Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

23.12.10

Meise: De Keizerin van Mexico


Hij komt. O ja. Ik weet zeker dat hij komt.
Hij is altijd gekomen, le fils de père et mère dont les noms sont ignorés du déclarant. De eerste zondagavond van de maand, altijd om dit uur. U moet er de Brusselse archieven van de Burgerlijke Stand maar eens op nakijken. Daar bewaren ze zijn geboorte-akte.
Hij komt. Zeker en vast.
Eerst hoor je ’t snuiven van zijn automobiel, dan zijn voetstappen op het grind. Breed, zwaar, mannelijk. Hoort u ze al?
Hij heeft de martiale pas van een militair. Hij ís een militair. Hém zullen ze niet voor het vuurpeloton slepen. Hém niet. Hij zou het niet laten gebeuren. Hoort u hem al?
Nee, ik zie hem nog niet. Ik zie alleen de loodgrijze lucht. Maar hij komt, ik weet het zeker.
O ja.

Mathilde nom de dieu!
Of was het Thérèse? Maria-Hendrika? Was het Eugénie?
Mathilde! Koffie, koekjes en suikerklontjes! Twéé!

Boulevard de Waterloo, numéro 59. In dat huis werd hij gevonden. Maxime, schoon kind. Drieëntwintig januari 1867. Aangegeven op de Burgerlijke Stand door een dokter… een Franse dokter… Le docteur Louis… Louis… Laussedat, précisement… Accoucheur âgé de cinquante sept ans, domicilié rue des Comédiens, numéro 59.
Rué des Comédiens, ohlala! Rue des Comédiens et Rue des Comédiennes de la Comédie d’Eugénie!
Oh la la Comédie Française et les comédiennes, Rue des Comédiens et d’Eugénie!
Oh Napoleon le Troisième, la Comédie Française, Rue des Comédiennes… et d’Eugénie!

Napoleon, you son of a bitch!
Lieve brieven van jouw keizerin Eugénie enerzijds en laffe daden van jou anderzijds! Louis Laussedat, ex-député, was ook al bang voor jou! Was ook al een bangeling door jou! Banneling, pardonnez-moi…
En jou hebben ze aan een voedster gegeven, hé Maxime?
Heeft zij je gevoed zoals ik dat zou hebben gedaan, Maxime? Maar ik kon niet, petit Maxime Maximilien, ik mocht niet. Ik niet.
De komedianten hebben mij van jou afgenomen, mij van jou, jou van mij… En ik kan je alleen maar achter de coulissen voeden en behoeden Maxime Maximilien… Mij van jou, jou van mij… Voeden en behoeden Mexime Maximilien…



En nu het boertje, Maxime. Laat maar komen, petit Maxime. Kom maar boertje! Kom maar!
Bravo, mon petit Maxime! En wat zeg je nu?
‘Pardon maman!’ zeg je nu. Pardon maman!
Dan zal ik een slaapliedje voor je zingen, mijn kind schoon kind… Een wiegeliedje voor Maxime, Maximilien… Luister maar, luister… Maximilien Max-Max Max-Max… Maximilien-Max-Max Max-Max… Oh Maximilien… Oh Mexime!… Oh Maximilien-Mexime!
Mooi zo, baby Maxime… Baby Maxime slaapt al… Slaapt al…
Je begrijpt toch dat ik je moest laten gaan, hé Maxime? Natuurlijk heb je dat begrepen, mooie jongen verstandige jongen! Toen je zes was misschien nog niet, toen je naar Frankrijk moest en ik er niet was om het je uit te leggen – maar later, later heb je het vast wel begrepen. O ja.
Een joodse voogd die je een christelijke opvoeding zou geven. Cohen. David Cohen was zijn naam. Ja, ik ken hem nog wel. Ik ken zijn naam. Verwondert je dat?
Groothandelaar uit Marseille. Gewezen reder en bankier. Ik weet het wel, Maxime. Ik… wéét… àlles.
Monsieur Cohen hertrouwde met Thérèse Denimal en zij gaf jou een tweede naam: de Nimal. Maxime de Nimal. Zie je dat ik het weet? Dat ik àlles weet?
