Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

1.7.10

Ruddervoorde: De Vloek van het Tempelhof


Een van de belangrijkste Vlaamse Tempelvestigingen was gelegen in Ruddervoorde, de geboorteplaats van Gerard, elfde Grootmeester van de Tempelorde. Toen de Orde werd opgedoekt, raakte het domein van Gerard van Ruddervoorde in verval. Het had niet zo’n beste reputatie, hoewel men in Ruddervoorde over de Tempeliers weinig meer wist te vertellen dan dat ze alleen na het vallen van de avond buiten kwamen, altijd vergezeld waren van vervaarlijke waakhonden en zich bezondigden aan afgoderij, sodomie en allerlei magische praktijken.

Het enige dat nog restte van de voormalige commanderij van Gerard van Ruddervoorde was een grote hoeve die bestond uit niet minder dan drie verdiepingen en gelegen was op de weg van Ruddervoorde naar Torhout. Het gebouw was omringd met grachten en het stond in de volksmond bekend als ‘het huis van de Tempelier’.

Omstreeks 1835 woonde hier een zekere Melia Dumont. Ze was de oudste dochter van tien kinderen en had vanaf haar vijftiende jaar voor het hele gezin gezorgd, omdat haar beide ouders gestorven waren. Alsof dat nog niet erg genoeg was, leek er op het Tempelhuis ook een afschuwelijke vloek te rusten. Allerlei ziekten en ongevallen troffen zowel dieren als mensen. In één jaar tijd stierven de ouders van Melia; in vijftien jaar tijd vielen vijftien paarden dood op het veld. De varkens krepeerden in hun stallen, de oogst mislukte keer op keer, de melk schuimde en gaf een kwalijke stank af. Karren verloren hun wielen, het bakhuis brandde af. Paardenknechten werden door een onzichtbare hand bekogeld met bussels hooi, een koffer dook plots op in de waterput en kon er zelfs niet met behulp van paarden uitgetrokken worden.

En al deze onrustbarende verschijnselen werden veroorzaakt door de kwade hand die op het Tempeliershuis rustte... De Tempeliers aanbaden immers afgoden! Ze hadden hun schatten hier begraven en nu spookten ze rond om de mensen te verjagen, zodat de schatten voor eeuwig en één dag in hun bezit zouden blijven. Tenminste, zo werd het toch verteld, in Ruddervoorde.

De spokerijen in het Tempelhuis bleven voortduren tot er een pastoor werd bijgehaald. Gewapend met een palmtak, wijwater en zijn dikste brevier slaagde de brave man erin de geesten tot bedaren te brengen en de rampen te bezweren. Hij verjoeg de spoken van de Tempeliers naar de verste hoeken van het land. Voortaan zouden ze ieder jaar slechts één stap dichterbij kunnen komen.

Melia Dumont bleef nog tot na 1850 op het Tempelhof wonen. Het werd één van de voorspoedigste boerderijen van de hele streek. Na haar dood en nadat haar kinderen getrouwd en verhuisd waren, heeft ze het domein verkocht. Maar de nieuwe eigenaars waren er toch niet helemaal gerust in en hebben dat hele vervloekte spookhuis dan maar met de grond gelijk laten maken.

Arbeiders die de vloer in de keuken van het gebouw moesten opbreken, vonden onder de stenen een diepe put. Bij nader inzien bleek het een graf te zijn. Keurig op een rijtje op de bodem van de put lagen drie mannengeraamten. Het eerste had een ransel naast zich liggen, het tweede een pijp en het derde een wandelstok die was beschilderd met vreemde motieven, waarin de nieuwe eigenaar van het Tempelhof onder meer een vogel meende te zien.

Eén van mijn mannen heeft de stok nog vastgepakt en die is toen, zomaar, voor hun ogen tot stof vergaan. Ze riepen en schreeuwden allemaal door elkaar, want ze waren erg geschrokken… Maar toch heeft iemand nog opgemerkt dat de ransel vol goudstukken zat, die erg oud leken. De kerel raapte ze op en zei dat hij ze naar het gemeentehuis zou brengen.

Sinds die dag heeft men in Ruddervoorde niet meer over geesten horen spreken. Over goudstukken trouwens ook niet.

Geen opmerkingen: