Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

28.5.10

Jette: De geest van de rollende ton



In het klooster van Jette verbleef een non die zopas haar vader verloren had. Op zekere dag vond zij, wandelend op de binnenplaats, een ton die steeds maar om haar heen rolde en bleef rollen. Ze greep er een paar maal naar, maar de ton ontsnapte telkens. De volgende dagen dook de ton opnieuw op en daarom besloot de non aan de pastoor te vragen wat dit te betekenen had.
'Luister,' sprak de pastoor ernstig. 'Als je de ton nog eens ziet, vraag dan: in de naam van God, wie ben je?'
'O, maar dat durf ik toch niet, hoor!' antwoordde het nonnetje. 'Zou u dat voor mij willen doen, meneer pastoor?'
'Nee,' zei de pastoor. 'Je moet het zelf doen.'
De non vroeg ook aan haar medezusters dit voor haar te doen, maar geen van de andere nonnen zag de ton over de binnenplaats rollen. Dus raapte het arme nonnetje al haar moed bij elkaar en riep: 'In de naam van God! Wie ben je?'
Een galmende stem antwoordde: 'Ik ben jouw ongelukkige vader, voor wie je sedert zijn dood niet meer gebeden hebt! Als je elke dag slechts drie Onzevaders zou bidden, zou ik misschien nog in de hemel kunnen komen!'
Het nonnetje was zeer geschokt. Stilletjes keerde ze naar haar kamer terug, waar ze dadelijk begon te bidden. Iedere avond, vele maanden lang, bleef ze drie Onzevaders bidden voor haar overleden vader.
Op een nacht werd er op haar deur geklopt. Voor haar stond een man die een wit licht verspreidde en als twee druppels water op haar vader leek.
'Je gebeden hebben mij in de hemel geholpen,' zei hij. 'Dank je.'
Toen verdween hij.



Het spook is Lynn van Royen, de spookfoto's zijn van Marc Borms (www.embee.be) en maken deel uit van de fotozoektocht Het Mysterie van Mons, een stadsspel in de serie Mysterieus België.




18.5.10

Ieper: De Witte Cavalerie

 



Kapitein Cecil Wightwick Hayward was tijdens de Grote Oorlog verantwoordelijk voor de militaire inlichtingendienst in een sector tussen Bailleul en Arras, niet ver van Ieper. Zijn hoofdkwartier bevond zich in het Franse Bethune.

In maart 1918 losten Portugezen de moegestreden Britten af in die sector, maar bij de eerste grote Duitse beschieting sloegen ze al op de vlucht, zodat er een gat in de frontlijn ontstond.

De Duitsers rukten op. Als ze niet werden tegengehouden, bestond de kans dat Parijs werd ingenomen, en dan zouden wij de oorlog verliezen. Maar men was het wonder van de Engelen van Mons nog niet vergeten, en zoals het ook in de nazomer van 1914 was gebeurd, werd er opgeroepen tot een nationaal gebed. De Amerikaanse president Wilson vroeg zijn volk hetzelfde te doen.

En toen zag kapitein Hayward tot zijn grote verwondering opeens hoe Duitse granaten massaal op een braakliggend stuk grond begonnen neer te komen. Hij vroeg zich af wat het doel kon zijn van deze beschieting, want daar waar de explosies de aarde openscheurden, was niets aanwezig dat enige strategische waarde bezat. Er stond geen huis, geen boom en er was geen soldaat te bekennen.

Even plotseling als het bombardement begonnen was, hield het op. Een vreemde stilte daalde neer over het slagveld. Tot hun werkelijk stomme verbazing zagen de Britten hoe de opmars van de onoverwinnelijk lijkende Duitsers overging in een wilde vlucht.

De Britten zetten de achtervolging in. Ze namen honderden krijgsgevangenen. Eén van hen, een al wat oudere Pruisische kolonel, verklaarde hoe zijn luitenant hem op zeker ogenblik op een cavaleriebrigade had gewezen, die tussen de rookwolken door op hen af leek te komen.

‘Ze zijn gek, de Engelsen, als ze zo in het open veld willen oprukken tegen een strijdkracht als de onze!’

Hij dacht met een van onze koloniale legereenheden te maken te hebben, want de ruiters droegen witte uniformen en reden op witte paarden.

De kolonel vond dat merkwaardig. Hij had nog nooit gehoord van Britse cavaleristen in witte uniformen.

‘Hun koloniale soldaten hebben jarenlang allemaal te voet gevochten en ze droegen altijd kaki, geen wit.’

‘Toch zijn ze duidelijk te zien,’ antwoordde de luitenant. ‘Kijk maar, onze kanonnen hebben ze nu in hun schootsveld. Kijk snel, want ze zullen zo meteen in stukken gereten worden.’

De Duitse officieren zagen granaten tussen de paarden en hun berijders exploderen. Maar de ruiters bleven rustig dravend voorwaarts trekken, in een formatie als bij een parade, iedere man en ieder paard op zijn plaats.

De Duitse mitrailleurs openden het vuur. De witte ruiters werden onthaald op een ware kogelregen, maar ze rukten verder op en geen enkele ruiter, geen enkel paard viel. Rustig draafden ze verder in het helder schijnende zonlicht.

Een paar passen voor de rest uit reed hun leider. Een verfijnde figuur was dit. Zijn haar hing als gesponnen goud in een aura rond zijn blote hoofd. Op zijn zijde droeg hij een groot zwaard.

Ondanks de hevige granaatbeschieting en het zware mitrailleurvuur bleef de Witte Cavalerie naderen, meedogenloos als het noodlot - een opkomend getij dat zijn weg zoekt over een zanderig strand.

‘Toen werd ik heel erg bang,’ bekende de kolonel. ‘Ja, ik, een officier van het Pruisische leger, ik vluchtte daar weg, in blinde paniek… Om me heen zag ik honderden andere doodsbange mannen, jankend als kinderen. Ze wierpen hun wapens en uitrustingsstukken weg om niet in hun bewegingen gehinderd te worden. Iedereen rende. Iedereen redne voor zijn leven. Iedereen rende weg van de naderende Witte Cavalerie, maar vooral weg van die ontzagwekkende leider…’

De stem van de ijzervreter stokte. De ijzervreter huilde.

‘Dat is alles wat ik te vertellen heb. We zijn verslagen. Het Duitse leger is gebroken. We mogen dan nog wel doorvechten, de oorlog is verloren. We zijn verslagen door een Witte Cavalerie, ik kan het niet begrijpen.’

Gedurende de volgende dagen ondervroeg kapitein Cecil Wightwick Hayward vele gevangenen. Hun verklaringen waren identiek aan die van de Pruisische officier.

Vreemd genoeg had geen enkele Britse militair ook maar een enkele ruiter of een enkel paard van de Witte Cavalerie waargenomen.



De Witte Cavalerie van Yperen werd voor het eerst beschreven door H.G. Moolenburgh in zijn b oek Engelen en later ook in Een engel op je pad. Het werd ook opgenomen in Mysterie 14/18, de Eerste Wereldoorlog onverklaard van Richard Heijster (Lannoo, 1999).




In Bergen (Mons) organiseren wij het stadsspel Het Mysterie van Mons - over de geheimen van de Eerste Wereldoorlog. Zie ook: http://www.stadsspel.be/

12.5.10

Gent: Het Mysterie van De Rechtvaardige Rechters



Gent, 1432… In de Vydkapel van de Sint Baafskathedraal wordt het altaarstuk Het Lam Gods onthuld, geschilderd door de gebroeders Van Eyck. Het is een onschatbaar kunstwerk dat door de eeuwen heen een grote aantrekkingskracht zal uitoefenen op al wie de eiken panelen van het veelluik bekijkt…

Gent, april 1934… Eén van de panelen van het wereldberoemde altaarstuk, De Rechtvaardige Rechters, verdwijnt spoorloos.

Een zekere D.U.A. neemt contact op met het bisdom. Hij kan bewijzen dat hij het onschatbare kunstwerk in zijn bezit heeft en vraagt een losgeld van één miljoen frank. Het bisdom aarzelt om de som te betalen; het gerecht stapelt de ene blunder op de andere en slaagt er niet in de dief of de dieven op te sporen. Er komt een hele briefwisseling tot stand tussen het bisdom en de afperser, maar zonder resultaat...

Dendermonde, november 1934… Arseen Goedertier werd geboren in Lede, maar woont en werkt als bankier in Wetteren… Arseen is koster geweest van de Sint Gertrudiskerk van Wetteren, als hobby schildert hij én Arseen heeft ooit ook een heel nieuw vliegtuigmodel ontworpen! In zijn vrije tijd houdt hij zich bezig met het oplossen van kunstdiefstallen. Na een politieke toespraak in een school in Dendermonde, krijgt hij een hartaanval. Goedertier wordt naar het huis van zijn schoonbroer gebracht, waar hij op zijn sterfbed aan een vriend opbiecht dat ‘hij alleen weet waar de Rechtvaardige Rechters zich bevinden’. Het dossier van heel die zaak moet men bij hem thuis zoeken. Hij wil daar nog iets aan toevoegen, maar dan geeft hij de geest…

Bij Goedertier thuis worden niet alleen de dubbels van de brieven van D.U.A. gevonden, maar ook schetsen, voorzien van afmetingen, en een paar sleutels. Met deze aanwijzingen in de hand zoeken detectives, journalisten, helderzienden, fantasten, schrijvers en kunstminnaars al bijna driekwart eeuw vruchteloos naar de Rechtvaardige Rechters…

Op basis van enkele aanwijzingen in de brieven die de geheimzinnige D.U.A. naar het bisdom stuurde en van een aantal uitspraken die Goedertier gedaan heeft, zoeken de meeste speurders de spoorloze Rechters in de Sint Baafs of in de onmiddellijke nabijheid van de kathedraal, op een plek die ‘voor het publiek toegankelijk is, gebonden aan openings- en sluitingsuren’.




Auteur Patrick Bernauw schreef verscheidene boeken over de Mysteries van het Lam Gods.
Trek nu samen met hem op onderzoek uit in het hart van Gent en vindt het gestolen paneel terug in het kader van een spannend detectivespel/stadsspel. Alle info: http://www.stadsspel.be/
Of organiseer het spel helemaal zelf met een handig doe-het-zelf pakket: http://www.stadsspel.org/

Op http://www.rechters.blogspot.com/ wordt Bernauws meest recente historische thriller Het Bloed van het Lam (2006) integraal gepubliceerd.



4.5.10

Farciennes... en zijn vampiers



In 1851 besluit de eigenaar van het kasteel van Tergnée-Farciennes, op een paar kilometer van de Belgische stad Charleroi, de wankele muren van de slotkapel neer te halen. Hiervoor moest ook het koorgedeelte afgebroken worden en werden de graven van de vroegere kasteelbewoners geschonden. Arbeiders haalden in totaal vijf geheel vermolmde doodskisten boven, waarin vijf volwassenen en drie kinderen werden aangetroffen. Hun povere resten waren vastgepind aan de bodem van de kisten, als waren het vlinders in een doosje. Een enorme houten spie – 68 centimeter voor de volwassenen, 49 voor de kinderen – stak door de ribben ter hoogte van het hart en drong nog ver door in de onderliggende grond. De arbeiders waren met verstomming geslagen en hielden drie grote spieën bij. In één ervan stonden een omega en het cijfer 3 gegraveerd.

Het archeologisch museum van Charleroi kreeg deze bewijsstukken in zijn bezit, maar door diefstal of slordigheid verdwenen ze uit de verzameling... Nu goed… Wellicht kent u ook wel de legende die vertelt dat, als er ter hoogte van het hart een nagel of een paaltje wordt aangetroffen in een stoffelijk overschot, dit aan een vampier moet hebben toebehoord, die zijn of haar afschuwelijke onsterfelijkheid kwam voeden met het bloed van de levenden.

De kasteelheren –en dames van Farciennes zouden dus vampieren geweest zijn? Mmm… best mogelijk. Genealogische opzoekingen, uitgevoerd na de opgraving, hebben immers aangetoond dat er een bloedverwantschap bestaat tussen de heren van Farciennes en een duister geslacht uit Valachy. De vroegere eigenares van het kasteel, de prinses van Longueval, was namelijk de schoonmoeder van graaf Karel-Jozef van Bathyani, die onder zijn vele voorouders Vlad Drakul telde.

De vampier – ook wel lemuur, striga of Nosferatu genoemd – komt vooral voor in het oostelijke bekken van de Middellandse Zee en de Donaulanden: Hongarije, Roemenië, Bulgarije. Het zijn levende doden. Hun onschendbaarheid in het graf maakt hen tot vampieren, die enkel kunnen vernietigd worden door verbranding of door het slaan van een spie in het hart, nadat ze werden onthoofd.

Gelooft u nog steeds niet in vampiers? Nee? Herinner u dan de wijze woorden van Bram Stoker, de geestelijke vader van ‘Drakula’. Hij schreef: ‘De macht van de vampier berust op het feit dat weinigen geloof schenken aan zijn bestaan.’