Maxime de Nimal op de lagere school in Cannes… Hier sta jij, Maxime. Zie je?
Mais oui, le beau garçon met het ronde snoetje, dat ben jij! Het mooie jongetje dat zo triest in de lens kijkt, dat ben jij!
‘Wat hoor ik!?’ riep de leraar aan het lyceum Louis Le Grand uit. ‘Uw enige ambitie is een stukje officier van niks te worden!?’
‘Liever een klein stukje officier van niks dan een groot stuk leraar van niks!’ antwoordde je bedaard.
Dat heb je goed gezegd, Maxime. Oh la la, dat heb je goéd gezegd!
En natuurlijk, natùùrlijk ben ik daarvan op de hoogte! Natuurlijk mijn kind schoon kind! Het verbaasde je, hé? Dat ik het wist? Dat ik dit überhaupt wíst?
Je was een vreemdeling… Overal een vreemdeling… Altijd een vreemdeling… Net zoals ik… En toch werd je ingeschreven in de militaire scholen van Saint-Cyr en Saumur… Met je mannelijk, met je hoekig gezicht… Met je donker gezicht en je geprononceerde jukbeenderen leek je zo goed op… op mij. En met je verzorgde snor leek je zo goed op… op hém. Maxime Maximilien…
Je hebt de harde trekken van de herinnering… aan een sombere jeugd… Al was er niets om je te herinneren… niets sombers… De jaren hebben ze niet verzacht, zullen ze ook niet verzachten. Dat kunnen ze niet. De herinnering zit immers… in je bloed. In je vlees en bloed.



Je moet nu gauw komen, Maxime. Het is tijd. De storm van vannacht heeft een stuk of wat bomen omgewaaid – Donnerwetter! – maar de oprijlaan is vrij gebleven. Maxime komt nooit te laat. Hij komt altijd op tijd. Waar blijf je, Maxime? Het dienstmeisje – Mathilde? Of is die al dood? – heeft de koffie en de koekjes en de suikerklontjes al aan de deur gezet, ik heb het wel gehoord. Als jij komt, mag het personeel van de keizerin van Mexico haar vooral niet storen. Iedereen moet downstairs blijven en wie zich na vijf uur nog upstairs laat zien, gaat de laan uit, zo simpel is dat. Het is een geheim dat ik iedere eerste zondagavond van de maand jouw bezoek ontvang, een staatsgeheim.
Je droomde van een loopbaan in het leger, ik weet het wel. Maar daarvoor was de Franse nationaliteit vereist, n’est-ce pas? De heren die alles beter weten hebben zich vaak afgevraagd waarom een bediende van Cohen je officieel als zijn zoon erkende, waarom François Weygand je op zijn beurt adopteerde. Dààrom natuurlijk. Omdat ik het wilde. Omdat Maxime Weygand droomde van een loopbaan in het leger en Fransman moest worden.
Ik heb de weg voor jou open gelegd, Maxime. Geen omgewaaide bomen op de baan. Zo is je carrière bij de cavalerie voor een klein stukje ook mijn werk geworden. En dat weet je best, dankbare jongen, brave Maxime.
Of wilt u ontkennen dat Maxime Weygand het in ’14 al tot luitenant-kolonel had geschopt en in ’18 tot hoofd van de generale staf du maréchal Foch bij het Negende Leger aan de Ijzer en de Somme? Tot rechterarm et fils spirituelle du maréchal Foch, le fils de père et mère dont les noms sont ignorés du déclarant? Tot bestendig afgevaardigde van Frankrijk bij de Hoge Raad van Versailles en majoor-generaal der geallieerde legers? Het was Maxime Weygand, mesdames et messieurs, die in de spoorwegen… pardon wagen… van Compiègne de Duitsers zijn voorwaarden dicteerde voor de Wapenstilstand! En tijdens het grootse overwinningsdéfilé in Brussel zag ik hem staan! Zag ik hem stààn aan de zijde van de maréchal en de Franse president Poincaré! Zag ik hem stààn, Maxime Weygand, Maxime Meximilien, mijn kind schoon kind! Zag ik hem stààn en hij…
… zag hij míj staan?
Straks. Zo dadelijk kom je. Waarom zou je vandaag niet komen en al die andere dagen wel? Je bezocht toch ook Gent, Mechelen, Antwerpen in het gezelschap van le roi Albert en wie meer over de beroemde generaal wilde vernemen, kreeg alleen zijn geboorteplaats- en datum te horen want straks, zo dadelijk bezoekt hij mij, fils de père et mère dont les noms sont ignorés du déclarant. Straks komt hij zoals hij al jaren komt en gaat wanneer de avond valt en ik op hem wacht zoals ik altijd wacht, iedere dag. De zon komt op en ik wacht tot ze weer ondergaat, ik wacht op hém en hij keert terug, keert terug bij mij, keert terug nu de zon ondergaat. En het geheim van zijn afstamming en de mysterieuze machten die vele hindernissen voor hem opruimden en de poorten van Saumur voor hem openden, zal hij... zal ik meenemen in het graf.
U moet weten dat de Maxicanen prompt hun onafhankelijkheid uitriepen toen Napoleon – le premier, veronderstel ik – Spanje binnenviel. Lees het maar na in de geschiedenisboekjes: er brak een uiterst woelige tijd aan. Een president greep de macht, maar vele Mexicanen droomden van een monarchie. Ah, de monarchie!
Vanaf 1842 peilden de Franse, Engelse en Oostenrijkse koningshuizen naar een geschikte kandidaat. Ten slotte vonden Frankrijk, Engeland en Spanje dat de anarchie in Mexico hen schade toebracht en besloten ze een gezamenlijke actie te ondernemen. Maar alleen Frankrijk ging tot het uiterste. Seulement la France et la Comédie Française! In Mexico-Stad stelde een Franse generaal een junta van notabelen samen, die op aanraden van Napoleon III de kroon van Maxico aanbood aan Meximilien d’Autriche. Hij had wat goed te maken ten opzichte van de Oostenrijkers en de aarshertog was een valabele keizer en ik een valabele keizerin, n’est-ce pas Mexime Maximilien? Prinses Charlotte, dochter van le roi Leopold I de la Belgique, fleur de son coeur, voor wie hij een essentieel goede echtgenoot wilde kiezen, maar die zich ten slotte door haar eigen opinie mocht laten leiden en viel voor de nonchalante, voor de noodlottige charme van Maximiliaan die zij in de lente van 1856 ontmoette – of was het de herfst? Het jaar daarop traden we in het huwelijk… et voilà Miramar! Mijn paleis van witte kalksteen in een baai van het Italiaanse Triëste, met een granieten terras en marmeren trappen, met vazen van porfier en zwijgende sfinxen, verscholen tussen sparren en cypressen, magnolia’s en olijfbomen. Fonteinen ruisten zachtjes tussen de bloemen en vanuit de bibliotheek liet mijn innig geliefde de blik rusten op de diepblauwe zee, op de witte dorpen die langs de rotsen omhoog klommen, op het oude kasteel van Dino, terwijl ik in het boudoir piano speelde of schilderde of honderden brieven schreef in alle Europese talen.
Een sprookje.
Maar wij leefden niet lang en gelukkig, Maximiliaan en ik.
Toen er een eerste keer sprake was van Mexico, kon de idyllische charme van Miramar ons niet langer voldoen… Wij waren niet langer voldaan en wij hadden het zo nodig: een roekeloze, een ambitieuze opdracht, een bliksemafleider voor de eenzame nachten… Want Max moet u weten, le Grand Mex op wie ik als meisje van zestien stormachtig verliefd ben geworden… Grand Max met je edele trekken, blonde haren en eerlijke ogen… Grand Mex met je beroemde in het midden gescheiden baard van aarshertog, je vlotte en onberispelijke manieren… Dié Grand Max, míjn Grand Mex… Hij lijdt aan een ziekte, een ziekte van het geslacht Max… Die je onmogelijk bij mij kunt opgedaan hebben en die van jou een petit Mex heeft gemaakt, n’est-ce-pas? De l’impotence et de la stérilité, mesdames et messieurs! Et qu’il est petit! Qu’il est devenu petit mon Grand Mex! Qu’il est petit!
De eeuwige tweede, dat ben je Max… Altijd te laat!
Te laat om mij te voeden en te behoeden! Je bent er niet langer toe in staat!
En als je dan toch een poging doet, dan gruw ik… gruw ik van je gelig vel waarop ik het zure zweet van de slet nog kan ruiken die jij voedde en behoedde terwijl ik… mijzelf… in de lege ledikanten van Miramar…
Laat mij nu Max! Laat mij! Van het Oostenrijkse imperium krijg je geen kruimel en laat… àf! Het is niet alleen de exotische bestemming die je bekoort, n’est-ce pas? Lààt!… mij!… Màx!… Het is ook de keizerskroon, n’est-ce pas? Die je de gelijke zal maken van je broer, n’est-ce pas Max Meximilien!?
Wenen reageert koel op het Franse aanbod. Wenen reageert koel en mijn vader is voorzichtig. ‘Een Aztekenkroon, papa!’ roep ik uit. ‘Een Aztekentroon zal toch ook uw naam meer luister bijzetten en hebt u niet uw leven lang geijverd voor koloniale afzetgebieden?’ Hij geeft toe, papa… Het is nu oktober ’64… Een Belgisch vrijwilligersleger… zeshonderd man… vertrekt naar Maxico… Met luitenant-kolonel Vandersmissen aan het hoofd, ja… Ah Vandersmissen! Voed mij en behoed mij!
Nepoleon III en keizerin Eugénie nodigen petit Mex et la belle Charlotte uit in Parijs… We worden met alle mogelijke comédie française ontvangen… Ach so? Sind sie bereid 25.000 soldaten plus het Vreemdelingenlegioen achter te laten in Maxico? Onder het bevel van maarschalk Bazaine? Ach so? De Maxicaanse staat – mon petit Mex dus – dient voor uw militaire steun te betàlen?
Zo gaat dat, Mex Maximilien… Zo gaat dat…
In werkelijkheid was de hele onderneming een vrouwenzaak die ter harte werd genomen door mannelijke fantasten… Keizerin Eugénie werd gedreven door godsdienstige sentimenten en ik door het verlangen naar een man… naar een man die ik beminde… hem te laten regeren…
Et Nepoleon? Et Meximilien? Hen dreef la Comédie Française, mesdames et messieurs! Het avontuur! Het ridderlijk ideaal van vervlogen kruistochten!… En politieke belangen natuurlijk.
Twaalf juni ’64… De keizer en de keizerin van Maxico arriveren in hun gloednieuwe keizerrijk. Vive el rey Belgica! Wij nemen onze taak bijzonder ernstig, maar petit Max is niet opgewassen tegen de chaos. Wat zegt u? Vandersmissen in een republikeinse hinderlaag gevallen? Ernstige verliezen, zegt u? Je hebt gelijk Mex… Het gevaar komt vooral van die Indiaanse generaal… Hoe was zijn naam ook weer? Juarez, juist. Le maréchal Bazaine is te zwak om hem het hoofd te bieden. Je hebt gelijk Emperador Max die mij weer bemint in dit uur van strijd, die ik weer liefheb in dit uur van lijden en dood… al kom je nog niet bij mij, al kun je nog niet komen maar als nader je al Mex, je benadert mij al Max, komt tot mij… nog niet ín mij als toen in Miramar op het granieten terras bij de porfieren vazen… op de marmeren trappen tussen de cypressen en magnolia’s… in je bibliotheek met uitzicht op de diepblauwe baai, links de witte dorpen die langs de rotsen omhoog klimmen, rechts het oude kasteel van Dino… Ich liebe dich Max, ik speel piano op je ribben, schilder mijn lichaam in de kleuren van Miramar Max mon grand Mex vive el rey Max Meximilien!
Vertrekken naar Europa? Steun zoeken voor mijn wankel keizerrijk? De paus overreden ons te helpen? Nepoleon smeken zijn onwaardig gedrag van komediant te staken? De Verenigde Staten bewegen zich niet langer met de zaak te bemoeien en nieuwe vrijwilligers vragen aan de Belgen en de Oostenrijkers? Goed. Prima. Geen probleem, Mex. Maar als ik in Parijs aankom, staat er mij niemand op te wachten… Scheisse! Keizerin Eugénie kan mij ontvangen om met haar te praten over de prachtige Maxicaanse panorama’s, maar de keizer niet… Over onze paleizen en feesten, maar de keizer niet… Over mijn prachtige nieuwe satijnen japon, vers gekocht in Parijs, maar de keizer niet... Als ik eindelijk oog in oog sta met de keizer is hij de moedeloosheid in persoon: ziek, uitgeput, verslagen. Behendig schuilt hij achter de brede ruggen van zijn ministers en de sentimenten van zijn onderdanen bij wie l’affaire Maxicaine allerminst populair is vanwege het vergoten Franse bloed, het verloren Franse geld… ah cette Comédie Française! Toujours la Comédie Française!
En doe maar fils de pute! Stort maar bittere tranen om je eigen zwakheid en mijn meelijwekkende verschijning, mijn jeugd en schoonheid verdronken in zorgen en verdriet, wanhopig vechtend voor mijn leven en dat van Maximiliaan, voor míjn eer en zíjn kroon, maar hélpen? Nee, helpen doe je niet. Integendeel.
Hij laat een lakei komen met een glas sinaasappelsap want ik drink ’s middags altijd een glas sinaasappelsap maar nu… Probeer mij niet te voeden met vergif! Ik heb de uitdrukking op je gezicht wel gezien Nepoleon! Je afstotelijke grimas! De duivel leeft in jou Nepoleon! Jij bént al in de hel! Ik vervloek jou Nepoleon! Hoor je? Mama Carlota van Maxico vervloekt jou!
Ik vlucht van het Comomeer naar Verona, Padua en Triëste… nog steeds achtervolgd door kwade boodschappen, nog steun zoekend, hulp vragend… en brakend mijn God mon petit Maxime!
Rome… In de Albergo di Roma heeft men voor de keizerin van Maxico en haar gevolg een kamer in gereedheid gebracht want morgen wordt zij in audiëntie ontvangen door paus Pius… die op al haar vragen ‘neen!’ antwoordt. Ten slotte schopt zij de deur van zijn privé-vertrekken open, waar hij zich verschanst heeft voor de Maxicaanse furie, maakt zich meester van de chocolademelk die hij tot zich zou nemen, doopt haar vingers in het glas en likt ze gretig af, want ik sterf van honger en dorst Heilige Vader, want er is niemand om mij te voeden en te behoeden Heilige Vader; ik kan alleen nog drinken van het water uit de fonteinen van Rome, alleen nog eten van het voedsel dat voor u wordt bereid Heilige Vader laat mij in uw Vaticaan overnachten gooi mijn voltallig gevolg in uw kerkers want de Comédie Française plus l’Emmerdeur de la France heeft hen betaald om mij te vergiftigen!
Men sluit mij op in een hotelkamer met mijn kamermeisje – Mathilde? Ja, Mathilde! – en een koppel kippen en een mand eieren die alleen Mathilde – Ja Mathilde! – voor mij mag bakken op een draagbaar fornuisje. Ik weiger brood en vruchten en slaap nietmeer maar loop slaapdronken heen en weer tot de Belgische erfprins verschijnt, Filips, en de graaf de Bombelles. Zij nemen mij mee en sluiten mij op in het Gartenhaus van Miramar, maar ik moet steun zoeken heren! Steun zoeken in de salons van Brussel en Wenen!
En al wat ik dacht naar de hand te kunnen zetten… het is als zand door mijn vingers geglipt… en ik ben pas zesentwintig, mijn schoonheid verwelkt, vel over been, ramen en deuren van het Gartenhaus vergrendeld, bewaakt door hofdames en dokters, Oostenrijkers en Maxicanen, schamele restanten van mijn keizerlijk gevolg en ziek! De keizerin van Maxico is ziek! Doodziek in het Gartenhaus van Miramar! Hare Majesteit lijdt! Lijdt beslist aan waanzin, hare majesteit! Dwanggedachten! Vervolging! Geestesziek! Ernstiger dan we aanvankelijk konden vermoeden!
Maar Charlotte is niet gek… De keizerin van Maxico is zwanger… Zwanger van verlangen naar le Grand Max die niet meer is, nooit geweest is, nooit zal zijn – waarom droeg zij anders een zwarte mantilla in het snikhete Parijs? Waarom moest zij tijdens de overtocht naar de Oude Wereld voortdurend braken? Waarom werd zij in de privé-vertrekken van paus Pius opeens bevangen door een welhaast blasfemische begeerte naar chocolademelk? Zwanger was zij! Zwanger van verlangen, zwanger van verlangen naar een kind en zwanger van een kind mijn kind schoon kind! Maar als dit kind aan het licht komt, vrucht van mijn spel, mijn overspel, als mijn verraad aan het licht komt, mijn snode daad, het resultaat van mijn verlangen, als mijn schoon kind aan het licht komt en als men hoort dat petit Mex eindelijk vader geworden is, vader van een zoon, petit Mex die mij niet langer kan voeden en behoeden uit zijn zaad ontkiemen geen vruchten meer, als men verneemt dat ik een zoon heb gebaard en men weet niet dat hij nog niet tot mij kan komen, dat ik een bestaard heb gebaard, een hoerenjong voor een hoerenloper dat rechten bezit, rechten op de troon van Oostenrijk, le fils de Maximilien, als men hoort dat de keizerin van Maxico een troonpretendent van Oostenrijk draagt dan zal het beter zijn haar kind haar schone zoon spoorloos te laten verdwijnen…
Petit Mexime, als jij aan het licht komt, petit Maxime, zullen ze jou wegnemen van mij, jou van mij, mij van jou, en zal ik je niet langer kunnen voeden en behoeden, mij van jou, jou van mij, want ver weg zul je zijn, ver weg, en men zal namen noemen, vele namen, ver weg, van Maxicaanse officieren, ver weg, Franse officieren, ver weg, Belgische officieren, ver weg, en alleen nog jouw naam petit Maxime, alleen nog jouw voornaam zal mij aan jou herinneren, jou aan mij petit Maxime die men l’affaire Maxicaine zal noemen, waarvan men ooit zal opmerken dat zij niet over de hele lijn een mislukking was omdat ze la Comédie Française tenminste één briljant officier heeft opgeleverd, mijn verloren zoon die ik heb opgespoord en teruggevonden, gevoed en behoed want ik ben niet zot Maxime, ik ben zwanger en ik was ziek, ziek van verdriet, uitgeput door het vele reizen, het vele vruchteloze smeken om hulp, het zoeken naar steun, voed mij en behoed mij, maar niemand die mij voedt en behoedt, niemand…
Er zijn alleen stemmen van dokters – ‘… alle maatregelen om de doorluchtige zieke te behandelen…’ – witte jassen die komen en gaan – ‘… om Sa Majesté te behandelen met alle zorgen die de toestand van Sa Majesté vereisen, c’est pourquoi Sa Majesté zich nu in het Gartenhaus bevindt…’ – bewaakt en afgezonderd en omringd door schimmen die zeggen dat de vooruitzichten droevig zijn – ‘… dat de agitatie toeneemt!…’ – en graaf de Bombelles, bent u dat? Bent u zo vriendelijk, graaf van het Gartenhaus? Privé raadgever van petit Max die op me past? Die me voedt? Die me behoedt? Die me verzorgt en zorgzaam beschermt zoals nog nooit iemand, zoals niemand ooit, en zo is het goed mon cher zo is het goed en mag ik u vragen, mon très cher, mag ik u smeken mon trésor, fleur de mon coeur, mag ik u verzoeken essentieel goede comte de Bombelles… où est mon trésor? Où est mon beau garçon? Où est le fleur de mon coeur? Zeg mij waar is mijn kind schoon kind graaf van het Gartenhaus en dag mag u! Mag u op de marmeren trappen! Dan kunt u! Kunt u tussen de cypressen en de olijfbomen! Dan zult u! Zult u op het boudoir onvermoeibaar! Waar ik piano schilderde! Spelen! Op mijn lichaam! In alle Europese talen! Ich liebe dich! I love you! Ik heb u lief! Je t’aime! Ti amo! Te chièro!




Eind ’67… na tussenkomst Belgische koningin en Oostenrijkse keizer Frans Jozef… hebben mij met geweld… uit Miramar verwijderd… Ik keer terug naar Belgiê… Laken… Daarna: kasteel van Boechout, Meise. ‘Je hebt nooit een kind gebaard,’ zeggen ze. Bertrouwbare, gewetensvolle geschiedkundigen bevestigen het. ‘Je hebt nooit een kind gebaard.’ Maar ik vraag u met aandrang… wie zijn dan de ouders van de zogenaamde vondeling die zo’n verzorgde opvoeding kreeg en die, zodra hij meerderjarig werd, over buitengewoon veel geld beschikte? Wie is de moeder van de man die zo royaal leefde dat hij er een renstal kon op nahouden? Ik zeg u: de man die u kent als Maxime Weygand, hij werd geboren terwijl ik gevangen zat in het Gartenhaus van Miramar! De keizerin van Maxico verzond geen brieven meer in alle Europese talen tot dat berichtje verscheen waarin gemeld werd dat de geneesheren die de keizerin van Maxico behandelden haar volmaakte genezing hadden vastgesteld… en waarvan was ik genezen? Van wie was ik genezen? Van jou, mijn zoon! Van jou!
Nee, niet Bombelles… Om het even welke vader voldeed. Bombelles was uitsluitend schakel tussen jou en mij, mij en jou en mij kreeg hij als beloning om jou te voeden en te behoeden, om mij niet voorgoed van jou, jou niet voorgoed van mij te scheiden…
Kolonel Vandersmissen… Je hebt de trekken van de kolonel, mon petit Maxime… En was het niet de broer van le maréchal Bazaine die le docteur Laussedat de papieren verschafte waarmee hij naar België kon vluchten? Was het niet le docteur Laussedat die baby Mexime aangaf bij de Brusselse Burgerlijke Stand, fils de père et mère dont les noms sont ignorés du déclarant?
Pas een half jaar later achtte men mij sterk genoeg om me het nieuws te melden. Maximiliaan werd gevangen genomen door de troepen van Escobedo en op 19 juni 1867 gefusilleerd in Queretaro, op bevel van generaal Juarez. De man van wie ik verwachtt dat hij ooit heer en meester zou zijn in een Nieuwe Wereld, gefusilleerd door een stinkende Indiaan… Zeldzaam moedig en ridderlijk stond hij voor het vuurpeloton en keek zijn moordenaars vastberaden in de ogen… Ik had altijd trots op mon petit Max willen zijn… Hij stierf als le Grand Mex van wie ik heel die tijd had gedroomd… Is het mogelijk een christelijker einde te aanschouwen? Een einde dat, permettez-moi, veel gelijkenis vertoont het met offer van Golgotha?
Je moest nu maar eens komen, Max. Kom nu maar naar Boechout in Brabant, waar ze de keizerin van Maxico achter slot en grendel houden opdat de ouwe taart haar mond niet voorbij zou praten. Ik verwacht je met spanning, Maxime. Ik verwacht je… Nù!
Ze hebben alle sporen uitgewist – administratie, magistratuur, diplomatie, politie en het kabinet van de koning gemobiliseerd om te verbergen wie je bent… maar ze kunnen nooit verbergen wàt je bent, Maxime: eerlijk en goedhartig, discreet en bescheiden, mijn kind schoon kind… En zo, op een onmogelijke manier, bleef je mij herinneren aan le Grand Mex die instemde met de hervormingen van Juarez, de slavernij afschafte, het inzetten van soldaten door grootgrondbezitters en de Kerk tegen vluchtende pachtboeren verbood… en toch werd terechtgesteld, mijn keizer schone keizer… Niet alleen door Escobedo, maar ook door àlle Verenigde Staten… door de laffe Belgen, de zwakke Oostenrijkers… en niet in het minst door la Comédie Française de l’Empereur Satanique et Sa Sainteté de l’Albergo di Roma die mij het geloof in de Goede God hebben ontnomen! De dood van Grand Max op de heuvels van Queretaro is het beste bewijs dat het Kwaad de aarde regeert!
