Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

15.5.06

Stadsspel Antwerpen: In de voetsporen van Lange Wapper




In de voetsporen van Lange Wapper... Slaag jij erin de legendarische kwelgeest van Antwerpen op te sporen en opnieuw onschadelijk te maken? Door de werken aan de leien is hij uit zijn winterslaap ontwaakt, en nu trekt hij weer door de stad en jaagt de mensen de stuipen op het lijf...

Dit stadsspel wordt steeds aangepast aan de doelgroep: we brengen het voor de derde graad basisschool, voor jeugdbewegingen, verenigingen, groepen, in het kader van bedrijfsuitjes, teambuilding activiteiten, personeelsfeesten, een kroegentocht... Het scenario kan ook gebracht worden door toneelgezelschappen of u kunt aan de hand van het scenario zelf een stadsspel organiseren: vraag alle info via info@inter-actief.be

Zie ook: www.stadsspel.be / www.stadsspel.org / www.stadswandelingen.org
 
***

FRAGMENTEN:
"IN DE VOETSPOREN
VAN LANGE WAPPER"

***
Dames en heren,
Mijn naam doet er niet toe. Hoe ik eruit zie, maakt niet uit. Ik ben gekomen om jullie te waarschuwen, dat is het enige dat hier en nu van belang is. Want Lange Wapper leeft.
Ze hebben de leien en de riolering van de oude stad helemaal opengelegd. ‘We hebben dat gedaan voor de vooruitgang,’ zeggen ze. Maar weten jullie wat ik daar zag? Ratten! Zo'n grote ratten! Ze liepen met z’n allen de stad in, net zoals vroeger, lang geleden…
(gemeen lachje)
Ze hebben een standbeeld voor hem opgericht, hier niet zo ver vandaan, bij de oude burcht die het Steen wordt genoemd. Je moet maar eens gaan kijken. Hij staat daar afgebeeld als een guitige Uilenspiegel, een sympathieke schurk, een kwajongen, een kapoen… Maar Lange Wapper was zoveel meer dan dat!… En de kwelgeest die Antwerpen vanaf de zestiende eeuw onveilig maakte… en hij lééft nog steeds!
(De Kuiperstraat volgen tot aan de Ruckersplaats. Op dat gezellige binnenplein wordt het volgende verhaal verteld.)
Soms kon het gebeuren dat Lange Wapper een hele tijd niets van zich liet horen. De mensen begonnen dan al gauw te denken dat ze eindelijk van hem bevrijd waren, dat hij deze schone stad eindelijk verlaten had. En dan werden ze zo onvoorzichtig… Zo onvoorzichtig! Dan dachten ze dat er hen niets meer kon overkomen! Maar niets was minder waar!
(gemeen lachje)
Zo heerste er meer dan een eeuw geleden een cholera-epidemie in Antwerpen. In de Kuipersstraat en op de Ruckersplaats had men om de een of andere onverklaarbare reden weinig last van de ziekte. De bewoners van deze buurt bleven maar zingen en dansen, terwijl een beetje verder de mensen stierven als vliegen. Ze daagden het noodlot uit. Op een dag moésten ze wel ten dans geleid worden door de Duivel in eigen persoon… Of door Lange Wapper, die niet voor niets zijn handlanger werd genoemd… Een van die bewoners was Mie van Dulle… Aah, Mie van Dulle! Een ongelooflijk mooi meisje was dat! Zo blond, zo mooi en nooit alleen! Want elke avond danste Mie van Dulle in een klein rokerig danslokaal met de mannen die van heinde en verre kwamen om met haar en haar alleen te dansen! En toen… Tsja, hoe gaat dat… Toen werd Lange Wapper verliefd op haar, op Mie van Dulle... en wilde hij ook wel eens met haar dansen... En toen, op een avond, stapte een onbekende heer in een keurig zwart pak het danslokaal binnen. In de schaduw onder de rand van zijn hoed ging een paar koolzwarte ogen schuil. Hij leek wel een doodgraver, maar hij bewoog zich heel elegant en hij vroeg Mie van Dulle heel galant ten dans…
(doet het voor en danst)
Het koppel danste uitzonderlijk goed. De andere paren verlieten de dansvloer, om Mie van Dulle en de onbekende danser beter te kunnen bewonderen. Aah! Hoe ze in zijn armen lag! Aah! Hoe ze door dat danslokaal zweefde! Aah! Hoe ze recht in de gloeiende koolzwarte ogen van de vreemdeling keek en… … en vlug de blik moest afwenden, want de ogen van de vreemdeling… de ogen van de vreemdeling leken haar te doorboren! Ze keek dan maar naar zijn voeten, naar zijn voeten, en toen… Wat ze toen zag… ze werd er zo bleek van… zo bleek als een lijk! Want die onbekende galante danser… Hij liet een brandend spoor achter in de houten vloer! De zaal vulde zich met rook! De hele dansvloer stond in vuur en vlam! En op de plaats… op de plaats waar het danspaar eindelijk stilstond, daar… daar viel er een groot gat in de vloer!… Gillend maakte Mie van Dulle zich los uit de greep van haar partner. Hoestend en proestend rende ze het lokaal uit. En al de andere dansparen… ze renden haar achterna, want iedereen had de man in het zwart intussen herkend. Het was niemand minder dan Lange Wapper, de handlanger van de duivel, die daar eenzaam en alleen op de dansvloer stond… en dan door het rokende gat in de vloer zakte… en in het niets verdween…
Mie van Dulle, verdomme! Niet lang daarna teisterde de cholera ook de buurt van de Kuipersstraat. En één van de eerste slachtoffers… Eén van de eerste slachtoffers was Mie van Dulle…
(gaat zitten – stil)
Het leven van een kwelgeest loopt niet altijd over rozen…
(Het gezelschap gaat van de Grote Markt naar de Handschoenmarkt.)
Zijn jullie niet zo snel bang meer bang te maken als die lui uit vroeger tijden? Geloven jullie niet meer in draken, monsters, kabouters, heksen of doden die verrijzen? Geloven jullie niet meer in… in kwelgeesten? Nee? Vergeet dan niet, dat als je hier naar buiten stapt… en je loopt bijvoorbeeld van de Grote Markt naar de Handschoenmarkt, dat je dan eigenlijk over een kerkhof loopt. Jaja, sta je in de buurt van om het even welke kerk, dan sta je eigenlijk ook op een kerkhof. Vroeger, in mijn gloriejaren, lag er naast elke kerk een begraafplaats. Toen arbeiders enkele jaren geleden de Handschoenmarkt opnieuw aanlegden, groeven ze massa’s geraamtes en schedels op. Waar nu dat standbeeld van Rubens staat, prijkte enkele eeuwen geleden nog een groot, stenen kruis - het stond schots en scheef, het zag zwart van de ouderdom en het was begroeid met mos. De mensen geloofden dat er bij elke volle maan schimmen op het kerkhof ronddoolden. Niemand ging ’s avonds graag langs het kerkhof. Zelfs de zatlapjes maakten liever een omweg…
Daar niet zo ver vandaan leefde toen een mooi meisje. Niet minder dan vier jongens waren tot over hun oren verliefd op haar. Lange Wapper besloot ze alle vijf eens flink te grazen te nemen. Op een nacht nam hij de gedaante van het meisje aan. Geduldig wachtte hij de vier huwelijkskandidaten op. Al gauw verscheen de eerste jongeman ten tonele. Om zijn liefde te bewijzen, liet Lange Wapper hem een proef afleggen. Hij moest op het kruis van het kerkhof klimmen en daar twee uur blijven zitten tot zijn geliefde hem kwam halen. Ook de drie andere minnaars kregen een opdracht mee. Nummer twee moest aan de voet van het kruis in een doodskist gaan liggen. De derde moest driemaal op een doodkist aan de voet van het kruis kloppen. De laatste moest een ketting nemen en driemaal rond het kruis lopen terwijl de ketting over de rond sleepte. Het echte meisje zat nietsvermoedend thuis. Haar rust werd plots verstoord toen minnaar nummer vier kwam binnengestormd. Hij zag doodsbleek. Uit zijn blik sprak angst en afgrijzen. Stotterend vertelde de jongeman dat hij op het kerkhof drie dooien had gezien. Nu ja, op een kerkhof zijn doorgaans wel meer dooien te vinden, maar deze lijken waren nog vers, en ze waren niet veilig en wel onder de grond gestopt… ze lagen er nog boven! Want wat was er gebeurd? Hahààà!… De eerste jongen was van schrik van het kruis gevallen toen hij de tweede in een doodkist zag kruipen. Nummer twee geraakte niet meer uit de kist en stikte. En de derde stierf bijna van angst toen hij het lijk van de eerste zag en de wanhoopskreten van de tweede in de doodskist hoorde. Hij kreeg de genadeslag toen hij naast zich iemand met een slepende ketting hoorde naderen… Het verhaal van de vierde greep het meisje zo aan dat ze een beroerte kreeg en stierf in zijn armen. Nummer vier werd er op slag krankzinnig van. Hij sprong in de Schelde en verdronk.
(Via de Oude Koornmarkt wordt er naar de Vlaaikensgang gegaan. Daar staat een Mariabeeldje. Ostentatief houdt de gids zijn handen voor zijn ogen terwijl hij voorbij het beeldje stapt.)
Niet naar dat beeldje kijken. Het brengt je gegarandeerd ongeluk. Vooruit, stap voort! Of ik laat jullie hier achter! Dat vind ik nu straf. Jullie geloven niet meer in geesten, maar je kijkt wel de ogen uit je kop als je een Mariabeeldje ziet!
(Op het einde van de stemmige gang is een soort binnenplaats. Daar kan het volgende verhaal verteld worden…)
Ooit gehoord van Stans van ’t Gangsken? Zij woonde in de Vlaaikensgang, bij de Oude Koornmarkt. Haar heb ik ook eens goed beetgehad. Stans was eigenlijk voor geen haar te vertrouwen, moet je weten. Ze verstopte zich vaak in de buurt van de ‘schuif’. Daarin werden baby’s te vondeling gelegd door hun moeder, als die niet meer voor hen kon zorgen. Er stonden strenge straffen op, en wie een moeder verraadde die haar kind in de schuif had gelegd, kreeg een vette premie. Stans van ’t Gangsken had al heel wat jonge moeders verklikt en dus ook al heel wat premies opgestreken. Soms perste ze de mensen geld af, die hun kind te vondeling hadden gelegd. Maar op een dag… Op een dag… Op een dag lag er een in dekentjes gewikkelde baby voor de deur van Stans van ’t Gangsken. Het kindje huilde en huilde dat horen en zien verging. Stans wilde het eerst gewoon laten liggen, maar het kind huilde zo hard dat haar buren weldra zouden komen kijken wat er aan de hand was. Dus besloot ze het kind naar de schuif te brengen. Stans geraakte echter maar moeilijk vooruit, want het kind in haar armen werd zwaarder en zwaarder, en op een bepaald moment kon ze het kind niet meer houden en het viel op de grond. Ze verwachtte een doffe klap te horen, maar in plaats daarvan hoorde ze een spottende lach. En inderdaad, het was Lange Wapper die voor haar stond. Hij gaf haar een rammeling die ze nooit meer vergat.
(gemeen lachje – kijkt op)
Stanske van ‘t Gangsken had haar lesje nu wel geleerd. Geen rooie cent heeft ze nog aan de schuifkindjes verdiend!

Geen opmerkingen: