaag over de bronnen die hij gebruikt heeft, maar de Keltische invloeden in zijn werk vallen gemakkelijk op te sporen. Samen vormen zijn romances de meest volledige uitdrukking van de wereld die hij zich droomde en van de idealen van de Franse ridderstand. Zijn geschriften waren zeer populair en werden vaak bewerkt en vertaald: in het Duits bijvoorbeeld, door Wolfram von Eschenbach (Parzival). Met Chrétien de Troyes komt de narratieve fictie tot bloei in Europa en gaan de Arthuriaanse legenden een genre op zich vormen.

Parsival, het Verhaal van de Graal – dit allereerste verslag van een Graalqueeste – is opgedragen aan de broodheer van Chrétien, Filips van den Elzas. Na de dood van zijn vader wordt Parsival opgevoed door zijn moeder, in een woud in Wales, ver weg van de beschaafde wereld. Wanneer het toeval een aantal ridders op zijn weg zet, realiseert Parsival zich dat hij – ondanks de protesten van zijn moeder – ook ridder wil worden. Hij reist naar het hof van koning Arthur, waar een meisje hem voorspelt dat hij grootse daden zal verrichten.

In volle wapenrusting trekt Parsival op avontuur… en wordt hij verliefd op prinses Blanchefleur. Nadat hij nog enkele lessen heeft gekregen van de wijze oude Gornemant, komt hij aan op het kasteel van de Visserkoning. Daar is hij getuige van een mysterieuze processie die onwillekeurig herinnert aan de Boeteprocessie van Veurne of – zo meen ik althans te mogen opmaken uit wat ik over het onderwerp heb gelezen – de Processie van het Heilig Bloed in Brugge. Bij iedere nieuwe gang van de maaltijd trekken namelijk een aantal jonge mannen en vrouwen aan Parsival voorbij. Ze dragen schitterende voorwerpen, die ongetwijfeld te maken hebben met de Passie van Christus, zoals de bloedige lans van Longinus waarmee op de Schedelberg de zijde van de Verlosser werd doorboord.

Het is een mysteriespel, een Passiespel. Het zijn de Arma Christi.

De processie wordt besloten met een kunstig versierd object dat Parsival niet goed kan plaatsen. Deze ‘graal’ wordt gedragen door een wondermooi meisje en bevat een enkele heilige hostie, die op een miraculeuze wijze de gewonde vader van de Visserkoning in leven houdt.

Men heeft Parsival gewaarschuwd dat hij niet te veel mag praten en hij doet er dan ook het zwijgen toe, voorlopig. Wanneer hij de volgende morgen ontwaakt, is het kasteel echter verlaten. Parsival blijkt de enige te zijn die achtergebleven is en hij kan niets anders doen dan terugkeren naar het hof van koning Arthur. Daar veegt een Keltische priesteres hem de mantel uit omdat hij zijn gastheer geen vragen gesteld heeft over de Graal; de juiste vraag zou de gewonde koning immers genezen hebben.

Nu hij weet dat hij een verschrikkelijke vergissing heeft begaan, zweert Parsival dat hij het Graalkasteel zal zoeken… en vinden. Hierop volgen nog enkele avonturen; Parsival ontmoet ook een kluizenaar die zijn oom blijkt te zijn en die hem een en ander leert over de Graal en allerlei zaken van spirituele aard. En op dit punt stopt het verhaal plotseling, tenminste toch in de versie die Chrétien de Troyes heeft nagelaten.



In de twaalfde eeuw begon Europa te ontwaken uit de duistere middeleeuwen. Het verhaal van de Graal maakt onmiskenbaar deel uit van dit proces. Chrétien liet zijn lezers – of, in zijn tijd, de luisteraars – in het ongewisse over de precieze aard van de Graal. Hij refereerde overigens niet naar het object als naar ‘dé Graal’, maar naar ‘een graal’, waarmee hij als het ware duidelijk wilde stellen dat er meer dan een van was. Pas later zou het die ene beker van het Laatste Avondmaal worden, waarin ook het bloed van Christus werd opgevangen op Golgotha, toen de Romeinse soldaat Longinus hem de zijde doorboorde.

Een deel van de aantrekkingskracht van Chrétiens Graal wordt naar mijn gevoel veroorzaakt door de raadsels waarmee de Graal wordt omringd en zijn mysterieuze verblijfplaats, de Graalburcht of het Graalkasteel.

Tegenwoordig bestaan er erg veel verschillende visies rond de oorsprong van de Graal. Een ervan, verdedigd door onder meer Jessie Weston, zegt dat het thema van de Graal zijn wortels heeft in aloude Keltische mythen en folklore. Roger Sherman Loomis wijst op parallellen tussen de Graalromances en middeleeuwse literatuur uit Wales of Iers materiaal: vertellingen over leven gevende ketels en magische schotels die symbool staan voor bovennatuurlijke krachten of voortdurend met voedsel gevuld worden. Soms beslissen ze er ook al eens over wie de volgende koning wordt, omdat alleen de ware soeverein ze vast kan houden. Maar de Graal kan van in het begin ook een christelijk symbool geweest zijn. Zo zijn er twaalfde eeuwse muurschilderingen in de Catalaanse Pyreneeën bekend, met afbeeldingen van de Maagd Maria die een kom in de handen houdt, vol stralende tongen van vuur. Algemeen wordt aangenomen dat het centrale thema christelijk is, maar dat veel van de setting en de beelden die gehanteerd worden van Keltische oorsprong zijn. Het woord ‘grial’ zou een Oudfranse adaptatie zijn van het Latijnse ‘gradalis’, wat ‘schotel’ betekent. Volgens de Katholieke Encyclopedie, zouden laat- middeleeuwse schrijvers nadat de cyclus van Graalromances was voltooid met een valse etymologie op de proppen zijn gekomen, waarbij ‘sangréal’ (koninklijk bloed) leidde tot ‘san gréal’ (heilige graal).


Voor Chrétien was de Graal een diepe en brede schotel die geen zalm bevatte, maar een hostie: het enige voedsel voor de kreupele vader van de Visserkoning. Dit ‘mystieke vasten’ treffen we ook aan bij vele heiligen, van wie vaak gezegd wordt dat zij het kunnen stellen zonder enig ander voedsel dan de Heilige Communie. Chrétien zag de hostie blijkbaar als een belangrijk deel van het ritueel, waardoor niet alleen het lichaam, maar ook de geest wordt gevoed. Hoewel de praktijk van de communie door theologen al werd gedefinieerd in de eerste eeuwen na Christus, begon de Roomse kerk pas ten tijde van de eerste Graalromances meer aandacht te besteden aan het ceremonieel en de mystiek van dit ene sacrament. De hostie symboliseerde daarbij het lichaam van Christus, zoals de wijn stond voor zijn bloed…

Zowel met betrekking tot de Graal van Chrétien de Troyes als het Heilig Bloed van Christus speelde de stad Brugge een vooraanstaande rol. Chrétien vermeldde uitdrukkelijk dat hij bij het schrijven van zijn verhaal een boek als bron hanteerde, dat hem was geschonken door zijn patron Filips van den Elzas, graaf van Vlaanderen. Dat Filips de zoon was van Diederik, die het Heilig Bloed naar Brugge bracht, kan onmogelijk als een toeval terzijde worden geschoven. Is het dan té ver gezocht als we ook de Graalburcht zoeken aan de Burg van Brugge, waar het Heilig Bloed wordt bewaard, in plaats van ergens in Engeland of in Frankrijk?

Parsivals zoon was overigens Lohengrin, de Zwaanridder. In Terug naar Stonehenge wijst Hubert Lampo erop dat Wolfram von Eschenbach hem op het einde van zijn Parzival naar Antwerpen stuurt, zonder daar voor de rest wat essentieels mee te vertellen of iets af te ronden. ‘Vanuit Munsalvaesche werd nu gezonden en door de zwaan tot hier geleid, wie hiertoe door God was uitverkoren,’ staat er. ‘Te Antwerpen zette hij voet aan land.’ – Bestaat er een verband tussen Zwaanridder Lohengrin en de Zwaanridder van Brugge? In 1488 werd de schout van Maximiliaan van Oostenrijk, Pieter Langhals, door revolterende Bruggelingen gevierendeeld. Het wapenschild van Langhals was getooid met een zwaan; men noemt hem dan ook nog steeds de Zwaanridder. Als straf voor de moord op Langhals moest de stad Brugge van Maximiliaan ‘ten eeuwigen dage’ voor de zwanen zorgen die toen reeds bijzonder talrijk op haar wateren rondzwommen, en dat nu nog altijd doen, bijvoorbeeld op het Minnewater.

De regering van Filips begon in 1157, toen hij optrad als regent voor zijn vader. Hij huwde Elisabeth van Vermandois, hun huwelijk bleef kinderloos. Toen Filips zijn vrouw betrapte op overspel, liet hij haar minnaar doodslaan. Een tijdje later vertrok hij op kruistocht.

Boudewijn IV, koning van Jeruzalem, was melaats en eveneens kinderloos. Hij bood Filips het regentschap van het koninkrijk Jeruzalem en het bevel over zijn leger aan, maar Filips weigerde beide. ‘Ik ben hier uitsluitend als pelgrim,’ zei hij.

De graaf van Vlaanderen keerde in 1179 terug uit Palestina. Een zieke Louis VII stelde hem aan als raadsman van zijn jonge zoon. Zijn vrouw Elisabeth overleed kort daarna en in 1190 toog Filips voor de tweede keer op kruistocht. Hij stierf het jaar nadien als gevolg van een ziekte die opliep tijdens het beleg van Acre; zijn lichaam werd op transport gezet naar de abdij van Clairvaux – het cisterciënzer klooster dat was gesticht door Bernardus, die de regel van de Tempel had geschreven – en hij werd daar ook begraven.

Vlaanderen leefde inmiddels in een nooitgeziene welvaart. Ondanks allerlei dure oorlogen viel de economische expansie niet te stoppen. Chrétien droeg zijn Parsival op aan Filips, zeggend dat hij hiermee ‘het zaad van een verhaal heeft gezaaid in een zodanig goede grond dat de grootheid ervan verzekerd is’. Filips was dan ook ‘de beste man van het hele Roomse Rijk, zelfs groter dan Alexander’. Dichterlijke overdrijvingen van deze orde horen ongetwijfeld thuis in de opdracht aan een broodheer, maar op een merkwaardige manier lijken deze regels ook iets van waarheid te bezitten. En bevatten ze als het ware een voorspelling, of moet ik het veeleer een ‘plan’ noemen, waarbij ‘het zaad van dit verhaal’ met opzet en dus ook met een duidelijk doel werd gezaaid in vruchtbare Vlaamse grond.

Eveneens eigenaardig geformuleerd, is Chrétiens verklaring dat de graaf gelooft in rechtvaardigheid en loyaal is ten opzichtige van de Heilige Kerk. Alsof men daar op dat ogenblik zou durven aan te twijfelen! Maar toch, denkt Chrétien, zal precies om die redenen zijn werk niet vergeefs zijn. Om een wens van de graaf te vervullen, heeft hij – in versvorm en op basis van een boek, hem door de graaf ter hand gesteld – het beste verhaal verteld dat ooit gehoord werd aan een koninklijk hof…

Het is het verhaal van de Graal, dat misschien op een zeker niveau ook het Verhaal van het Heilig Bloed van Christus, naar Brugge gebracht door de Vader van mijn Broodheer zou zijn geworden, indien Chrétien in staat was geweest het eigenhandig te beëindigen.

Tenzij ons wel degelijk een afgewerkt stuk werd overgeleverd, dat het niet te miskennen doel – vruchtbare grond vinden om tot de verbeelding van de westerse wereld te spreken – met verve heeft bereikt…


  

15.2.11

Brugge: Het Heilig Bloed van het Nieuwe Jeruzalem


Wat volgt is een fragment uit De Paus van Satan, de historische thriller van Patrick Bernauw & Filip Coppens, die verschijnt in april 2011 en grotendeels gebouwd is rond 'de geheimen van Brugge'.





Het Heilig Bloed van het Nieuwe Jeruzalem - essay door J.K. Huysmans

In 1139 ging de graaf van Vlaanderen, Diederik van den Elzas, op pelgrimstocht naar Jeruzalem, het koninkrijk van de kruisvaarders. Hij trouwde er met Sybilla van Anjou, dochter van koning Fulk van Jeruzalem en weduwe van William Clito, die hem eerder het graafschap Vlaanderen had betwist en daar ook het leven bij was ingeschoten.

Sybilla keerde samen met haar verse echtgenoot terug naar Vlaanderen. Toen Diederik opnieuw op kruistocht trok, stelde hij haar aan als regent. Boudewijn IV meende van de situatie gebruik te kunnen maken en viel Vlaanderen binnen. Sybilla was zwanger, maar het verhinderde haar niet in de tegenaanval te trekken en zijn graafschap Henegouwen te plunderen.

Gedurende de Tweede Kruistocht nam Diederik van den Elzas onder meer deel aan het beleg van Damascus, geleid door de halfbroer van zijn vrouw, Boudewijn III van Jeruzalem. Het beleg draaide uit op een grandioze mislukking, en hij keerde terug naar huis.

Een legende vertelt evenwel dat op Kerstdag 1148, in het Heilig Graf dat zich vlak bij de Tempel van Salomon bevond, door enkele Tempeliers en in het gezelschap van Diederik van den Elzas en zijn vrouw Sybilla, een stenen kruik werd gevonden met het Heilig Bloed van Christus. Dit is onmogelijk, omdat Sybilla op dat moment niet in het Heilig Land was, maar een strafexpeditie leidde tegen Boudewijn IV van Henegouwen. Niettemin heeft men reeds in de middeleeuwen uitdrukkelijke pogingen gedaan om de geschiedenis te vervalsen. Zo zou Diederik het Heilig Bloed geschonken zijn als dank voor zijn militair optreden in het Heilig Land… dat allesbehalve succesvol mocht worden genoemd. En zo wordt in andere documenten gedetailleerd beschreven hoe de Tempeliers het Heilig Bloed eerbiedig in een achthoekig flesje goten, dat zorgvuldig werd verzegeld met twee gouden rozen. De ‘geschiedschrijvers’ van die dagen voegden eraan toe dat de schone Sybilla en enkele ridders in het gezelschap besmet waren met lepra en te lijden hadden van afschuwelijke koortsaanvallen. Maar toen Sybilla de onschatbare reliek aanraakte, zag zij in een visioen ‘het Nieuwe Jeruzalem van het Westen’… dat de stad Brugge bleek te zijn. En het volgende ogenblik waren zij en alle melaatsen die om haar heen stonden op een wonderbaarlijke wijze genezen. De gravin zou toen de plechtige eed gezworen hebben van Brugge een Nieuw Jeruzalem te maken, een Heilige Stad, een hemel op aarde.

Men kan zich afvragen waarom de geschiedenis vervalst moest worden om precies Sybilla toe te laten precies dit visioen te krijgen en deze eed te doen. Waarom mocht het, volgens deze legende, de graaf van Vlaanderen niet zijn, die zich wel degelijk in Jeruzalem bevond en die volgens andere bronnen de reliek toch had verdiend dankzij zijn heldhaftig optreden?

Nog een andere legende vertelt dat Diederik en Sybilla, vergezeld van het Vlaamse kruisvaardersleger en de abt van de abdij van Sint Bertijn (gelegen op het grondgebied van wat nu het Franse stadje Saint Omer is, maar toen het Vlaamse stadje Sint Omaars was) op 7 april van het jaar 1150 hun blijde intrede deden in Brugge. De metselaars hadden net de laatste steen gelegd van de kapel van Sint Basilius aan de Burg. Vanaf nu zou het Sanguis Christi of het Heilig Bloed hier vereerd en aanroepen worden voor de meest uiteenlopende aangelegenheden, van strikt persoonlijke zaken tot belangrijke politieke beslissingen.

Het oudste document met een vermelding van het Heilig Bloed dateert van 1256. Er gaapt met andere woorden een kloof van meer dan een eeuw tussen de legendarische verslagen die ons werden overgeleverd en dit geschrift. Het is bijgevolg zeer goed mogelijk dat het Heilig Bloed pas veel later in Brugge aankwam dan de legenden beweren. Anderzijds was er omstreeks 1150 wel degelijk een reliek van het Heilig Bloed aanwezig in Constantinopel, meer bepaald in het keizerlijk paleis. Het maakte deel uit van een hele reeks relieken die in verband stonden met het lijden van Christus.

In 1204 werd Constantinopel geplunderd door kruisvaarders. De toenmalige graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX, werd verkozen tot nieuwe keizer en zond wellicht een boel geroofde relieken naar Brugge, waar zijn dochters Johanna en Margaretha het graafschap bestuurden. De manier waarop het kristallen recipiënt werd geslepen, toont ook aan dat het bedoeld was om parfum in te bewaren, wat er nogmaals lijkt op te wijzen dat de oorsprong ervan in Constantinopel gezocht moet worden.

Historici eisen altijd bewijzen in de vorm van documenten, maar stellen zelden de juiste vragen. Waarom vertellen de legenden een andere versie van het verhaal dan de geschiedschrijvers? Waarom waren het de Tempeliers die het Heilig Bloed moesten ontdekken? Waarom was het Sybilla die Brugge in een visioen moest zien als het Nieuwe Jeruzalem? Waarom waren het Diederik en Sybilla die de reliek reeds in 1150 naar Brugge moesten brengen?

De datum is heel exact bepaald: 7 april 1150. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat zekere bladzijden uit de geschiedenisboeken werden gescheurd, zodat er anomaliën ontstonden van het soort waarmee we hier worden geconfronteerd.

Of het waarlijk het bloed van Christus is dat naar Brugge kwam, in 1150 of een eeuw later, maakt in deze context niets uit. Van oneindig veel meer gewicht is wat de graaf van Vlaanderen en zijn gade Sybilla wilden wat het was. Wat hun nazaten wilden dat het betekende. Om nog maar te zwijgen over de Tempeliers, natuurlijk.

Sybilla vergezelde Diederik niet gedurende de Tweede Kruistocht, maar in 1156, toen hij zijn derde pelgrimstocht ondernam en terwijl hun zoon Filips over Vlaanderen regeerde, was zij wel van de partij. Vreemd genoeg nam Sybilla meteen na hun aankomst in Jeruzalem voorgoed afscheid van haar man. Alsof alles wat gedurende hun huwelijk op het programma had gestaan nu was volbracht en het maar beter was dat zij van elkaar scheidden.

Sybilla trad in het klooster van Sint Lazarus in Bethanië, waarvan haar stieftante Ioveta van Bethanië de abdis was. De beide vrouwen steunden de verkiezing van Amalric van Nesle als de Latijnse Patriarch van Jeruzalem. Sybilla stierf korte tijd later, in Bethanië. Het is slechts een voetnoot in de geschiedenis, maar opnieuw lijkt deze merkwaardige anecdotiek niet van belang verstoken. Wat dreef deze invloedrijke vrouw om te doen wat ze deed? Welke beweegredenen speelden hier, achter de schermen?

Diederik van den Elzas keerde in 1166 terug naar Vlaanderen. Hij stierf een paar jaar later en werd begraven in de abdij van Watten, niet ver van Saint Omer. Onder zijn regering had Vlaanderen vrede en welvaart gekend. Hij bracht de administratie, de economie en de landbouw van zijn graafschap tot ontwikkeling, zodat Vlaanderen nu heel snel kon uitgroeien tot een van de rijkste streken van de westerse wereld.







9.2.11

Mons: De Engel van Mons / Bergen: De Engel van Bergen




De Engel van Mons deed voor het eerst van zich spreken tijdens de eerste gevechten tussen Duitse en Britse legers in wat later de Grote Oorlog genoemd zou worden. In augustus 1914 dreigde het volledige Britse expeditieleger nabij het stadje Mons vernietigd te worden door een vijand die drie keer zo sterk was. Maar op een bijna miraculeuze wijze slaagden de Britten erin te ontkomen aan de Duitse wurggreep, en zich terug te trekken achter de Marne.


In die dramatische omstandigheden publiceert de Britse schrijver van fantastische verhalen Arthur Machen in een Londens dagblad een verhaal in de vorm van een artikel. De bijdrage is getiteld The Bowmen en er wordt in verteld hoe de Duitsers, terwijl zij zich opmaken voor de genadeslag, in de hemel een groots visioen zien van een spookachtig leger dat de Britten ter hulp snelt. Dit spookleger is samengesteld uit de boogschutters van de Slag bij Azincourt, waar de Britten in 1415 een glorieuze overwinning hebben behaald. Het wordt aangevoerd door Saint Georges of Sint Joris, de schutspatroon van Engeland… en van de kruisvaarders. Hij is ook bekend als Drakendoder.

‘Ik wilde onze jongens en hun vrienden en bekenden op het thuisfront een boodschap van hoop meegeven,’ zal Arthur Machen naderhand verklaren. ‘Om die boodschap krachtiger te laten overkomen, schreef ik mijn fictief verhaal in de vorm van een reportage.’




Wanneer de veteranen van Mons naar huis terugkeren, brengen zij allerlei ‘ooggetuigenverslagen’ mee over engelen die bij Mons zijn opgedoken. Het zijn deze engelen geweest die hen in staat stelden zich aan de wurggreep van het Duitse leger te onttrekken. Honderden soldaten houden vol dat zij met hun eigen ogen hebben gezien hoe de engelen dwars door de kruitdamp oprukten naar de Duitse linies en de vijand doorzeefden met hun doorzichtige pijlen. Er zijn soldaten die verklaren dat zij hun leven te danken hebben aan een mysterieuze reddende engel die hen, zwaargewond, in veiligheid bracht en verpleegde. Arthur Machen herhaalt keer op keer dat hij het hele verslag verzonnen heeft, maar ook de soldaten houden voet bij stuk...

Zijn deze verslagen over de Engelen van Mons alleen maar het gevolg van een hallucinatie? Het resultaat van massahysterie, veroorzaakt door het artikel van Arthur Machen? Of is er meer aan de hand? In 1930 verscheen in de Britse krant The Daily News een artikel met de titel: The Angels of Mons: Explanation of the Visions. Hierin komt een Duitse ex-officier aan het woord, een zekere Friedrich Herzenwirth, die eerder al aan een dagblad in New York het volgende verklaarde: ‘De Engelen van Mons waren bewegende beelden, zichtbaar gemaakt op een “scherm” van mistig witte wolkenvelden in Vlaanderen, door cinematografische projectiemachines gemonteerd op Duitse vliegtuigen die zich bevonden boven de Britse linies.’


 Schilderij van Marcel Gillis, in het Musée d’Histoire Militaire in Mons.

Het artikel gaat verder als volgt:

De rapporten van Britse troepen gedurende de aftocht uit Mons op 24 augustus 1914 – dat zij ‘engelen met de afmetingen van mannen’ hadden gezien, die zich in de achterhoede van het terugtrekkende leger leken op te houden – werden door psychologen toegeschreven aan massahypnose en hallucinaties. Kolonel Herzenwirth zegt nu dat het de bedoeling was van de Duitsers met deze op een wetenschappelijke manier veroorzaakte ‘visioenen’ een bijgelovige angst te creëren in de geallieerde gelederen. Zij rekenden erop paniek te doen ontstaan en de weigering een vijand te bevechten die leek te genieten van een speciale bovennatuurlijke bescherming.


Maar de Duitsers misrekenden zich. ‘Wat we ons niet voorgesteld hadden,’ voegde de kolonel eraan toe, ‘was dat de Engelsen het visioen in hun eigen voordeel zouden gebruiken. Dit was een formidabel stukje contra-propaganda, want sommige Britten moeten zich terdege bewust geweest zijn van de mechanismen van onze truc. Hun methode om de engelen als beschermers van hun eigen troepen te interpreteren, deed de balans compleet in ons nadeel overslaan. Indien het Britse opperbevel zich tevreden had gesteld door een simpel legerorder te verspreiden waarin onze valstrik werd ontmaskerd, dan zou het resultaat niet half zo effectief geweest zijn.’


Kolonel Herzenwirth legt vervolgens uit dat de Duitsers meer succes boekten met hun projecties op de wolken van het Russische front in 1915. Daar werd de Maagd vertoond, met een opgestoken hand, alsof ze een teken wilde geven dat de moorddadige Russische nachtaanvallen gestopt moesten worden. Zoals ook in Vlaanderen het geval was geweest, waren de Duitse vliegtuigen uitgerust met zogenaamde ‘toverlantaarns’, voorzien van enorm krachtige Zeiss lenzen, en vlogen ze boven de vijandelijke linies. Een gordijn van sneeuw in de lucht boven het Duitse leger werd gebruikt als een scherm.




Hele regimenten die het visioen hadden gezien, vielen op hun knieën en gooiden hun wapens weg, beweert kolonel Herzenwirth. De truc werd aan het Russische front verscheidene keren herhaald en was telkens succesvol. ‘We wisten van de krijgsgevangenen, dat in sommige gevallen officieren werden gedood door de soldaten van hun eigen compagnie, die daarna hun wapens weggooiden, roepend dat zij zich niet schuldig wilden maken aan het schieten op een leger waarover de Moeder van God waakte.’

Met de Fransen in Picardië en de Champagnestreek maakten de Duitsers evenwel een andere misrekening. ‘In plaats van de vrouwenfiguur die we op een nacht projecteerden op de wolken als de Maagd te beschouwen, of als een heilige die ons leger beschermde, herkenden de Fransen haar prompt als Jeanne d’Arc. En de balans sloeg nogmaals om in ons nadeel, toen we in Vlaanderen de vrouw veranderden in een man. De Britten beweerden dat het Sint-Joris was.’




Een paar dagen later verscheen een nieuw bericht over de kwestie in de krant The Daily News: ‘Een vooraanstaand lid van het Departement Inlichtingen van het huidige Duitse Ministerie van Oorlog verklaart dat het verhaal van kolonel Herzenwirth een grap is en dat Herzenwirth zelf een mythe of, indien hij toch bestaat, een leugenaar is. Zijn bestaan werd in ieder geval officieel ontkend.’

De Engelen van Mons waren toen echter al lang uitgegroeid tot de grootste mythe van de Eerste Wereldoorlog.






Rond dit verhaal schreef Patrick Bernauw de roman De Engel van Mons en produceerde hij samen met fotograaf Marc Borms het stadsspel Het Mysterie van Mons, met actrice Lynn Van Royen als de Engel. Dit stadsspel is ook beschikbaar in een Engelse en een Franse versie en wordt gespeeld met een fotoboek.


Myebook - The Mystery of Mons - click here to open my ebook



Wenst u dit spel geheel voor u georganiseerd te spelen met Patrick Bernauw als spelleider, neem hier dan een kijkje.

Wenst u dit spel geheel zelf te organiseren met een handig doe-het-zelf pakket, neem hier dan een kijkje.












De Engel van Mons

Ebook By Patrick Bernauw
Category: Fiction » Mystery & Detective » Historical
Words: 37833 (approximate)

 

Welk verband bestaat er tussen een mysterieus meisje en een krantenartikel van de schrijver Arthur Machen, over de Engelen van Mons? Dit magische schimmenleger zou in 1914 gevochten hebben aan de zijde van de Engelsen... "Ik heb ze verzonnen," beweert Machen. - "Wij hebben ze met onze eigen ogen gezien," zeggen de veteranen van Mons.





Ebook formats:

Online Reading (HTML)
View
Online Reading (JavaScript)
View
Kindle (.mobi)
Download
Epub (open industry format, good for Stanza reader, others)
Download
PDF (good for highly formatted books, or for home printing)
Download
RTF (readable on most word processors)
Download
LRF (for Sony Reader)
Download
Palm Doc (PDB) (for Palm reading devices)
Download
Plain Text (download) (flexible, but lacks much formatting)
Download
Plain Text (view) (viewable as web page)
View
Smashwords - De Engel van Mons - A book by Patrick Bernauw

3.2.11

Marche-les-Dames: de Rechtvaardige Rechters



Onderstaand mailtje van de historicus Ivan Dockx was zo interessant, dat Patrick Bernauw zijn toestemming heeft gevraagd - en gekregen - om het quasi-integraal te publiceren op de blog Mysterieus België:

Ikzelf ben historicus van opleiding en in mijn vrije tijd hou ik mij nog vaak bezig met interessante historische gebeurtenissen. Sinds enige tijd heb ik mij ook verdiept in het mysterie van de Rechtvaardige Rechters. Vooral de theorie uit 2004 als zou het paneel van de Rechtvaardige Rechters iets te maken hebben met de dood van Albert I lijkt mij zeer interessant. Volgens mij is dit het correcte spoor. Met veel aandacht heb ik de uiteenzetting gelezen op de website juliensart.

Op het einde van deze website/theorie werd er een oproep gedaan naar mensen die deze theorie zouden kunnen aanvullen. Daarom dat ik nu even mail.

Vele vragen werden nog gesteld en dienden nog te worden aangevuld. Was Albert I lid van een geheim genootschap, ligt er iets verborgen in Marche-les-Dames en zo ja, wat dan. Wat zijn de geheime boodschappen die werden opgenomen in het Lam Gods? Voor wie waren deze boodschappen bestemd? Waarom werden zij opgenomen in het paneel?

Vragen die op de website nog niet beantwoord werden. Ik merk ook dat er op het internet verschillende fora bestaan waar er druk wordt gespeculeerd over de verschillende pistes in het onderzoek en waar het paneel zich dan wel zou moeten bevinden tot op heden zonder resultaat.

Graag vul ik hieronder de theorie van Marche-les-Dames en koning Albert I verder aan naar best vermogen. U zal dan ook merken waarom ik ervan overtuigd ben dat dit het juiste spoor is. Hopelijk kan ik zo een deel bijdragen in de speurtocht naar de Rechtvaardige Rechters. 




Indien er geheime boodschappen werden verwerkt in het Lam Gods dan moet daar een goede reden voor geweest zijn. Dit brengt mij als historicus terug tot het ontstaan van het Lam Gods, dat werd geschilderd in 1432. Het Lam Gods heeft een duidelijke band met de stichting van de Orde van het Gulden Vlies door Filips de Goede in 1430. Het Lam Gods werd in deze periode en deze context gemaakt, voor de aanbidding door de Vliesridders. De Orde van het Gulden Vlies is een van de meest prestigieuze ridderordes. Toch is de oorsprong ervan met mysterie omhuld, tevens de betekenis ervan. Vanwaar komt de term Gulden Vlies? Het zou een verwijzing zijn naar de mythologie en niet zozeer een verwijzing naar een christelijke oorsprong : hoewel het een zeer katholieke ridderorde was. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar het feit dat de hertogen van Bourgondië afstamden van de Trojanen of naar het feit dat zij afstamden van Christus en Maria-Magdalena. Dit oude verhaal kennen we beter uit De Da Vinci Code, maar deze verhalen leefden sterk in Bourgondië, zeker te Vezelay. Was Filips de Goede hiervan op de hoogte? Bovendien werd aan het ordeketen een schaap/schaapvacht bevestigd. Een verwijzing naar het Lam Gods? Ook de betekenis van deze Orde is met mysterie omhuld : wat deden deze Vliesridders, wat was hun nut, wat was hun betekenis?

Aan het ontstaan van het Gulden Vlies wil ik verder geen aandacht besteden : wel aan het verloop van deze Orde, die als grootmeester eerst de hertogen van Bourgondië kende, later de Habsburgse vorsten met onder andere Karel V (°Gent 1500). Bij de troonsafstand van Karel V verdeelde hij zijn erflanden onder zijn zoon Filips II en zijn broer Ferdinand. Ook de orde van het Gulden Vlies werd toen gesplitst in een Oostenrijkse en Spaanse tak. De katholieke koning van Spanje en de katholieke keizer van Oostenrijk waren de grootmeesters van hun tak. Ook onze koning Albert I werd in 1907 ridder in de Orde van het Gulden Vlies, net zoals zijn vader, grootvader, oom voor hem. Door het verloop van de wereldgeschiedenis komt deze Orde echter in het gedrang. In 1918 valt de Habsburgse monarchie van de troon. De Oostenrijkse tak van het Gulden Vlies is dus zijn macht en troon kwijt. De Spaanse koning kan stand houden totdat in 1931 de republiek in Spanje uitgeroepen wordt. Hier komen we terecht in de jaren dertig. In 1932 is het overigens de viering van 500 jaar Lam Gods en zijn we slechts twee jaar voor de diefstal van de Rechtvaardige Rechters en de dood van Albert I.




Na de val van de Oostenrijkse keizer en de Spaanse koning wou Albert I zich als grootmeester van deze orde laten herkennen. Hij was afstammeling van Filips de Goede en een van de laatste katholieke koningen in Europa en ter wereld. Bovendien heerste hij over een deel van de erflanden waar de orde werd gesticht door zijn voorvader in 1432. Omtrent deze ambities van onze koning zijn historische bronnen voor handen, hij werd hierin zelfs gesteund door Belgische intellectuelen en zijn zoon Leopold III, ridder van het Gulden Vlies sinds 1923. Was deze ambitie van onze koning destijds er te veel aan? Kende Albert I als Vliesridder de speciale betekenis van het Lam Gods en ging hij daarom op speurtocht in Marche-les-Dames. Het valt moeilijk te bewijzen maar er zijn zeker aanwijzingen. Ligt/lag daar iets verborgen? Zeker is dat de koning speciale aandacht had voor deze rots die sedert jaren een heilige plaats zou geweest zijn. Er zijn ook brieven bekend van Albert I aan zijn zoon Leopold III met de vraag om eens samen te gaan klimmen in Marche-les-Dames. In februari 1934 ging Albert I echter zonder zijn zoon want deze was toen op reis. Zijn dood was destijds en nu nog met het nodige mysterie omhuld. Er zijn teveel toevalligheden in dit verhaal, vandaar dat ik vermoed dat de link tussen de Rechtvaardige Rechters en Albert I en het Gulden Vlies correct is, zeker gezien de tijdsperiode. Vermeld ik hierbij ook nog even dat volgens sommige pistes ook Leopold III (erfopvolger van Albert I) en tevens ingewijde, moest verdwijnen. Zeer mysterieus komt zijn vrouw in 1935 om in een auto-ongeluk, de koning zelf overleeft maar is zwaargewond.

Voorts ging koning Albert I destijds ook persoonlijk naar Versailles om na WOI de vredesverdragen mee te bepalen. Een van de punten die werden opgenomen in de notulen was de terugkeer van het Lam Gods. Vandaag de dag is onze koning Albert II (geboren in het rampjaar 1934) een van de laatste katholieke vorsten die lid is van de beide takken van het Gulden Vlies. De enige andere persoon op de hele wereld die hieraan voldoet is Jean van Luxemburg, merkwaardig genoeg de schoonbroer van onze koning. In de jaren 30 hadden zij nog een katholieke collega, namelijk de koning van Italië : dit was niemand meer dan de schoonzoon van Albert I. Het Belgische vorstenhuis kon dus zeker en vast het grootmeesterschap van het Gulden Vlies claimen op basis van verschillende standpunten. Overigens werden de schatten van het Gulden Vlies van oudsher in Brussel bewaard : vanaf de stichting in 1430 tot in 1797: toen werden zij tijdens de Franse Revolutie overgebracht naar Wenen.

Vooral het feit dat de rots van Marche-les-Dames op het paneel de Rechtvaardige Rechters staat afgebeeld vind ik een prachtig staaltje van speurwerk. Het zou perfect kunnen kloppen en dit zou de sleutel kunnen zijn. De gebroeders van Eyck schilderden met veel symboliek en hun cryptische verwijzingen zijn bekend. Het hoofd van de Christusfiguur in de rots vond ik eerst ver gezocht, maar was dit misschien de plaats waar gezocht moest worden in de rots? Was Albert I hiernaar op zoek/onderweg?





De afkomst van de gebroeders van Eyck is nog steeds onzeker, maar vast staat dat zij de Maasstreek zeer goed kenden. Schilders gebruikten vaak de eigen regio in hun schilderijen, denken we maar aan Rubens en Elewijt. Wat ik me nog afvraag is het volgende. De rots wordt afgebeeld helemaal links onderaan het Lam Gods. Is de rest van het landschap ook gespiegeld aan de werkelijke plaats? Rechts van de rots vinden we vandaag het kasteel van de familie van Arenberg met daaraan een kapel en de abdij. De plaats waar het Lam Gods afgebeeld is zou zich daar dan ergens situeren vandaag de dag. Vooraan staat er ook een waterput : een symbool voor de rivier de Maas? Die vlak voor de rots van Marche-les-Dames stroomt? Ook de verwijzing omtrent het glasraam van Johannes de Doper in de abdijkerk vind ik zeer toevallig. In de linkerhand heeft Johannes het Lam Gods in de handen, met de rechterhand wijst hij naar de rots van Marche-les-Dames. Bovendien was dit een zeer oude abdij, nog opgericht door Godfried van Bouillon, een van de eerste kruisvaarders. Zijn naam wordt ook genoemd in verhalen omtrent het Heilig Graf, de tempeliers,...ook het verhaal van het Heilig Bloed was in Brugge in die periode alom tegenwoordig. De gebroeders van Eyck waren hiervan op de hoogte en werkten in opdracht van hun meester Filips de Goede : die instructies kon geven voor het Lam Gods. Het valt mij ook op dat enkele dagen na de dood van Albert I de rots van Marche-les-Dames een geklasseerd landschap werd. Een van de eerste in België en afgevaardigd door de bevoegde minister. Mocht er op de rots nooit meer geklommen worden, mocht deze plaats nooit meer betreden worden, alles moest in de toenmalige toestand behouden blijven.

Vandaag de dag is er nog een gedenkplaats aan de voet van de rots. Waar Albert I gevonden werd staat een kruis, vandaag de dag overwoekerd door takken en struiken. Dit kruis stond er blijkbaar al voor de dood van de koning en werd geplaatst door de leden van het adellijke geslacht van Arenberg. Om welke reden? Voorts is er op de plaats niet veel meer te zien vandaag de dag. Wat wel opvallend is of vergezocht, maar daarom misschien geen toeval : er is een haag gesnoeid in de eerste letter van de toenmalige koning : namelijk de A. Het puntje van deze A-haag wijst naar boven, naar de rots. Waar de koning de dood vond in de zoektocht naar? De letter A is echter ook cryptisch een verwijzing naar de passer : een symbool uit de vrijmetselarij. Deze passer is ook terug te vinden : jawel in het Warandepark voor het Koninklijk Paleis te Brussel. Sommige pistes verwijzen naar het graf van Albert I als zijnde de bergplaats van het verdwenen paneel de Rechtvaardige Rechters. De link met Albert I is er dus, maar wat ik niet begrijp is dat nog niemand eraan gedacht heeft dat het paneel verborgen zou kunnen zijn in Marche-les-Dames : op de plaats die het paneel zelf aangeeft.





 Later ontving Patrick Bernauw nog deze addenda van Ivan Dockx:

In het Lam Gods is wellicht nog een verwijzing naar de Orde van het Gulden Vlies verwerkt. Op het paneel staat naast het Lam Gods aan de rechterkant een zuil, aan de linkerkant een kruis. De zuil zou verwijzen naar de Tempeliers. Zij werden uitgeroeid in 1314. Het kruis is speciaal want een Sint-Antoniuskruis (T). De Orde van Sint-Antonius zou de taak van de Tempeliers hebben overgenomen na hun uitroeiing. Deze Orde verdween later in de Nederlanden en ging op in...Het Gulden Vlies dat de vorige orde zou vervangen. Deze symbolische verwijzingen in het paneel kunnen geen toeval zijn.

Jan Van Eyck en Joos Vydt waren beiden vertrouwelingen van Filips de Goede. Jan Van Eyck zou zelf ook lid geweest zijn van de Orde van Sint-Antonius : van hem is nog een portret van een man bekend met een T-kruis rond de nek.

Er is ook een duidelijke link tussen Johannes De Doper (figuur op andere gestolen paneel dat later werd teruggebracht) en Marche-les-Dames. Deze figuur was de patroon van de Johannieterorde, een orde met een gelijk doel als de Sint-Antoniusorde (symbool T-kruis), waar dus ook Van Eyck mee vertrouwd was.

Te Marche-les-Dames stond vroeger een hospitaal voor de kruisvaarders of pelgrims naar Jeruzalem. Van oudsher staat daar ook de kapel St-Jean. Later afgebroken en terug een kapel geplaatst door de familie d'Arenberg. Ook in de abdij aldaar is een glasraam gewijd aan deze figuur. Van Eyck kende dus de Maasstreek en wie weet ook het oude hospitaal aldaar.


Ivan Dockx






Meer informatie op Mysterieus België over "De Moord op Albert I" . Patrick Bernauw behandelt de thema's die aan bod komen in dit artikel van Ivan Dockx ook in zijn historische thrillers Het Illuminati Complot of Het Bloed van het Lam. Rond de mysteries van het Heilig Bloed of de Graal en de Rechtvaardige Rechters organiseert Mysterieus België in samenwerking met Patrick Bernauw en vzw de Scriptomanen stadsspelen in Gent en Brugge, maar u kunt die ook zelf organiseren en spelen met een handig doe-het-zelf pakket.