Eindelijk!
Daar heb je ’m! De zwarte automobiel! Hoor hem snuiven als de paarden van Queretaro! Of waren het muilezels? Hoort u ‘m al? Zijn martiale pas op het grind? Het kraken van de trap onder zijn zwaar bespijkerde laarzen? God en ik ben vergeten de mantilla aan te trekken waarmee ik destijds uit Maxico ben gevlucht, ik ben vergeten mijn witte hoed op te zetten en mijn neus te poederen – waar ben ik in ’s hemelsnaam met mijn gedachten geweest de afgelopen vijftig jaren?
Nu zien jullie wel dat het geen fantaisie is, hé? Geen fantaisie du roi Leopold II! Mijn zoon mag dan wel een jaarrente van het Belgische hof genieten en 300.000 goudfranken als huwelijkscadeau gekregen hebben en mijn broer mocht dan wel berucht zijn vanwege zijn amoureuze affaires, de vader van le Grand Maxime is hij niét! Om de doodeenvoudige reden dat ik – Mama Carlotta van Maxico! – zijn moeder ben!
Nooit zul je met zekerheid weten wie je vader was, jongen… Om de doodeenvoudige reden dat je moeder niet weet wie haar minnaar was, die nacht in Miramar… of was het Mexico? Voor petit Max was het water nog veel te diep en de kolonel, ah le colonel… Zwart en twee klontjes suiker, n’est-ce pas? Ja ik weet het, mon fils, je hebt gelijk… al de draden… al de draden die misschien tot een oplossing konden leiden van het geheim… van ons geheim… zijn op een meesterlijke wijze tot een kluwen verstrengeld mon beau garçon… Nee, ik weet niet door wie, par la Comédie Française peut-être? Soms kan ik het zelf niet geloven… dat ik de vurige dochter was van Leopold I, die God dankte voor zoveel weldaden… dat ik huwde met le Grand Max en dat er een oorlog om mij werd gevoerd als om la belle Hélène… dat er een boulevard naar mij werd genoemd, Boulevard de l’Impératrice Charlotte… Keizerin van Maxico… Iedere eerste zondagavond van de maand één kop koffie, één. Drink maar Maxime, toe drink maar… Twee klontjes suiker, twéé. En blazen hé. Blazen. Mathilde maakt ‘m bloedheet.
Het sneeuwt. Dikke witte vlokken. Ze dalen neer op het zwart van je automobiel en maken hem tot een witte molshoop in een wit landschap. Jaja, ga nu maar. Het is tijd. Je adem zal witte wolkjes vormen in de zwarte nachtlucht. Mooie witte wolkjes in het zwart van de nacht, Maxime.
Dag Maxime. Dag mijn lieve Mexime. Dag Maxime le Grand.
Hij drinkt zijn koffie zwart, mét suiker. En heet. Bloedheet. Maar nu is de koffie koud geworden en is dat niet vreemd? Zeer vreemd? Hij heeft er toch van gedronken? En wat doet dit uniform hier? Het hoort dààr… aan de kapstok! Mathilde nom de dieu!… Moet ik je dan wéér een standje geven!? Waarom heb je me niet verwittigd dat er koffie was gezet en waarom heb je dat uniform over die stoel gehangen?
Ze zal al slapen, zeker? Och, het heeft geen betekenis… Uniform of geen uniform, heet of koud, wat maakt het uit? Betekenisloze dingen… betekenen niets.
Och, het is alles zonder betekenis…



(Gebaseerd op La Comédie Française, het hoorspel van Patrick Bernauw dat in 1994 bekroond werd met de Provinciale Paul de Montprijs voor Toneel en in 1995 gerealiseerd werd door de BRTN, in een regie van Frank Van Laecke, en met Chris Lomme als de keizerin van Mexico.)




Geen opmerkingen: