Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

18.5.10

Ieper: De Witte Cavalerie

 



Kapitein Cecil Wightwick Hayward was tijdens de Grote Oorlog verantwoordelijk voor de militaire inlichtingendienst in een sector tussen Bailleul en Arras, niet ver van Ieper. Zijn hoofdkwartier bevond zich in het Franse Bethune.

In maart 1918 losten Portugezen de moegestreden Britten af in die sector, maar bij de eerste grote Duitse beschieting sloegen ze al op de vlucht, zodat er een gat in de frontlijn ontstond.

De Duitsers rukten op. Als ze niet werden tegengehouden, bestond de kans dat Parijs werd ingenomen, en dan zouden wij de oorlog verliezen. Maar men was het wonder van de Engelen van Mons nog niet vergeten, en zoals het ook in de nazomer van 1914 was gebeurd, werd er opgeroepen tot een nationaal gebed. De Amerikaanse president Wilson vroeg zijn volk hetzelfde te doen.

En toen zag kapitein Hayward tot zijn grote verwondering opeens hoe Duitse granaten massaal op een braakliggend stuk grond begonnen neer te komen. Hij vroeg zich af wat het doel kon zijn van deze beschieting, want daar waar de explosies de aarde openscheurden, was niets aanwezig dat enige strategische waarde bezat. Er stond geen huis, geen boom en er was geen soldaat te bekennen.

Even plotseling als het bombardement begonnen was, hield het op. Een vreemde stilte daalde neer over het slagveld. Tot hun werkelijk stomme verbazing zagen de Britten hoe de opmars van de onoverwinnelijk lijkende Duitsers overging in een wilde vlucht.

De Britten zetten de achtervolging in. Ze namen honderden krijgsgevangenen. Eén van hen, een al wat oudere Pruisische kolonel, verklaarde hoe zijn luitenant hem op zeker ogenblik op een cavaleriebrigade had gewezen, die tussen de rookwolken door op hen af leek te komen.

‘Ze zijn gek, de Engelsen, als ze zo in het open veld willen oprukken tegen een strijdkracht als de onze!’

Hij dacht met een van onze koloniale legereenheden te maken te hebben, want de ruiters droegen witte uniformen en reden op witte paarden.

De kolonel vond dat merkwaardig. Hij had nog nooit gehoord van Britse cavaleristen in witte uniformen.

‘Hun koloniale soldaten hebben jarenlang allemaal te voet gevochten en ze droegen altijd kaki, geen wit.’

‘Toch zijn ze duidelijk te zien,’ antwoordde de luitenant. ‘Kijk maar, onze kanonnen hebben ze nu in hun schootsveld. Kijk snel, want ze zullen zo meteen in stukken gereten worden.’

De Duitse officieren zagen granaten tussen de paarden en hun berijders exploderen. Maar de ruiters bleven rustig dravend voorwaarts trekken, in een formatie als bij een parade, iedere man en ieder paard op zijn plaats.

De Duitse mitrailleurs openden het vuur. De witte ruiters werden onthaald op een ware kogelregen, maar ze rukten verder op en geen enkele ruiter, geen enkel paard viel. Rustig draafden ze verder in het helder schijnende zonlicht.

Een paar passen voor de rest uit reed hun leider. Een verfijnde figuur was dit. Zijn haar hing als gesponnen goud in een aura rond zijn blote hoofd. Op zijn zijde droeg hij een groot zwaard.

Ondanks de hevige granaatbeschieting en het zware mitrailleurvuur bleef de Witte Cavalerie naderen, meedogenloos als het noodlot - een opkomend getij dat zijn weg zoekt over een zanderig strand.

‘Toen werd ik heel erg bang,’ bekende de kolonel. ‘Ja, ik, een officier van het Pruisische leger, ik vluchtte daar weg, in blinde paniek… Om me heen zag ik honderden andere doodsbange mannen, jankend als kinderen. Ze wierpen hun wapens en uitrustingsstukken weg om niet in hun bewegingen gehinderd te worden. Iedereen rende. Iedereen redne voor zijn leven. Iedereen rende weg van de naderende Witte Cavalerie, maar vooral weg van die ontzagwekkende leider…’

De stem van de ijzervreter stokte. De ijzervreter huilde.

‘Dat is alles wat ik te vertellen heb. We zijn verslagen. Het Duitse leger is gebroken. We mogen dan nog wel doorvechten, de oorlog is verloren. We zijn verslagen door een Witte Cavalerie, ik kan het niet begrijpen.’

Gedurende de volgende dagen ondervroeg kapitein Cecil Wightwick Hayward vele gevangenen. Hun verklaringen waren identiek aan die van de Pruisische officier.

Vreemd genoeg had geen enkele Britse militair ook maar een enkele ruiter of een enkel paard van de Witte Cavalerie waargenomen.



De Witte Cavalerie van Yperen werd voor het eerst beschreven door H.G. Moolenburgh in zijn b oek Engelen en later ook in Een engel op je pad. Het werd ook opgenomen in Mysterie 14/18, de Eerste Wereldoorlog onverklaard van Richard Heijster (Lannoo, 1999).




In Bergen (Mons) organiseren wij het stadsspel Het Mysterie van Mons - over de geheimen van de Eerste Wereldoorlog. Zie ook: http://www.stadsspel.be/

Geen opmerkingen: